Bij Spinvis viel alles op z’n plek

Het komt natuurlijk doordat ik al twee nachten kort geslapen heb. En iemand schoot met een waterpistool m’n gezicht nat. Maar ik stond net bijna te huilen bij Spinvis.

Op een festival als Lowlands maak je de hele dag keuzes.  Met elke band die je ziet, mis je zo’n zeven andere optredens. En iedereen heeft z’n dilemma’s: twee acts die tegenover elkaar staan terwijl ze allebei niet gemist mogen worden. Voor velen was dat vandaag het geval toen Alt-J, hippe indie uit Leeds, en Spinvis tegelijkertijd speelden. 

Kies je voor het nieuwe of voor het vertrouwde? Doe je altijd het eerste, dan sta je nooit noot voor noot te genieten van liedjes die al jaren goede vrienden van je zijn. Kies je altijd voor het tweede, dan ontdek je nooit meer iets nieuws. 

Ik koos voor Spinvis. Voor het vertrouwde. En drie kwartier later stonden de tranen in mijn ogen. 

Spinvis - Erik de Jong uit Nieuwegein en een volwaardige band, zelfs inclusief tekenaar Hanco Kolk - weet live bijna elk nummer een nieuwe draai te geven, waardoor het alsnog spannend blijft. Dat pakt niet altijd goed uit, maar zojuist, in de Grolschtent, viel alles op z’n plek. Zoals bij de wonderschone bewerking van ’Bagagedrager’, opgedragen aan de overleden dichter Simon Vinkenoog (Spinvis en Vinkenoog maakten samen een plaat) en het bij deze temperatuur toepasselijke ’Ik wil alleen maar zwemmen’.

En een van de mooiste Nederlandstalige nummers ooit: ’Aan de oevers van de tijd’. In woord en muziek vangt dit liedje de schoonheid van een zomerdag die lang geleden vervloog. Dat was ongeveer het moment dat iemand het waterpistool op me richtte. 

Het hoeft niet altijd zangleszuiver en niet elke lettergreep hoeft exact binnen de noten te passen. Zinnetjes mogen overstromen en zijn net zo goed poëtisch (“alle tijd die je bewaarde verkruimelt in je handen en waait naar zee”) als alledaags (“Ik maak je aan het lachen, dus daar moet het dan maar mee”). Spinvis bewees eens te meer dat echte schoonheid in imperfectie zit.