Ik heb haast. Ik ben ziek en ik ga dood

Ronald (33) doet mee aan het tv-programma Over mijn lijk. Hij is ongeneeslijk ziek. „Ik heb geleerd dat je zelf het leven mooi moet maken.”

Gisteren begon het vierde seizoen van Over mijn lijk. Een programma van BNN waarin vijf jonge mensen die ongeneeslijk ziek zijn een jaar lang worden gevolgd.

Van die vijf zijn er nog twee in leven.

Ronald is een van hen. Hij wil wel over zijn deelname vertellen, maar zijn achternaam hoeft niet in de krant. „Je wilt niet weten hoeveel e-mails ik nu al krijg met adviezen, alternatieve therapieën, you name it. Op het fanatieke af.”

Ronald is 33, woont in Tilburg en is getrouwd met Danielle. Begin 2010 hoorde hij dat hij vader werd. Twee weken later dat hij dood zou gaan. De diagnose: uitgezaaide darmkanker.

Niet lang daarna plaatste hij een brief online – op Facebook, op Hyves en op het ijshockeyforum waarop veel bekenden actief zijn. Hij richt zich daarin tot vrienden, kennissen, tot iedereen eigenlijk. Ik heb kanker, staat er. Ik ga dood.

Ronald praat over zijn ziekte zoals hij over alles praat: nuchter en met soms gitzwarte humor. Zijn status op Facebook? ‘Fulltime kankerpatiënt bij het UWV’.

Hoe gaat het met je?

„Ik ben ziek, maar ik voel me niet ziek. Ik ben niet misselijk. Ik heb geen pijn. Ik kan alleen geen rondjes rennen, maar dat deed ik voordat ik ziek werd ook al niet.”

Wat deed je voor je ziek werd?

„Ik was operations manager in een callcenter in Eindhoven. Ik stuurde een groep mensen aan. Het was de baan waar ik al jaren van droomde. Maar toen ik eindelijk die stap omhoog had gemaakt, werd ik ziek. Toen was het uit met de pret.”

Je werkt niet meer?

„Ik heb meteen gezegd: ik stop met werken. Vanaf nu gaan we alleen nog maar leuke dingen doen.”

Meteen?

„Je bent wel even verdrietig, natuurlijk. En je denkt waarom stoppen ze er niet gewoon een verse, nieuwe lever in? Maar de artsen hebben heel vakkundig alle hoop bij me weggenomen. Ze zeiden direct: wij kunnen jou niet genezen. We kunnen je leven alleen een beetje verlengen. Kijk – dat is mijn stijl. Ik houd niet van een slechte boodschap in cadeauverpakking.”

Waarom niet?

„Omdat je verder moet. Ik heb haast. Ook omdat we net wisten dat Danielle zwanger was. Vroeger wilde ik van alles, maar schoof het voor me uit. Nu is het: ik wil nog eens naar Canada. En volgende week hebben we tijd. Raar misschien, maar op de een of andere manier heeft dat mijn leven verrijkt. Normaal gesproken zou ik nu vijftig uur per week werken. Zou ik mijn kindje alleen zien vlak voor ze naar bed gaat. Nu zijn we er iedere dag voor haar. Dat heeft mijn leven mooier gemaakt. Enige nadeel: het duurt zo kort.”

Op internet plaatste je een brief waarmee je iedereen liet weten: ik ga dood. Waarom?

„Ik wilde het niet tweehonderd keer opnieuw vertellen. Het is al erg genoeg. En ik wilde laten weten waar ik behoefte aan heb. Dat ik niet zit te wachten op treurnis, op verdriet. Ik zie al zoveel dokters – het gaat al zo vaak over mijn ziekte. Ik dacht: ik kan ze beter vragen om bij me aan te bellen, om iets leuks te gaan doen.”

En gebeurt dat?

„In de praktijk natuurlijk veel minder vaak dan je hoopt.”

Meedoen aan Over mijn lijk, dat is ook leuk?

„Toen die mail kwam van Over mijn lijk – ze hadden mijn brief online gelezen – wist ik meteen: dat wil ik. Kijk, natuurlijk word je het liefst niet gevraagd. Want meedoen betekent: je gaat dood. Maar ik bén nou eenmaal ziek. Voor mij was dit een kans om voor Evi (zijn dochter, red.) een document te maken. We hadden ook zelf de camera kunnen pakken, maar dan was het nooit zo mooi geworden. Ik vind het een geruststellende gedachte dat Evi straks een filmpje op kan zetten. Dan is haar vader er ook een beetje bij.”

Maar dat document ziet ook heel Nederland.

„Dat vond Danielle vooral moeilijk. Ze zei: ik wil niet dat ze dan straks bij de slager zeggen ‘Och daar heb je dat arme vrouwke met haar kindje en haar man ligt op sterven’. Ik vind die aandacht juist wel leuk. Ik sta gewoon graag op het podium – speelde altijd al in bandjes. (Lacht) Nu kom ik toch nog op televisie. ”

Keek je zelf naar Over mijn lijk?

„Het vorige seizoen heb ik gevolgd. Toen dat werd uitgezonden, had ik net de diagnose darmkanker gekregen. Toen vond ik het boeiend om te zien hoe mensen van mijn leeftijd met de dood omgaan. Iemand zocht bijvoorbeeld vast een plekje uit, waar hij wilde liggen. Dan vroeg ik me af, wil ik dat ook? En bloemen op de begrafenis? Muziek? Elke uitvaart is als een generale repetitie. Ik ben iemand die graag alle opties weegt, voor ik iets besluit.”

En?

„Echte beslissingen heb ik nog niet genomen. Omdat ik het einde nog niet voel naderen. Maar het is goed om er niet te ingewikkeld over te doen. Er ligt in Nederland een taboe op doodgaan. Als je zegt: ik ben ziek en ik ga dood, dan reageren mensen ongemakkelijk. Lacherig soms. Maar jij gaat óók dood. En het is ergens zelfs wel spannend. Je krijgt antwoord op een van de meest existentiële vragen die de mensheid bezighoudt: wat is er na de dood?”

Dacht je daar twee jaar geleden ook zo over?

„Nou, dat kwam vooral na de dood van mijn vader, in 2008. Ik realiseerde me dat je zelf iets van het leven moet maken. En vooral: je moet in jezelf geloven. Mijn vader deed dat niet meer. Toen ging hij dood.”

Je ziet een verband?

„Hij was zijn baan kwijtgeraakt. Hij zou zijn huis worden uitgezet. Er lag zo’n stapel brieven met ‘In naam der Koningin’ erop – en wij wisten van niets. Hij was 58 en kreeg een hartstilstand. Midden in de nacht ging hij dood.

„Ik heb geleerd dat je zelf het leven mooi moet maken. Het kan namelijk ineens zo afgelopen zijn. Dat is de boodschap voor mijn dochter. En dat is waar ik nu mee bezig ben.”

En lukt dat?

„Dat lukt de laatste twee jaar beter dan ooit.”