Roerende intimiteit bij Miricioiu

Klassiek

Robeco Zomerconcerten: Nelly Miricioiu, sopraan. Gehoord: 16/8 Concertgebouw Amsterdam. ****

Sinds 1984 is Nelly Miricioiu de meest gevierde sopraan in het Amsterdamse Concertgebouw. Ze groeide tijdens haar vele zaterdagse opera-optredens uit tot ´de koningin van de Matinee’. Haar aanhang feestte al als ze de trap afkwam. Ook elders in het land, van Groningen en Drachten tot Maastricht, had ze veel succes. De Roemeense die in Londen woont, voelt zich nergens zo thuis als hier, waar haar wereldcarrière in 1979 begon met het winnen van het Vocalistenconcours in Den Bosch.

Gisteravond was Miricioiu (60) terug in het Concertgebouw en ze begon gedurfd met twee toppers: Casta Diva uit Bellini’s Norma en Puccini’s Vissi d’arte. Eerst klonk ze donker getimbreerd, kracht werd ingewisseld voor aandoenlijke intimiteit en roerende verinnerlijking. Ze werd soms overstemd door het Limburgs Symfonie Orkest dat onder leiding van Jac van Steen ook instrumentale operanummers speelde. De opbouw met losse aria’s was zoals ze vroeger een personage uitbeeldde. In La mamma morta van Giordano en drie Verdi-aria’s was daar steeds meer de nog altijd epaterende Miricioiu.

Het leidde tot ouderwets uitbundige bijval en kreeg ze bloemen uit de zaal. Ze zong nog Puccini’s O mio babbino caro en het spetterende lied Granada. Was het een afscheid? Het leek erop. Haar website vermeldt geen volgende optredens. Miricioiu dankte het publiek en noemde de Grote Zaal ‘de zaal van mijn leven’. Ze zwaaide naar het publiek en het publiek zwaaide terug.