SP worstelt plots met Europa

De lijsttrekker van de SP is geen socialist voor wie de ‘klassenstrijd’ vertrouwde kost is. Want als Emile Roemer dat wel was geweest, dan had hij zijn interview met Het Financieele Dagblad beter voorbereid en afgehandeld. Wanneer een socialist van de oude stempel zo’n zakenkrant te woord staat, dan is er een plan: of je jaagt de boel met radicale praat op stang óf je tracht de financiële wereld wat te kalmeren.

Roemer deed gisteren geen van beide. ’s Ochtends tekende de krant uit zijn mond op dat hij als eventuele SP-premier het begrotingstekort niet koste wat kost zou terugbrengen naar 3 procent en de Brusselse boete daarvoor evenmin zou betalen. „Over my dead body”, voegde hij er aan toe. ’s Avonds, na een halve dag echte en gespeelde opwinding bij de politieke concurrentie, nam Roemer alweer gas terug. Met de SP zou het met het begrotingstekort niet zo’n vaart lopen, stelde hij gerust.

Eerst hoog te paard in Het Financieele Dagblad en daarna weer snel met beide benen op de grond: het was een leerzaam dagje. Nu de SP de kans maakt de grootste partij te worden, en dan het voortouw zou kunnen nemen bij de kabinetsformatie, moet Roemer zich ineens rekenschap geven van andere regels dan alleen de zijne.

Een verkiezingscampagne in ‘coalitieland’ Nederland is immers een paradoxale aangelegenheid. Enerzijds wil de kiezer dat er klare taal gesproken wordt, zodat de politieke tegenstellingen en de keuzes helder worden. Anderzijds is een campagne ook de opmaat voor coalitieonderhandelingen na de verkiezingen. Vorm en inhoud kunnen een voorafspiegeling zijn van het kabinet dat daarna wordt gebouwd. Niet alles wat gezegd wordt, kan worden weggezet als retoriek. Het kan later terugkomen.

Het probleem voor Roemer was gisteren daarom niet dat hij de Europese begrotingseisen bagatelliseerde. Dat doet de SP al sinds die eisen bestaan. Het probleem was dat Roemer, die zich uit campagnetactiek opwerpt als het enige alternatief voor premier Rutte, zichzelf buitenspel zette voor de coalitievorming na 12 september. De SP’er beseft dat zelf ook. Want nuancerend zei hij in feite: toch maar niet over mijn lijk.

Met zijn draai heeft Roemer duidelijk gemaakt dat de verkiezingen in belangrijke mate gaan over Europa en over de vraag of en in welke mate Nederland zich een onversneden anti-stem kan permitteren.

Het sentiment van kiezers laat zich niet straffeloos exploiteren. Ook niet door Roemer, weet Roemer nu ook zelf.