Hobby's en slobbertruien

Lijsttrekkers doen hun best om menselijk over te komen. Vergeet het maar, zegt Floor Rusman.

Na een warmloopperiode van enkele maanden is de campagne eindelijk begonnen. Het verloop ervan is nu al uit te tekenen. Wilders zegt steeds driestere dingen over dictaten en bureaucraten uit Brussel. Alexander Pechtold gaat tegen hem in met gespeeld-geamuseerde kwinkslagen. Diederik Samsom probeert Roemer te verslaan door zo vaak mogelijk de woorden ‘sociaal’, ‘verantwoordelijk’ en ‘PvdA’ met elkaar in verband te brengen. En Mark Rutte zegt niks, hij lacht alleen maar.

Voor de liefhebbers van matig acteerwerk zal er veel te genieten zijn. Maar zal de campagne ook het vertrouwen van burgers in de politiek herstellen? Ik denk het niet. De reden dat politici niet worden vertrouwd, is namelijk dat ze er geen aanleiding toe geven.

Politieke kopstukken proberen nu meer dan ooit menselijk over te komen. Ze gaan op de foto met hun kat, laten hun familieleden figureren in filmpjes (zie Samsoms gehandicapte dochter) en vertellen over hun hobby’s. Maar als ze uitspraken doen over politiek en beleid, verdwijnt alle menselijkheid naar de achtergrond. Ineens spelen ze de rol van onfeilbare allesweters. Dit is bijvoorbeeld duidelijk als het gaat om Europa. „Euro-obligaties zijn de oplossing voor de crisis en helemaaaal niet slecht voor de rente”, orakelt de een. „Het is een ramp als Griekenland de eurozone verlaat”, voorspelt de ander. Ondertussen voelen we allemaal aan dat niemand zeker weet wat het beste is en hoe dit avontuur zal aflopen.

Voor twijfel en voortschrijdend inzicht is in de politiek echter geen ruimte. Een politicus moet pretenderen iets zeker te weten. En als hij gaandeweg van mening verandert, moet hij zijn eerdere standpunt gewoon ontkennen. Een goed voorbeeld is Mark Rutte. Deze ‘great communicator’, zoals hij direct na zijn aantreden werd genoemd, grossiert in het doen van stellige uitspraken. Zo zei hij in 2010 nog dat hij niets wilde veranderen aan de hypotheekrenteaftrek. Afgelopen voorjaar besloot hij deze toch in te perken. De great communicator legde niet uit waarom hij van gedachten was veranderd. Hetzelfde geldt voor Jolande Sap, die terugtrekking uit Kunduz beloofde wanneer de civiele missie zou ontaarden in een vechtmissie. Toen zoals verwacht bleek dat de opgeleide agenten zich niet alleen bezighielden met ‘bonnen uitdelen’, bleef Sap stil.

Waarom kan een politicus niet zeggen: „Ik zei vorig jaar A, maar door nieuwe inzichten/veranderde omstandigheden geloof ik nu in B”? Of: „Ik denk dat A de beste oplossing is, maar ik weet het niet zeker; geef me de kans het te proberen”? Toen Hans van Mierlo in 2010 overleed, werd in meerdere necrologieën gememoreerd dat hij eens „ik weet het niet” had geantwoord op de vraag van een verslaggever. Deze openlijke twijfel werd overal geprezen, maar vindt tot nu toe geen navolging.

Misschien is het naïef om te denken dat politici overleven wanneer ze hardop twijfelen en eerdere uitspraken terugnemen. Maar in een tijd waarin menselijkheid wordt gezien als een politiek wondermiddel, zouden politici zich deze ‘zwaktes’ moeten kunnen permitteren. Dat wekt meer vertrouwen dan het dragen van een slobbertrui of het zoenen van je vrouw in een campagnefilmpje.

Floor Rusman (26) is historica en freelance journalist.