Mailen met Barack

Barack en ik mailen elke week wel een paar keer. Laatst nog, vroeg-ie of ik wilde komen basketballen. En een maand geleden was meneer een beetje pissig, omdat Michelle en ik hadden gelachen om zijn grijze haren. Zij begon! Gelukkig mocht ik nog steeds langskomen op zijn verjaardagsfeestje. ‘Should be fun’, mailde hij.

Maar dan moest ik wel eerst 3 dollar doneren en hopen dat mijn naam uit een grote pot wordt getrokken. Want hoe persoonlijk de mailtjes van de familie Obama ook zijn, miljoenen andere mensen ontvangen ze ook.

Obama heeft het liefst dat je via Facebook lid wordt van zijn mailtjesbestand. De aanleiding daarvoor vinden we in een oude vacature op een ICT-nieuwssite. De adverteerder zocht in juli 2011 analisten die conclusies kunnen trekken uit grote hoeveelheden data van kiezers – dataminen heet dat. De toekomstige collega’s?

„We are a multi-disciplinary team of statisticians, predictive modelers, data mining experts, mathematicians, software developers, general analysts and organizers – all striving for a single goal: re-electing President Obama.”

Uiteindelijk zijn er 150 nerds aangenomen. Kortom, achter die vriendelijke mailtjes gaat een oorlogsmachine schuil. Zodra je Facebook-account is gekoppeld, slurpt Team Obama je vriendenbestand en interesses op, zodat de campagnestrategen op postcodeniveau kunnen bepalen wie welke aandacht nodig heeft om tot een verstandige beslissing in het stemhokje te komen. Daardoor is geen enkele campagne-inspanning verspilde moeite, want Obama2012 weet precies waar ze moet mikken. Dat is uniek. Arme Romney, met z’n virtuele schot hagel.

Kunnen we dat in Nederland ook, luidde de hoofdvraag van een politiek debat dat ik laatst modereerde. Slim dataminen, en ondertussen heel persoonlijk mailen? Zoals Michelle doet. ‘He earned every one of them’, schreef ze over Baracks grijze haren. In Nederland vinden we dat al snel nep. Sterker nog, we eisen antwoord op ónze mailtjes. Iemand uit het publiek, Han, stelde een vraag aan kandidaat-Kamerlid voor de PvdA Mei Li Vos. Han twijfelde of hij nog op haar zou stemmen, want drie jaar geleden was hij afgepoeierd door een PvdA’er. Die had ‘lees het verkiezingsprogramma maar’ geantwoord op een vraag die volgens Han ‘de aandacht van de lijsttrekker verdiende’.

Nee, Nederland is te klein voor Amerikaanse campagnes. Als je hier drie maanden lang dezelfde boodschap twittert, ben je zo al je volgers kwijt. Als een politicus niet zelf op Facebook-berichten reageert, is hij een omhooggevallen zak. Datamining zou hier uitgroeien tot een schandaal. „Onze kiezers willen dat helemaal niet”, zei Mei Li Vos. Sociale media mag je in Nederland best voor je politieke campagne gebruiken, maar dan moet je wel echt sociaal zijn.