We zijn het Kremlin niet

Partijveteraan Bram van Ojik is de verrassende nummer twee van GroenLinks. Hij denkt dat zijn partij, ondanks de slechte peilingen, toch nog veel kiezers krijgt.

Politiek redacteur

Den Haag. Wie het nieuws over GroenLinks het afgelopen jaar een klein beetje heeft gevolgd, zou zich kunnen voorstellen dat Bram van Ojik heeft getwijfeld toen de kandidatencommissie hem belde. Of híj niet voor GroenLinks op de lijst voor de Tweede Kamer wilde?

Maar twijfels had hij niet. „Je zegt voor de vorm dat je je even gaat beraden, maar ik geloof dat ik mijn enthousiasme aan de telefoon al nauwelijks kon verbergen.” Van Ojik is al tientallen jaren verbonden aan GroenLinks, zelfs nog aan één van diens voorlopers: de PPR. Híj zou de aangewezen persoon zijn om rust en eenheid terug te brengen, na alle ophef over onder andere de rommelige lijsttrekkersstrijd tussen Kamerlid Tofik Dibi en Jolande Sap.

Volgens de kandidatencommissie bent u een rots in de branding, die de fractie kan verbinden, dragen en kan sturen. Is die rol nodig, volgens u?

„Het lijkt mij logisch dat de nummer twee mede invulling gaat geven aan hoe de fractie functioneert. En ik vond het ook niet raar dat zo iemand dan rust... Hoe stond het er ook alweer?”

Dat u ontspannen bent en toch gezag uitstraalt.

Van Ojik lacht en leunt achterover. „Kijk, dat kan ik niet vaak genoeg horen. Nee: volgens mij is dat een definiëring van een rol, en die rol wil ik graag spelen. En zo’n functie achter de fractievoorzitter lijkt me niet typisch GroenLinks. Volgens mij heeft elke fractie zulke mensen nodig.”

Volgens Tofik Dibi is een van de problemen dat er een onveilig gevoel binnen de fractie zou zijn. En een gebrek aan leiding.

„Elke ochtend zitten wij om tien uur bij elkaar, oude Kamerleden, nieuwe kandidaten, medewerkers. En ik heb nog geen seconde het gevoel gehad dat wie dan ook zich onveilig voelt om iets te zeggen. Ik kan alleen zeggen dat daar nu geen sprake van is.”

Achttien jaar geleden zei u in Trouw dat GroenLinks helderder moest kiezen. „We beloven te veel dat we én goed zijn voor het milieu, én voor de laagste inkomens”, zei u. Nu is de boodschap van uw partij hetzelfde: sociaal en duurzaam. Is er niets veranderd?

„De discussie was toen: kun je een vergaand milieubeleid voeren en tegelijkertijd de laagste inkomens ontzien? Rond die vraag is in twintig jaar veel veranderd. De gedachte is hetzelfde, maar we hebben ons denken over hoe je groen en sociaal aan elkaar kunt koppelen, beter ontwikkeld. Nu zeggen wij: we verlagen de lasten voor de werkgevers op arbeid, dat is goed voor de werkgelegenheid. En dat financieren we met een belasting op milieuvervuilende productie.”

Dus uw partij hinkt nog steeds op die twee gedachten.

„Onze partij hinkt niet... We zijn er de afgelopen jaren beter in geslaagd om die twee aan elkaar te koppelen. Als je nu zegt: we vinden het isoleren van woningen belangrijk en we doen dat met voorrang voor huishoudens met lage inkomens, dan levert dat hun een lagere energierekening op.”

Desondanks staat GroenLinks er in de peilingen niet al te best voor.

„Het kan beter. De grote debatten moeten nog komen. Jolande krijgt nog veel gelegenheid zich te bewijzen. En ik geloof dat het erin zit, we hebben een reële kans om in de buurt te komen van de tien zetels die we twee jaar geleden hebben gehaald.”

Waardoor zijn de peilingen zo slecht voor GroenLinks?

„Pas eenderde van de kiezers heeft zijn stem al definitief bepaald. We hebben nog tijd om het vertrouwen terug te winnen. En kijk, de SP boekt natuurlijk een geweldige winst. Als je zó hoog staat, dan kan het bijna niet anders dan dat het ten koste gaat van andere partijen. Binnen het blok van progressief denkend Nederland is maar een x-aantal zetels te verdelen. Of mensen vinden dat ze het geluid van GroenLinks niet goed genoeg hebben gehoord, of ze hebben iets gehoord over gedoe.”

U denkt niet dat al die negatieve publiciteit essentieel is geweest? De rommelige lijsttrekkerstrijd, een fractiebestuur dat niet functioneert.

„Nou ja, ik denk dat al die factoren een rol spelen, er valt geen precieze oorzaak aan te wijzen. Maar nee, mensen houden niet van gedoe. Het helpt niet, laten we eerlijk wezen.”

Het is een publiek geheim dat de fractie afgelopen maanden niet goed functioneerde. Uw waarnemingen en de publieke opinie verschillen nogal.

„Dat geef ik graag toe. Maar de vraag is dan: wat versta je onder goed werken? Ik heb natuurlijk ook dingen gelezen. En ik zal je eerlijk zeggen: of een fractiebestuur regelmatig samenkomt? Dat interesseert me geen bal, als kiezer, als lid of als actief lid niet.”

Het hele gesprek blijft Van Ojik rustig, hier verheft hij zijn stem. „Als dít gedoe is, dan denk ik: boeiuh! Als de partij waarop ik heb gestemd resultaten boekt, dán functioneert een fractie goed. En een fractie die zo’n Lenteakkoord kan sluiten en goede dingen voor GroenLinks kan binnenhalen, functioneert uitstekend.”

„Dat lijsttrekkersreferendum, dat vond ik dan wel weer interessant. En als dát ook al gedoe is, nou, dan denk ik: wij zijn een open partij, met uiteenlopende, diverse karakters. We zijn het Kremlin niet. En ik kan niets anders doen dan dit verhaal te blijven vertellen.”