Een sprankelende ode aan Charles Dickens

L. Shepherd: Kerkhof in Londen. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 335 blz. € 19,95 ****

Hoe moeten we zoiets noemen; een zelfstandige echo? De Britse auteur Lynn Shepherd maakt er geen geheim van dat haar roman Kerkhof in Londen sterk leunt op het werk van Charles Dickens en Wilkie Collins, maar haar boek is uitstekend te volgen voor lezers die deze 19de-eeuwse schrijvers niet in de kast hebben staan.

Shepherds roman zit vol vertrouwde Victoriaanse thema’s. De jonge Maddox, die privédetective werd nadat zijn carrière als politieman in de kiem was gesmoord, wordt in het Londen van 1850 geconfronteerd met kindermisbruik, corruptie, afpersing en moorden. Gesteund door zijn dementerende oudoom, vroeger een vermaard speurder, probeert Maddox een netwerk te ontrafelen waarin de geslepen advocaat Edward Tulkinghorn een centrale plaats inneemt. Tulkinghorn komt rechtstreeks uit Bleak House van Charles Dickens, en een van zijn cliënten, Percival Glyde, zou de lezer eerder kunnen zijn tegengekomen in De vrouw in het wit van Wilkie Collins. Shepherd slaagt erin de plots van beide romans met elkaar in verband te brengen. Knap en inventief, maar als het alleen daarom ging, zou Kerkhof in Londen niet interessant zijn.

Shepherd doet meer. Sinds de dagen van Dickens en Collins zijn ruim 150 jaar verstreken en Shepherd kan veel verder gaan in het beschrijven van menselijke afwijkingen en perversiteiten dan haar voorbeelden. Dat maakt Kerkhof in Londen tot een commentaar, een aanvulling, op de populaire Victoriaanse romans. Met het gereedschap van nu schept Shepherd een grimmigere, desolatere wereld.

Een pastiche is haar roman niet. Shepherds project is niet ironisch. De verleiding is groot om Kerkhof in Londen als een correctie op de Victoriaanse roman te zien (‘kijk eens, dit durfden ze toen niet te schrijven, en ik durf het wel’), maar dat veronderstelt een arrogantie en een neerbuigendheid die bij Shepherd geheel ontbreken, zoals ook blijkt uit het nawoord waarin ze haar aanpak verklaart en haar bronnen noemt. Als er een etiket op haar roman moet worden geplakt, lijkt het woord ‘hommage’ nog het meest van toepassing.

En het is een levendige, spannende hommage geworden. De eigenlijke hoofdpersoon is niet de speurder Maddox, maar het Victoriaanse Londen. Vooral de ellende van de sloppen en de stegen wordt door Shepherd uitgebreid beschreven: ‘Meer dan twee miljoen zielen, en minstens een derde daarvan verzonken in een permanente en weerzinwekkende armoede…’

Deze gidsrol neemt Shepherd bewust op zich. Nergens verbergt ze haar 21ste-eeuwse blik. Zo wordt Maddox in zijn strijd tegen het heersende onrecht zowel voortgestuwd als tegengewerkt door zijn eigen jeugdtrauma’s. Ook de dementie van Maddox’ oudoom wordt in moderne termen beschreven. Wanneer Maddox na een heftige confrontatie moeite heeft de draad weer op te pakken, schrijft Shepherd: ‘Wij zouden het posttraumatische stress noemen en ons afvragen hoe hij een dergelijke ernstige verwonding ooit te boven zou komen […]’

Zo’n benadering lijkt misschien geforceerd en geconstrueerd, maar het werkt wel. Als lezer weten we tenslotte dat we een 21ste-eeuwse variant op een Victoriaanse roman lezen, en Shepherd durft daar op in te spelen door haar kaarten op tafel te leggen. Juist als ze dat niet zou doen, zou de roman geforceerd overkomen. Nu weet iedereen waar hij aan toe is.

Kerkhof in Londen een mooi literair spel en een spannende roman, waarin het toeval wel een iets te grote rol speelt. Ook al is het zonder voorkennis uitstekend te volgen, toch doet het boek je teruggrijpen naar de romans waarop het is geïnspireerd. Dat lijkt dan ook precies de bedoeling van de auteur.