Tralies voor de vrijheid

De zusters van het Karmelklooster in Drachten zaten, zoals dat te doen gebruikelijk was, achter tralies en achter gesloten deuren. Een klooster heeft een ‘slot’ en dat moet letterlijk genomen worden. Als er bezoek kwam voor een van de nonnen, haar moeder of broer bijvoorbeeld, zat dat in een ruimte die door middel van een tralievenster een beperkt uitzicht bood op de dochter of zus daarachter.

Na het Tweede Vaticaans Concilie, eind jaren zestig, werden zulke gewoontes niet meer ‘van deze tijd’ geacht en verdwenen de tralies. „Nu zijn wij hier binnen onze vrijheid kwijt”, zei een van de zusters teleurgesteld, zo vertelt Jan Hofstra, de huidige beheerder van de Drachtster Karmel, tijdens een rondleiding.

Het is een uitspraak die veel te denken geeft. De zuster die het zei, een eigenzinnig karakter, trok zich naar vermogen uit de wereld en zelfs uit de religieuze gemeenschap terug. Ze schilderde iconen en kruiswegstaties, ze schreef brieven, ze las en studeerde in vloeiend Frans, Engels en Russisch. Ze besteedde haar tijd kortom heel goed.

Was het dat? Dat het weghalen van de tralies, het binnenlaten van de wereld, tijd in beslag zou gaan nemen die ze nu in vrijheid kon besteden aan andere zaken?

We zijn gewend vrijheid te zien als onbegrensdheid, onbelemmerdheid. Een klooster is daar min of meer het tegenovergestelde van, onvrij dus. Maar iedereen weet zo langzamerhand wel dat de vrijheid ons ook veel werk geeft.

We moeten steeds maar weer, in vrijheid, bedenken wat we zullen en moeten doen, hoe we ons moeten gedragen, wat we vandaag aan zullen trekken, wat we willen weten over ons ongeboren kind, hoe we met ons geld om zullen gaan, of we wel of niet vlees willen eten. Niets ligt vast. Er zijn wel regels, uiteraard, maar die schrijven ons niet voor hoe onze dagen zijn ingedeeld.

Iemand die in een klooster woont, of in een andere gemeenschap met welomschreven gewoontes, hoeft nooit over zulke dingen na te denken. Die doet wat er gedaan moet worden en heeft vervolgens het hoofd vrij.

Zoals je zelf ook altijd merkt hoeveel je gedaan krijgt als je een rooster volgt, of een strakke dagindeling, en hoe weinig op vakantiedagen. Gepensioneerden hebben het altijd ‘druk’, maar ze doen vaak niet heel veel. Menig werkloze heeft een volle dag als er één activiteit gepland is. Een druk bezet iemand daarentegen heeft tussendoor nog best even tijd voor een telefoontje, een brief, de boodschappen.

Maar het is meer dan tijd.

Een bevriend beeldend kunstenaar verzuchtte laatst, terwijl we naar de kunstzinnige versieringen in een oude kerk stonden te kijken, dat hij weleens verlangde naar zulk werk. Gewoon op artistiek hoog niveau iets maken in plaats van altijd maar autonoom werk af te moeten leveren. „We hebben nu wel genoeg autonomie gehad”, zuchtte hij.

Een kunstenaar moet steeds zichzelf uitdrukken via het materiaal en daardoor wordt er meer uitgedrukt dan de kunstenaar zonder dat materiaal zou kunnen. Het kunstwerk is groter en interessanter dan de maker, het boek weet meer dan de schrijver, dankzij de complexiteit of de gelaagdheid van het kunstwerk. Anders zou het helemaal niet interessant zijn. Maar het is wel een zware opdracht om dat steeds in volledige vrijheid, dus vanuit het niets, te scheppen.

Iedereen weet dat beperkingen juist vondsten veroorzaken, dat een goed idee juist ontstaat als er een probleem is. Als alles kan, gebeurt er bijna niets. Nu fossiele energie duur wordt en te vervuilend is om nog te gebruiken, ontstaan er spectaculaire ontwerpen voor autobussen op zonne-energie. Goethes beroemde uitspraak in der Beschränkung etcetera betekent niet, zoals nu vaak gedacht wordt, zoiets als ‘de meester houdt het kort’, maar het betekent dat wetten, regels, inperkingen ons juist vrij maken – und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben, zei hij erachteraan.

Evenzogoed is het een enigszins verontrustende gedachte, want voor je het weet heb je een schitterend pleidooi voor een dictatuur op poten gezet. Ik bracht een paar dagen door aan de Elbe en bezocht het Grenzlandmuseum in het piepkleine stadje Schnackenburg, ooit in een uiterste uithoek van de BRD gelegen, aan drie kanten omringd door de DDR. Daar bekruipt je niet direct de gedachte dat beperkingen ons zo vrij maken, al denken degenen die last hebben van Ostalgie daar anders over. De wet moet uiteraard wel redelijk zijn.

Het evenwicht tussen beperking en vrijheid is wankel. We zouden liever niet allemaal achter de tralies gezet willen worden om ons eindelijk eens vrij te voelen. Maar die gedachte van Goethe kan je wel ingeven dat het helemaal niet zo erg is, misschien zelfs wel een eigenaardig vermomde verbetering, als het eens allemaal wat minder zou zijn met onze vrijheid en rijkdom om te kopen, te reizen, onszelf uit te drukken, duizend-en-een keuzes te maken. In een kloostercel kun je de hele wereld bezitten, juist omdat de wereld jou niet bezit.