De zon is een (haast) perfecte bol

De afplatting van de zon is kleiner dan theoretisch werd voorspeld. En hij verandert niet. Amerikaanse en Braziliaanse astronomen hebben dat afgeleid uit opnamen van het Solar Dynamics Observatory (SDO), een zonnesatelliet die sinds februari 2010 rond de aarde draait (Science Express, 16 augustus). De afplatting is de nauwkeurigste ooit gemeten en bedraagt slechts 1 op 135.000. Daarmee is de zon veruit de meest perfecte bol in het zonnestelsel.

De afplatting van de zon – en van andere sterren – is een belangrijke grootheid, omdat hij niet alleen afhangt van de aswenteling maar ook van de inwendige structuur. Maar hoewel de zon al decennia lang wordt opgemeten, bleef zijn afplatting onzeker. De metingen liepen zo ver uiteen dat het leek alsof afplatting wisselde en mede afhing van de magnetische activiteit van de zon – de elfjarige periode waarin het aantal zonnevlekken varieert.

Omdat SDO zich ver buiten de dampkring bevindt, maakt hij haarscherpe opnamen van de zon. Toen hij begin 2010 werd gelanceerd, was de zon juist bezig uit een lange periode van minimale activiteit te klimmen. Nu gaat de zon weer naar een maximum, dat in 2013 wordt verwacht. Precies de goede periode dus om naar een mogelijk variabele afplatting te zoeken.

Jeffrey Kuhn en collega’s hebben nu uit SDO-opnamen afgeleid dat het verschil tussen de polaire en equatoriale diameter van de zon de afgelopen twee jaar constant 10,5 kilometer is geweest. Een eventuele verandering daarin moet kleiner dan 150 meter zijn. Ter vergelijking: de diameter van de zon bedraagt 1,4 miljoen kilometer.

De afplatting van de zon varieert dus niet onder invloed van zijn magnetische activiteit. Wel is de afplatting kleiner dan theoretische modellen van het inwendige van de zon voorspellen, maar dat kan verklaard worden door tragere stromingen in de allerbuitenste lagen van de zon.

George Beekman