Dit wordt geen campagne, dit wordt een sprintje

Illustratie Hajo

Nog iemand over zijn schaduw heen zien springen, lately? Sinds Jolande Sap en het Lenteakkoord hoor je daar niemand meer over: haar lovende recensies hielden drie dagen aan, daarna kwam de grote kladderadatsch. Dus die andere leiders hoef je niets meer uit te leggen. In veilige nabijheid van hun schaduw begonnen zij deze week, eindelijk, aan de campagne.

Nou ja, sommigen begonnen. Campagnestrateeg Kay van de Linde laakte in HP/De Tijd de keuze van veel partijen om in de zomer amper campagne te voeren, en ik ben bang dat hij gelijk heeft. De meesten lieten kansen liggen om de electorale onderstromen te beïnvloeden. Nu is hun tijd vrijwel verstreken. Dit wordt geen campagne, dit wordt een sprintje. De electorale trends kunnen alleen nog marginaal worden gecorrigeerd. VVD en SP organiseren elkaars succes, de anderen hebben de grootste moeite nog in te breken.

De middenpartijen herhaalden deze week de tactische fout die zij zo vaak met Wilders maakten. Ze pakten Emile Roemer keihard aan toen hij, in Het Financieele Dagblad, zei dat hij als premier de boete van de EU niet betaalt als Nederland boven de 3-procentsnorm uitkomt. Wilders lag nog te zonnen op Bonaire. Rutte dronk een wijntje in de boot van Jort Kelder. Slim SP-moment om de wantrouwende, eurosceptische kiezer alvast te bedienen. Het internationalisme van de SP in vier woorden: Over my dead body.

CDA, PvdA, D66 en de anderen spraken er schande van: wil Roemer soms dat ook andere landen de afspraken niet nakomen? Roemer moest een stapje terug doen, dat kan een kandidaat-premier niet te vaak gebeuren – maar voor nu was het verhaal gemaakt. „Rabiaat”, zei Pechtold. „Dieptriest”, zei Maxime Verhagen (waar had die gezeten?). En zo kreeg Roemer wat zijn kiezers van hem verlangen: maximale afstand van het eurofiele Haagse establishment. En geen millimeter van zijn schaduw geweken.

Op sociale media begonnen andere aanvalletjes op Roemer rond te zoemen, nu de SP maar doorsteeg in al de peilingen. Roemer had als wethouder Financiën in Boxmeer (2002-2006) een tekort laten ontstaan zodat de gemeente onder ‘preventief toezicht’ was geplaatst, aldus een openbare brief uit 2005 die ineens opdook. Een natte vuurpijl. Roemer zat in dat college met CDA en VVD. En het tekort werd onder leiding van dezelfde Roemer weggewerkt, vertelde Gijs Moes, destijds VVD-wethouder, door de telefoon. „Dit wordt opgeblazen”, aldus de VVD’er, die zich Roemer herinnerde als een „voortreffelijk schatkistbewaarder”.

Intussen is er weinig aandacht voor de grootste omwenteling die zich bij deze verkiezingen voltrekt: de decimering van het politieke midden. Symbool hiervoor: Sybrand Buma en het CDA. De peilingen gaan neerwaarts sinds de optater van 2010, dus we kijken niet eens meer op van de armoedige getalletjes die nu bij De Hond en de anderen achter CDA staan (13, 15). En bij het zogenoemde premierdebat van RTL4, volgend weekeinde, waaraan alleen lijsttrekkers van de grootste partijen volgens de peilingen meedoen (Rutte, Roemer, Wilders, Samsom) is het CDA voor het eerst in zijn geschiedenis niet welkom.

Nu even ademhalen. Een eeuw regisseerde deze partij het machtscentrum. Het hele landsbestuur is erop ingericht. Over de eigen schaduw heen springen was hun merk. Ze deden niet anders. Ze konden niet anders. Heldere standpunten vertroebelden de noodzaak van compromissen na de verkiezingen. Dus, dixit Dries van Agt, ze bogen niet naar links, ze bogen niet naar rechts. Het had nadelen (arrogantie, kromspraak, baantjes jagen) maar het gaf het land een stabiel bestuurlijk centrum, en dat verschafte andere partijen een alibi om ook over de eigen schaduw heen te springen. Dat noemden we dan regeren.

Buma probeert het tij nog te keren. Ongegeneerd deed hij deze week toezeggingen over kinderopvang en de langstudeerboete, wat zijn probleem onderstreepte. Zijn persoonlijk optreden is vaak sterk, je kunt hem deze vrije val moeilijk verwijten.

Tekenend voor het afnemende zelfvertrouwen in eigen kring was deze week de presentatie van zijn campagneboek. Hij deelde het eerste exemplaar uit aan onder meer Sywert van Lienden, de leider van G500 die zich ontwikkelt tot een onwaarschijnlijk groot politiek talent. In tien minuutjes zei Van Lienden meer zinnigs over het bestel dan de meeste Kamerleden in tien jaar. Het frappantst was wel dat hij in Buma’s boek de bevestiging van „de ondergang van het CDA” zag, en vooral: dat geen van de aanwezige CDA’ers de moeite nam die conclusie tegen te spreken.

Over de oorzaken van de ontwikkeling kun je lang tobben. Politicoloog André Krouwel presenteerde in Trouw een schema waaruit blijkt dat het CDA zichzelf inhoudelijk uit het midden heeft gemanoeuvreerd, naar rechts, om te concurreren met VVD en PVV. „Het is geen middenpartij meer, maar een rechtse middenklassepartij”, zei hij me. Maar uit Krouwels schema blijkt dat, behalve de PVV, alle partijen sinds 2006 naar rechts opschoven.

Buma zelf zoekt in zijn boek de oorzaken in het onvermogen van zijn partij om de kritiek van Pim Fortuyn, in de jaren negentig, over verdwenen kleinschaligheid en gemeenschapszin op waarde te schatten. Probleem is alleen dat die kritiek van Fortuyn, zoals vaker, slechts een popularisering van andermans analyses was. Die analyses maakten ze in de jaren tachtig uitentreuren bij het wetenschappelijk instituut van Buma’s eigen CDA.

De ironie is dat Fortuyn in 2002 zijn opkomst beleefde na de enige acht jaar waarin het CDA de laatste eeuw niet regeerde: Paars. De depolitisering van die jaren, het toedekken van elk bestuurlijk manco of meningsverschil, schiep het klimaat voor Fortuyns groots geformuleerde kritiek op het establishment.

Sindsdien is de angst voor een nieuwe volksopstand zo groot dat politieke leiders liever verkiezingen winnen dan bestuurlijke risico’s nemen, zodat we nu de vijfde verkiezingen in tien jaar beleven. De kiezer wil liever politici met het goede standpunt dan bestuurlijke fiksers met christen-democratische routine. Dan ben je als CDA uitgepraat.

Over de gevolgen van een gemarginaliseerd CDA weten we weinig. Het buitenland belooft weinig goeds. Italië zonder centrum werd een bestuurlijk bordeel. Amerika kan bij gebrek aan rationeel centrum amper tot beslissingen komen. Europa’s grootste economie, Duitsland, functioneert behoorlijk onder een intact gebleven christen-democratisch centrum.

Nu al kun je de komende revolutie in Den Haag afzien aan de desoriëntatie van ambtenaren, adviseurs en lobbyisten. Waar moeten ze heen, bij wie moeten ze zijn?

De bouw, klassiek op het CDA georiënteerd, maakt een rampzalige periode door. Faillissement na faillissement. Hun lobbyisten smeken om investeringen in de infrastructuur, en daar is dus even geen geld voor. Tekenend was deze week dat niet de voorzitter van Bouwend Nederland, CDA-coryfee Elco Brinkman, in De Telegraaf de noodklok luidde. De niet politiek geëncanailleerde Hans Biesheuvel, voorzitter van MKB Nederland, gaf het interview. CDA-gezichten verliezen nu al de vanzelfsprekende waarde die ze zolang hadden.

Sywert van Lienden wees Buma op de boekpresentatie nog wel op een tactisch lichtpuntje: verkiezingen verliezen betekent niet dat je ook de formatie verliest. Het CDA en D66 kunnen dan tot kingmaker transformeren, omdat zij samen, met hun plusminus dertig zetels, voor elke coalitie onmisbaar zijn.

En aangezien geen van beide voelt voor een kabinet met PVV of SP, betekent dit automatisch dat ze VVD, PvdA en ChristenUnie kunnen dwingen een nationaal kabinet te vormen, een Middencoalitie. Het zou me niet verbazen als D66 en CDA, mogelijk gezamenlijk, nog voor de verkiezingen duidelijkheid van de VVD eisen. Eerst sluiten zij samenwerking met de SP uit. Linke soep in een democratie, maar tactisch hoogst ellendig voor Rutte. Dan zijn ze af van het nepformat dat nu alles overheerst – Rutte of Roemer? – en moet Rutte kiezen: wil hij dan wél met de SP?

Dus tenzij GroenLinks uit is op zelfmoord, en in een Kunduzcoalitie gaat zitten (Vendrik op Financiën?), eindigt dit sprintje na 12 september onvermijdelijk in een soort nationaal kabinet. Een fragiele coalitie van een partij of vijf, zes, die dan stuk voor stuk, week na week, over hun eigen schaduw heen moeten springen. Vraag Jolande Sap hoe dit is bevallen, daarna Buma. En de flanken gaan floreren als nooit tevoren. Dus wie optimistisch wil blijven over de bestuurbaarheid van het land kan de komende weken maar beter niet te goed opletten.