Subsidies boeren zijn exorbitant

President Obama wil hulp bieden aan Amerikaanse boeren die zijn getroffen door de ernstigste droogte in een generatie. Op maandag riep hij het Congres op in te stemmen met een regeling die ongeveer 500 miljard dollar zou kosten over de komende vijf jaar. Zijn beweegredenen zijn begrijpelijk – zeker in een verkiezingsjaar. Maar dergelijke subsidies zijn economisch onwenselijk.

Boeren in rijke landen worden al te zeer in de watten gelegd; ze zijn voor ongeveer 22 procent van hun inkomen afhankelijk van overheidsuitkeringen. Beperking van dit soort hulp zou begrotingstekorten terugdringen, de inkomens van arme landen verhogen en een vertekening van de markt wegnemen waarbij op een oneerlijke manier geld wordt verspild.

Het is waar dat vrijgevigheid van overheden ten aanzien van boeren in rijke landen de afgelopen decennia al enigszins is afgenomen. Volgens cijfers van de OESO leverden lidstaten in 2010 samen 227 miljard dollar aan landbouwsubsidies, gelijk aan ongeveer een vijfde van de productie van de sector. Dat was een afname ten opzichte van 1990, toen het ongeveer een derde bedroeg. China is echter een grote rol gaan spelen, met een zesvoudige stijging van hulp aan het platteland sinds 2008, tot 147 miljard dollar in 2010.

Voor rijke economieën zijn deze meevallers het moeilijkst te verdedigen. Veel boeren die deze uitkeringen ontvangen hebben het goed, dus dergelijke steun is een buitensporige besteding van geld in een tijd van zorgwekkende begrotingstekorten. Bovendien kunnen subsidies leiden tot overproductie, vooral als ze direct betrekking hebben op de productie van grondstoffen. Dat is bij bijna de helft van alle subsidies van de OESO het geval.

Dat is nadelig voor agrariërs in arme landen, die anders zouden kunnen profiteren van een kostenvoordeel. In die zin maken binnenlandse uitkeringen veel van de voordelen ongedaan van financiële hulp aan ontwikkelingslanden. In 2010 bedroeg die hulp 137 miljard dollar. Een lager hulpbedrag zou te rechtvaardigen zijn als ontwikkelde landen ophielden om hun eigen boeren een oneerlijk voordeel te geven.

Rijke landen hebben moeite om hun begrotingstekorten terug te dringen zonder de zwaksten in hun samenlevingen in het gedrang te brengen. Afschaffing van de zakkenvullerij van landbouwsubsidies zou een goed begin zijn.

Vertaling Frank Kuin