18de-eeuws Disneyland

Een vulkaanuitbarsting en reusachtige graafmachines. In de buurt van het Duitse Dessau zijn volgende week vrolijke geschiedenislessen te beleven.

In openluchtmuseum Ferropolis, op een schiereiland in de Gremminer See, staan vijf gigantische graafmachines om kolen te delven.Bilderberg / HH

Het is zeker: op 24 augustus barst om ongeveer kwart over negen ’s avonds de Vesuvius uit. En de volgende dag vindt op hetzelfde tijdstip een tweede vulkaanuitbarsting plaats. In de Duitse landschapstuin Wörlitz, niet ver van Bauhausstad Dessau.

Hoe het spektakel ongeveer wordt, is te zien op een filmpje op YouTube. Want ook twee jaar geleden, op 21 augustus om precies te zijn, spuwde de Vesuvius in Wörlitz vuur.

Eerst komen er vuren uit de gaten onder aan de berg en dan, na een minuut of anderhalf, begint de afgeplatte top van de Vesuvius te branden. Meer vuren uit lagere gaten volgen, er klinkt gerommel en gesis. Na ongeveer drieënhalve minuut staat de hele rots in vuur en vlam en stromen er, na explosies, vonkenregens naar beneden, het water in. Na een minuut of zes doven de vuren langzaam uit en is de uitbarsting voorbij.

Stein, zoals de mini-Vesuvius in Wörlitz officieel heet, dateert uit 1770. Vorst Franz von Anhalt-Dessau liet de rots met gaten bouwen, nadat hij op zijn grand tour door Italië in 1766 de Vesuvius had bezocht. Bij zijn vulkaan liet hij een Romeinse villa bouwen om te laten zien hoe de huizen in Pompeii waren voor ze op 24 augustus 79 door de asregen van de uitbarsting van de echte Vesuvius werden bedolven.

Stein is de grootste van de vele folly’s in de tuin van Franz I. Twee jaar voor zijn grand tour was hij in 1764 begonnen met de aanleg van een landschapstuin, een uit Engeland overgewaaide stijl in de tuinarchitectuur. Met zijn kronkelige paden en bomengroepen rondom meertjes was de ‘natuurlijke’ Engelse tuin een reactie op de Franse baroktuin met zijn symmetrische, geometrische patronen, fonteinen en geschoren struiken, bomen en heggen.

Zoals het hoort in een complete Engelse tuin, liet Franz I Wörlitz in de loop der jaren volzetten met classicistische en neogotische gebouwtjes die in de eerste plaats zijn bedoeld om het oog te behagen. Zo kreeg Wörlitz onder meer een synagoge, een pantheon, een nymphaeum, een grot en allerlei bruggen. Ze maken Wörlitz tot een soort achttiende-eeuws Disneyland dat op zomerse dagen druk wordt bezocht en waar kinderen de rotsen beklimmen en wiebelige bruggen over gaan.

Toch had Franz I de tuin niet bedoeld als pretpark. Hij was tenslotte een ernstige, Duitse vorst van de Verlichting die het beste voorhad met zijn vorstendom. Als een van zijn hoofdtaken zag hij het opvoeden van zijn volk en hierin speelde de tuin, die van begin af aan gratis en openbaar toegankelijk is, een belangrijke rol. De tuin was er in de eerste plaats voor bezinning en contemplatie, over leven en dood en over de macht van de mens over de natuur en omgekeerd. Na een urenlange rondtocht, die eindigt op het eilandje Elysium waar onder meer een kopie van het graf van de Franse verlichtingsfilosoof Rousseau staat, moest de bezoeker Wörlitz als een ander, beter mens verlaten.

Na de vulkaan zijn de vele bruggen die de verschillende eilanden van het waterrijke Wörlitz verbinden, de grote attractie. Er is een hohe Brücke, een boogbrug van rotsblokken die niet geschikt is voor mensen met hoogtevrees, en een schwimmende Brücke, een vierkant wiebelend bootje op het water. Het engst is de smalle kettingbrug waar je over zwiebelende planken naar de overkant moet.

Maar ook de bruggen zijn er niet alleen ter vermaak. Tezamen laten ze de geschiedenis van de bruggenbouw zien, van de stenen boogbrug zoals de Romeinen die al kenden tot een verkleinde kopie van de eerste ijzeren brug uit 1779 in het Engelse Ironbridge, de bakermat van de Industriële Revolutie.

Stad van ijzer

Wörlitz is onderdeel van het Gartenreich Dessau-Wörlitz, dat een groot gebied met tuinen (Oranienbaum, Luisium, Mosigkau), kastelen en andere monumenten uit de tijd van de Verlichting omvat (zie inzet). Iets ten zuiden van het Gartenreich, dat een van de 37 Duitse locaties op de UNESCO werelderfgoedlijst is, ligt Ferropolis (www.ferropolis.de), de ijzeren stad op een schiereiland in de Gremminer See. Hier staan vijf gigantische graafmachines, de even ontzagwekkende als bizarre erfstukken van de DDR die in de streek ten zuiden van Dessau een metersdikke bruinkoollaag hebben weggegraven. Zo groot zijn de machines dat in hun cabines dansfeesten kunnen worden gehouden. Nu staan ze rondom een nieuw gebouwd openluchttheater waar in juli jaarlijks popfestivals met grote acts worden gehouden.

Ferropolis is veel te jong om officieel tot het 18de-eeuws Gartenreich Dessau-Wörlitz te behoren. Maar de oprichters van het schitterende openluchtmuseum laten er geen misverstand over bestaan dat ook Ferropolis, net als Wörlitz, een product is van de Verlichting. Bij het loket van Ferropolis hebben ze in de ramen van een oude fabriekshalhal rode en gele letters gezet die samen de eerste zinnen vormen van het essay Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung uit 1784 van de Duitse verlichtingsfilosoof Immanuel Kant. Sapere aude – Durf te weten, het motto van de Verlichting, is een van deze zinnen.

Toch hebben de graafmonsters op het eerste gezicht weinig te maken met Wörlitz. In een halve eeuw, van 1941 tot 1991, hebben ze grote delen van Oost-Duitsland veranderd in een desolaat maanlandschap vol reusachtige kraters, het volstrekte tegendeel van het idyllische, groene Wörlitz. Maar nu de vijf monsters op het schiereiland bij elkaar staan en de kraters, door ze te laten vollopen met water, zijn veranderd in meren, is de voormalige bruinkoolmijn Golpa Nord het Wörlitz van het industriële tijdperk geworden, met de graafmachines als folly’s.

De vijf machines van Ferropolis zijn zelfs nog indrukwekkender dan de vulkaan in Wörlitz. Ze lijken te zijn ontsproten aan een brein dat nog fantasierijker is dan dat van Jean Tinguely (1925-1991), de Zwitserse kunstenaar die beroemd werd met zijn nutteloze machines. Maar toch waren deze machines door en door functioneel. De kabels, cabines, lopende banden, rupswielen, kranen, scheparmen, bakken – nooit zitten ze er zo maar, allemaal hebben ze een doel gediend. Geen klinknagel van de monsters was overbodig en hoewel voor hun scheppers, ongetwijfeld strenge Duitse ingenieurs, alleen technische overwegingen golden, zijn ze, nu ze overbodig en nutteloos zijn, de wonderlijkste kunstwerken ter wereld.