Eerste Lowlandsdag wordt vormgegeven door nieuwe helden

Foto NRC / Andreas Terlaak

Als er iets duidelijk wordt op de eerste dag van Lowlands zoals die tot nu toe verloopt, dan is het dat het snel kan gaan. De tenten stroomden vandaag over bij acts die ons vorig jaar nog weinig tot niets zeiden.

Betekende Django Django in augustus 2011 al meer dan slechts twee keer hetzelfde vrolijk klinkende woord achter elkaar? Voor de meeste mensen niet. Maar een ijzersterk debuutalbum die Beach Boys-zorgeloosheid aan eighties-dance koppelt zorgt ervoor dat de Bravo - toch geen kleine tent - ’s middags uitpuilt. Wie pas vijf minuten van tevoren aan komt lopen, moet het doen met een plekje op het gras. De snelle populariteit is voor een belangrijk deel te danken aan het pakkende hitje ’Default’(zie onder), maar het feest duurt gewoon het volle uur. Een van de grootste optredens van deze Lowlandsdag - al krijgen we de onbetwiste uitschieter, The Black Keys, straks nog. 

Een van de openers vandaag was Cloud Nothings, een bandje uit Cleveland, Ohio. Frontman Dylan Baldi startte er ooit mee om nog iets te doen te hebben naast studeren, maar dat liep al snel uit de hand. ’Attack On Memory’, het album dat begin dit jaar uitkwam, gaat terugkomen in de jaarlijstjes. Het is zonde dat de nuances verdrinken in de muur van geluid die ze de India voorschotelen, maar indrukwekkend is het desalniettemin. Prijsnummer ’Wasted Days’, in de studieversie al negen minuten lang, wordt nu opgerekt tot een krijsend epos van bijna een kwartier. Cloud Nothings - plotseling een band om rekening mee te houden. 

Het misschien wel beste voorbeeld van hoe snel het kan gaan, is Ben Howard. De singer-songwriter heeft op het oog niets wat hem van zijn genregenoten onderscheidt - zelfs zijn naam is inwisselbaar - maar even na etenstijd, wanneer de zon eindelijk wat aan kracht begint in te boeten, legt hij de Grolschtent schijnbaar moeiteloos aan zijn voeten. Ben (en band) zien dat buiten de Lowlanders nog rijendik naar hem staan te kijken, en dat onder zijn regie ook de achterste delen van de tent de handen op elkaar slaan. Zijn nummers kunnen omslaan van een liefdesliedje naar een Mumford & Sons-achtige ’hoedown’ (als we het toch hebben over bands waar het hard mee gegaan is). Met de hit ’Keep Your Head Up’ (zie onder) tegen het einde is zijn triomf compleet. 

Howard stond hier vorig jaar ook, toen anoniem in de vele malen kleinere Lima. Uit een kleine rondvraag onder de toehoorders blijkt zelfs dat meerderen dat niet weten. De doorbraak kwam pas in de twaalf maanden daarna. ’Was ik er toen maar heengegaan’, zegt iemand. ‘Dan had ik nu kunnen zeggen dat ik hem al heel lang ken.’