'Dit is geen gruwelijk beeld, de gebeurtenis is gruwelijk'

Nrc.next plaatste gisteren paginagroot een foto van een dode Syrische baby. Er kwamen zowel positieve als boze reacties. „Ik voel mij als lezer niet serieus genomen.”

„Heftig en mooi tegelijk”, twitterde een lezer over de foto die nrc.next gisteren plaatste in de rubriek In Beeld. Ook schreef een lezeres naar de redactie: „Wat mooi en gruwelijk tegelijk [...] Inderdaad, een foto zegt meer dan heel veel woorden.” Lezers reageerden op een paginagroot beeld van Reuters-fotograaf Goran Tomasevic waarop een dode baby is te zien die in de Syrische stad Azaz uit het puin wordt opgegraven.

In het fotobijschrift stond aangegeven dat de redactie van next discussie voerde over de foto maar toch koos voor plaatsing. „Dit is fotojournalistiek pur sang”, aldus fotoredacteur Nicole Robbers. Op de plaatsing kwamen ook negatieve reacties binnen van lezers die het ongepast vinden dat een dergelijk heftige foto de krant haalt. Een aantal overwoog hun abonnement op te zeggen, onder wie iemand die schreef: „Ik voel mij als lezer niet serieus genomen.”

Fotoredacteur Robbers, die eergisteren samen met avondchef Hendrik Spiering besloot om het beeld te plaatsen, noemt het „verrassend” dat er toch ook positieve reacties op de fotokeuze zijn gekomen. „Het bewijst dat je de lezer met dit soort beelden kunt confronteren”, meent ze. De fotoredacteur heeft de keuze „niet zomaar” gemaakt. Zoals al in het fotobijschrift stond vermeld, kon de redactie gisteravond kiezen tussen een mooie foto van een babyolifantje of een foto van Indiërs die met vliegers onafhankelijkheidsdag vieren. „We hebben er uitgebreid over gesproken”, aldus Robbers. „Maar ik vind dit geen gruwelijk beeld, de gebeurtenis is gruwelijk, dat verschil halen mensen nog wel eens door elkaar.”

Ook Spiering staat nog steeds achter de beslissing. „We hebben een journalistieke keuze gemaakt. Dit is een knappe foto van de felle strijd in Syrië waar burgerslachtoffers vallen. Het is belangrijk nieuws dat nu plaatsvindt. De baby is een evident symbool voor de vele onschuldige slachtoffers die in dit conflict worden gemaakt. Dat is de realiteit.”

Willem Schoonen, hoofdredacteur van dagblad Trouw, kijkt anders aan tegen de keuze. „Wij zouden die foto niet plaatsen. Het is te gruwelijk. Bij onze lezers vormen dit soort beelden een gevoelig punt. Zij klappen de krant dicht als ze zoiets zien en lezen dus niet meer. Daarmee schieten wij ons doel voorbij.” Toen in 2002 de Volkskrant de foto die Robin Utrecht maakte van de vermoorde Pim Fortuyn groot op de voorpagina plaatste, besloot Trouw ook dit beeld niet te gebruiken. „Je wilt het verhaal natuurlijk vertellen”, zegt Schoonen. „Toch zijn we terughoudend met dit soort beelden. We willen grenzen stellen.”

„Ik denk dat de woede van de lezer in eerste instantie is gericht op de boodschapper, terwijl men in feite boos is op de dader”, zegt Arno Haijtema, voorzitter van het bestuur van de Zilveren Camera. In zijn voormalige functie als chef fotografie bij de Volkskrant zou hij de foto wel hebben geplaatst. „Je moet je lezers niet overvoeren met al te bloederige beelden, maar dit hoort nu eenmaal bij de fotojournalistiek.” Volgens Haijtema waren er in het aanbod van Reuters veel heftigere beelden die Tomasevic van dezelfde baby maakte. „Dit is een relatief ‘schone’ foto. Je ziet wat er aan de hand is, maar het allerergste word je bespaard.”

Freelance fotograaf Martijn van de Griendt vindt dat fotoredacties dit soort beelden moeten plaatsten. „Absoluut. Maar ik volg Syrië niet en hoef die ellende niet te zien. Ik ben dit jaar ook niet naar World Press Photo gegaan. Geef mij maar een boek met goede documentairefotografie.” Fotograaf Robert Goddyn, die onlangs in Syrië was, vindt ook dat zulke foto’s geplaatst moeten worden. „Lezers willen wel de waarheid zien, maar als ze die onder ogen krijgen is het weer te confronterend. Dat is niet consequent.”