Politie richt bloedbad aan onder mijnwerkers Zuid-Afrika

Na dagen van protest opende de politie gisteren het vuur op stakende mijnwerkers. Er vielen zeker dertig doden. „Er is te weinig veranderd sinds het eind van de apartheid.”

De beelden roepen herinneringen op aan de donkerste dagen van de apartheid: zwaarbewapende politieagenten die het vuur openen op een massa betogers. Het gebeurde gistermiddag in de nederzetting Wonderkop bij de Marikana-platinamijn van mijnbedrijf Lonmin PLC. Zeker dertig stakende mijnwerkers kwamen volgens de politie door de kogelregen om het leven, een onbekend aantal mensen raakte gewond. Sinds de stakingsactie bij de mijn een week geleden begon, zijn er ruim veertig doden gevallen.

Gisteren was ‘D-Day’, had een woordvoerder van de mijn op ongeveer honderd kilometer van Johannesburg ’s ochtends al gezegd. „Vandaag is de dag dat we het geweld willen beëindigen”, beaamde het provinciale hoofd van de politie op televisie. De stakers, die volgens het mijnbedrijf, de overheid en de grootste mijnvakbond illegaal het werk hadden neergelegd, moesten vandaag weer gewoon aan de slag, anders zouden ze hun baan verliezen.

Al de hele week zaten ongeveer drieduizend mijnwerkers demonstratief op een ‘koppie’, een kale heuvel bij het mijnterrein in de omgeving van Rustenburg. De mannen, die onder de grond de rotsboren bedienen, eisten een loonsverhoging van 100 tot 200 procent en weigerden aan het werk te gaanzolang de leiding van Lonmin niet in gesprek wilde. Collega’s die zich wél bij de mijnschacht meldden, werden belaagd. Ook de politie was doelwit: twee agenten werden maandag met kapmessen vermoord en verschillende agenten zouden bij schermutselingen met de mijnwerkers van hun dienstwapens zijn beroofd.

Terwijl de vele honderden opgetrommelde politiemensen gistermiddag probeerden met traangas en waterkanon de kompels uiteen te drijven, stoven de gewapende betogers volgens ooggetuigen ineens het koppie af. De agenten voelden zich bedreigd, zei een woordvoerder gisteravond, en handelden uit lijfsbehoud. Drie minuten lang schoten zij met scherp op de mijnwerkers. Televisiebeelden gingen de wereld over. Toen het stof was neergedaald bleken er veel doden en gewonden te zijn.

Het merendeel van de slachtoffers is lid van een relatief nieuwe vakbond, de Association of Mineworkers and Construction Union (AMCU), die sinds begin dit jaar probeert leden af te snoepen van de traditionele mijnwerkersvakbond, de aan het regerende ANC gelieerde National Union of Mineworkers (NUM). Zij vinden de NUM niet radicaal genoeg. „Er is te weinig veranderd sinds het eind van de apartheid”, zei een mijnwerker die niet met zijn naam in de krant wilde gisteravond in Wonderkop. Hij zei voor gevaarlijk werk nu ongeveer 400 euro per maand te krijgen. „We wonen nog steeds in krotten, terwijl het mijnbedrijf miljoenen verdient.”

Algemeen secretaris Frans Baleni van de NUM, met 300.000 leden nog altijd de grootste vakbond van Zuid-Afrika, verdedigde vanmorgen op radiostation Kaya FM het politieoptreden. „De politie was heel geduldig, maar deze mensen waren zwaarbewapend”, zei hij.

Naast de op de politie buitgemaakte vuurwapens zwaaiden de mijnwerkers al de hele week met machetes en traditionele speren. Volgens de NUM zou een door de rivaliserende vakbond ingehuurde wonderdokter, een sangoma, de mijnwerkers hebben wijsgemaakt dat ze immuun waren voor politiekogels.

De mijnbedrijven spelen de twee vakbonden tegen elkaar uit, meent Baleni. Impala Platinum, de op een na grootste platinaproducent in de wereld, besloot eerder dit jaar de NUM als onderhandelingspartner in te ruilen voor de nieuwe vakbond omdat de NUM niet langer 50 procent van de arbeiders zou vertegenwoordigen. De AMCU is volgens Baleni een creatie van de werkgeversvereniging om de macht van de vakbonden te breken. Maar dat lijkt met de forse looneisen niet erg waarschijnlijk. „Het management van Lonmin is bij deze moorden betrokken”, meent AMCU-voorman Joseph Mathunjwa op zijn beurt.

Het Zuid-Afrikaanse Instituut van Rassenrelaties eist de schorsing van alle betrokken agenten. De liberale denktank vergeleek de situatie vanmorgen met het bloedbad dat politieagenten van het apartheidsregime in 1960 aanrichtten in Sharpeville. Toen vonden na protesten 69 mensen de dood. „Wat de politie ook zegt over provocatie, er is geen rechtvaardiging voor het schieten op een menigte”, zegt directeur Frans Cronje. Sinds drie jaar is in Zuid-Afrika veel discussie over schietgrage politieagenten, vooral bij burgerprotest.

President Jacob Zuma verklaarde „geschokt en verbijsterd” te zijn door het „zinloze geweld”. Hij was in Mozambique voor een topontmoeting van de regionale organisatie SADC, maar besloot vanmorgen terug te keren naar Zuid-Afrika. Vanmiddag bezoekt hij de mijn. Oppositiepartijen vroegen eerder om zijn terugkeer en eisen een diepgaand onderzoek naar het bloedbad. De „cultuur van rebellie, wetteloosheid en geweld als middel van politieke actie” heeft volgens de Inkatha Freedom Party tot het bloedbad geleid.

Mijnbedrijf Lonmin had vanmorgen nog niet gereageerd. Juist gisteren maakte het bedrijf bekend dat bestuursvoorzitter Ian Farmer wegens een ernstige ziekte is opgenomen. Het aandeel Lonmin kelderde vanmorgen. De hoop van het bedrijf dat de stakende arbeiders vandaag het werk zouden hervatten, bleek ijdel: de productie in Marikana ligt stil. Maar ook het koppie nabij de schacht bleef vanmorgen leeg.