Lowlands. In de ideale samenleving geven we elkaar een duw omdat het mag

Laten we wel wezen. Zonder LowLands hadden we Flevoland allang weer onder laten lopen. Gemaakte samenlevingen die stuk voor stuk mislukt zijn. Zo bezien mag de meest overbodige provincie het dorpje Biddinghuizen zeer erkentelijk zijn. Hier is het festival der festivals, de samenleving der samenlevingen. Lowlands!

Laat ik dit uitleggen. Tien jaar geleden verloor ik op dit festival mijn onschuld. Lowlands was toen al een begrip. Mijn vrienden en ik kenden de bands niet, we waren zelfs nog nooit naar een concert geweest. Maar één ding wisten we zeker: hier moet gedronken worden, gefeest, gevreeën. Geneukt, zoals men heden ten dage zonder gêne pleegt te zeggen.

Met zo’n instelling moet je nooit een festival betreden. Of juist wel. De avond daarvoor hadden we - uit bezuinigingsoverwegingen - ieder vijf frisdrankflessen gevuld met bier uit de voorraad van onze ouders. Vloeistof die, zo bleek in de rij, niet naar binnen mocht. U begrijpt: stomdronken kwamen we het terrein op. En binnen enkele uren waagde ik me aan het beruchte crowdsurfen: je over de hoofden van de menigte laten voortbewegen naar het podium. Een activiteit waar later verbodsborden voor gemaakt zijn. Een gewild verbodsbord, wat ik later ergens ontvreemd heb ter opsiering van een studentenkamer.

Afijn. Jeugdzonden. Maar wat zijn zonden? Hier op Lowlands wordt de zonde geparodieerd. Neem de pit: een willekeurig iemand een keiharde duw geven. Doe je dat in een discotheek, dan krijg je een klap op je muil. Hier krijg je een duw terug. Vervolgens bemoeit een ander zich ermee. En nog een ander. Binnen enkele minuten ontstaat er een free fight. Een friendly fight. Iedereen duwt elkaar. Gewoon, omdat het kan. Omdat het moet. Een groupshug, maar dan voor echte mannen. Valt er iemand, dan raapt iedereen de persoon op.

Lowlands is geen festival voor vechtmocro’s als Badr Hari of spuugnichten als Erwin Olaf: dat zijn mensen die respect vragen maar het niet geven. Lowlands is een festival voor mensen die elkaars vrienden zijn zonder dat ze elkaar ooit ontmoet hebben. Mensen die elkaar knuffelen, zelfs als ze elkaar niet leuk vinden. Knuffelen omdat het kan, omdat het moet.

Geen haat, geen gedonder, alles is een grapje

Nu, tien jaar na mijn eerste Lowlands-ervaring, vraag ik me als journalist één ding af. Is de samenleving hier in Biddinghuizen veranderd? Is er in de tussentijd iets gebeurd? Als ik afga op het tafereel in de 24-uurstent is alles nog hetzelfde. Jongeren zijn nog steeds jongeren. Er wordt met bier gekeild, geduwd en gestoeid. Er is geen haat, geen nijd, geen gedonder zoals we in het nieuws lezen. De tijd staat hier stil. Hier doen mensen weliswaar dingen die niet gepast zijn, maar het is nooit gemeend. Het is een grapje. De ideale samenleving is een grapje: een gemeenschap waarin mensen tegen een stootje kunnen. Jawel, Lowlands is nog niet multiculti, maar dat hoeft niet te betekenen dat allochtonen ook hier niet hun eigen identiteit kunnen vieren. Spanningen smelten hier als sneeuw voor de zon. Crowdsurfen met een hoofddoekje, dat kan hier.

De 24-uurstent is overigens een begrip. Het is namelijk een tent die 24 uur open is. Althans, dat was zo. Het is nu een 16-uurstent. Geen idee waarom, er zijn tenslotte genoeg mobiele apothekers die je die 24 uur door kunnen helpen met oppeppende middelen. Met de juiste XTC of coke kom je hier dag en nacht door (waarmee ik als mediapartner van Lowlands niet suggereer dat hier drugs te krijgen is).

Hoewel het festival officieel pas vrijdagmiddag begint is de 24-uurstent op de nacht van donderdag op vrijdag voller dan de populairste clubs van het land. Hier worden letterlijk mensen op handen gedragen. Crowdsurfen, zoals ik tien jaar geleden deed, en nooit meer zal doen (ik ben toen nogal hard op mijn achterhoofd gevallen toen de muziek stopte). En wat opvalt: het publiek is meegegroeid, opgegroeid met Lowlands: niet allemaal tieners, twintigers, maar ook dertigers. Lowlands versloeg cultuur, Lowlands werd cultuur.

Zonder drugs prima vol te houden

Afijn. Het is nu kwart voor zes in de nacht. Ik tik dit stuk nu op Camping 3. Voor een tent die ik vanmiddag heb gekocht. Een pop-up-tent, in vijf minuten opgezet, en zo ziet deze accommodatie er ook uit. Maar ik heb ook verplichtingen. Als participatieve journalist moet ik door. Doorgaan. Zoals een man altijd door moet gaan. Niet inzakken, maar doorgaan. Doordrinken, doordansen. Door, door, door!

Zeker nu. Want mijn collega Hans Klis gaat op dit moment voor het wereldrecord 24 uur in de 24-uurstent. Eén probleem. De tent gaat niet meer 24 uur door, zoals ik al schreef. En daarom zal ik hem vergezellen naar een afterparty. Ik ben zijn jurylid, zodat u er later vanuit kunt gaan dat zijn verslag waarachtig is. Hans is een baas: hij kan zonder pillen wat de beste atleten niet kunnen zonder paardendrugs. Op levensenergie maakt hij de tijd vol. Zo bezien is hij de levende reclamespot tegen harddrugs. Hij zal verslag uitbrengen van een festival zoals er nog nooit verslag is uitgebracht van een festival. Participatieve journalistiek zoals participatieve journalistiek ooit bedoeld was. Volg hem op Twitter: @rechterhans.

Tot zover een Lowlands-beleving terwijl Lowlands nog niet eens officieel begonnen is. Onder invloed geschreven, weliswaar, maar dat mag de pret niet drukken. Integendeel. Ik ga nu bier gooien over concurrerende journalisten. Ze een duw geven. Een pit bouwen. Omdat het kan, omdat het mag. Het wordt al licht.

Reageer ook op twitter: @stevendejong