Dat advies is blind

Miljoenen kiezers twijfelen nog op welke partij ze over enkele weken gaan stemmen. Kieswijzers kunnen daarbij helpen, maar daar moet je niet zomaar op afgaan. Kiezers zouden dergelijke adviezen met een flinke korrel zout moeten nemen, schrijft Martin Rosema.

Ruim twaalf miljoen kiesgerechtigden beslissen over enkele weken over de nieuwe samenstelling van de Kamer. Een meerderheid weet al op wie ze zal stemmen, maar miljoenen twijfelen nog. Voor wie zich door de inhoud wil laten leiden, zijn kieswijzers beschikbaar. Zulke tests hebben substantiële invloed op het stemgedrag, maar er zijn serieuze tekortkomingen.

De onbetwiste marktleider is StemWijzer, in 1989 geïntroduceerd op papier en diskette en sinds 1998 beschikbaar op internet. In 2010 werd de website meer dan 4 miljoen keer geraadpleegd. Ook zijn er diverse andere stemhulpen beschikbaar. Sommige beslaan een breed scala aan onderwerpen, zoals het populaire Kieskompas, terwijl andere gericht zijn op specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren) of bepaalde thema’s (bijvoorbeeld natuur en milieu). Uit gegevens van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) blijkt dat bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 ongeveer 40 procent van de kiezers één of meer stemhulpen heeft geraadpleegd. Ongetwijfeld zullen de komende weken miljoenen kiezers hetzelfde gaan doen .

Bij elke verkiezing komt er kritiek op de stemhulpen. Soms vloeit deze voort uit de onverwachte adviezen. Als een atheïst uitkomt bij een christelijke partij, of een student bij een partij voor ouderen, wordt al snel geconcludeerd dat de test niet kan deugen.

Dit is onterecht. Juist omdat de uitkomst vaak onverwacht is, hebben kieswijzers meerwaarde. Diverse factoren die invloed hebben op de stemkeuze, zoals de aantrekkingskracht van de lijsttrekker of stemgewoonten uit het verleden, staan in een kieswijzer bewust buitenspel. Bovendien is een goede kieswijzer gebaseerd op stellingen over een breed scala aan beleidsonderwerpen, waar het oordeel van kiezers vaak is gebaseerd op specifieke thema’s. Denk aan immigratie bij de PVV en ethische kwesties bij de SGP. Maar politieke partijen hebben opvattingen over vrijwel alle onderwerpen. Als kiezers worden aangezet daarover na te denken, is een belangrijke bijdrage aan het democratisch proces geleverd.

Blijkbaar vinden veel kiezers zelf de stemhulpen ook waardevol. In het NKO 2010 is aan een willekeurige steekproef van het electoraat gevraagd naar de invloed van kieswijzers op het eigen stemgedrag. Van de ondervraagden zei 8 procent dat het gebruik van invloed was geweest op de beslissing om te gaan stemmen en 18 procent liet weten dat het advies invloed had op de uiteindelijke partijkeuze. Vooral zwevende kiezers worden sterk beïnvloed: van de twijfelende kiezers die een stemhulp raadpleegden, gaf ongeveer de helft aan dat het advies invloed had op de uiteindelijke partijkeuze. De aard van het advies speelt daarbij een rol: een stemadvies voor een partij waar de kiezer geen enkele affiniteit mee heeft wordt meestal terzijde gelegd, maar als het advies enigszins aansluit bij bestaande voorkeuren wordt het vaak opgevolgd.

De vraag is of kiezers er wijs aan doen om hun stemkeuze zo sterk te laten beïnvloeden door dergelijke tests. Het antwoord is in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van de stemhulp. Een eerste bezwaar heeft betrekking op het soort onderwerpen dat aan bod komt. Bij de meest populaire kieswijzers ligt de nadruk op onderwerpen die in de verkiezingsprogramma’s staan en in de campagne aan bod komen. De blik is gericht op de toekomst: wat moet er in Neder land veranderen, en wat juist niet? Verkiezingen hebben echter ook een andere functie: het laten afleggen van verantwoording door politici over hun handelen in het verleden. Om die functie tot zijn recht te laten komen, zijn stellingen over het beleid in de afgelopen periode nodig. Dat type stellingen is echter schaars. Er is een kieswijzer die deze benadering kiest, Stemmentracker, maar deze kijkt niet naar de toekomst en is dus net zo eenzijdig.

De essentie van een kieswijzer is dat de antwoorden van kiezers en partijen op de geformuleerde stellingen worden omgezet in een stemadvies. Dit laatste woord vermijden de makers angstvallig, maar impliciet is hier natuurlijk wel sprake van. Uit nog niet gepubliceerd onderzoek van mijzelf met de Leidse politicoloog Tom Louwerse blijkt dat de rekenmethode die hiervoor wordt gebruikt het advies mede bepaalt. Wanneer met identieke stellingen en antwoorden de rekenmethoden van StemWijzer en Kieskompas worden toegepast, blijkt dat bij driekwart van de kiezers een andere partij naar voren komt als beste match. Dat komt doordat StemWijzer telt bij hoeveel stellingen partij en kiezer hetzelfde antwoord geven, terwijl Kieskompas alle antwoorden omzet in een positie in een figuur met twee assen: ‘links-rechts’ en ‘progressief-conservatief’. Deze laatste methode is zeer discutabel. Wanneer politieke opvattingen in twee ideologische dimensies kunnen worden ingedeeld, en de afzonderlijke stellingen daarvan een goede afspiegeling zijn, is zo’n methode geschikt. Aan geen van beide voorwaarden wordt echter voldaan.

Een andere tekortkoming van stemhulpen betreft de bewoording van de stellingen. Deze zijn soms nogal ingewikkeld. Zo schiet StemWijzer tekort door soms ontkenningen in de vraag op te nemen. Door Fokke en Sukke werd deze week in deze krant terecht de draak gestoken met StemWijzer (Stelling: „Ik ben niet per se tegen het verbieden van een verbod op weigerambtenaren”). Het is te hopen dat zulke satire kiezers aanzet om de stemhulpen niet al te serieus te nemen, want het is onverstandig om de adviezen blind te volgen.

Martin Rosema is als universitair docent politicologie verbonden aan de Universiteit Twente.