Dertig jaar beursgekte

Henry Kaufman bouwde in de jaren zeventig een reputatie op als ‘dr. Doom’ vanwege zijn pessimistische voorspellingen. Exact dertig jaar geleden werd hij een optimist – de langstdurende stijging van aandelenkoersen was begonnen.

Vandaag is het dertig jaar geleden. Op die zeventiende augustus 1982 vergaderde de directie van het financiële handelshuis Salomon Brothers in het Waldorf Astoria hotel in New York. De bijeenkomst is nog niet begonnen. In de hoek van het zaaltje staat hun topeconoom Henry Kaufman te bellen. Op een vaste lijn, want dit is het pre-mobiel tijdperk.

Kaufman heeft op Wall Street naam gemaakt als een van de eerste economen die zich specialiseren in de wisselwerking tussen grote banken en beleggers, trends op de financiële markten en de consequenties daarvan voor het dagelijks leven, zoals de hoogte van de rente en de economische groei. Toen hij kwam werken bij ‘Solly’ – zoals de handelsfirma op Wall Street soms liefkozend wordt genoemd – was hij daar de eerste die een wetenschappelijk proefschrift had geschreven. Vandaar zijn aanspreektitel binnen de firma: altijd dr. Kaufman.

Salomon is de grootste handelaar in Amerikaanse staatsobligaties. Op de handelsvloer heersen de mannen met de wijsheid van de straat, maar de analyse is van dr. Kaufman, alias dr. Doom. Een bijnaam met een reden. Dit zijn zwartgallige tijden. De naweeën van de tweede oliecrisis van 1979. Vechtpartijen aan de pomp in Californië. De Verenigde Staten worden politiek vernederd door de gijzeling van ambassadepersoneel in Iran in 1980. De inflatie giert omhoog, de economie verkruimelt, met toch kleine lichtpuntjes. Een daarvan: in december 1980 gaat Apple Computers naar de beurs. Maar aandelenbeleggingen zijn in deze periode totaal uit de gratie geraakt. Wie in 1972 aandelen had gekocht had in 1982 nog steeds niks verdiend.

Maar Kaufman glorieert. Zijn sombere prognoses over oplopende inflatie en stijgende rente zetten koersen en markten in beweging. In december 1980 bereikt de rente die banken aan hun beste klanten rekenen, de zogeheten prime rate, het recordniveau van 21,5 procent. De werkloosheid stijgt tot meer dan 10 procent.

Op 12 augustus 1982 zakt de Dow Jones beursgraadmeter naar 777. Dat bleek, achteraf, het dieptepunt. Vijf dagen later zit de top van Salomon daar in het Waldorf Astoria hotel. Kaufman legt de telefoon neer en een van zijn collega’s die wat van zijn woorden had opvangen vraagt: wie had je daar eigenlijk aan de lijn? M’n assistente, zegt Kaufman. Ze kon een zinnetje niet goed lezen. Hij schrijft een wekelijks nieuwsbrief, getiteld Comments on credit, met zijn stemming van de markten en de economie.

Die dag verschijnt een nieuwe aflevering.

Ik heb mijn mening over de obligatiemarkt gewijzigd, zegt Kaufman daarin. Ik denk dat de rente gepiekt heeft, dat de centrale bank het monetaire beleid gaat versoepelen en dat de economie dankzij de rentedaling weer gaat aantrekken.

Dr. Doom was op slag een optimist. De toonaangevende Dow Jones beursgraadmeter steeg die dag met 39 punten, toentertijd een recordsprong. De daaropvolgende dag werden op de Amerikaanse beurs voor het eerst meer dan 100 miljoen aandelen verhandeld. De langstdurende haussemarkt in aandelen was begonnen. Eind 1982 stijgt de Dow tot boven de 1.000. Begin januari 1987 tot boven 2.000. In de tweede helft van de jaren negentig wordt het tempo halsbrekend. De Dow passeert de ‘magische’ 10.000-grens op 29 maart 1999.

De aandelenhausse eindigt pas in de financiële crisis na het bankroet van zakenbank Lehman op 15 september 2008. Of niet? Duurt ‘ie nog steeds voort, maar wisselvalliger...?

Een jubileum van dertig jaar. Toen crisis, nu crisis. Wat zijn de verschillen tussen 1982 en van 2012? Zijn er overeenkomsten?

Kijk naar een kwartet economische kenmerken: rente, inflatie, beleggers en bedrijfswinsten. Eerst de rente en inflatie. De inflatie in Nederland ligt nu rond de 2 procent, dat was 30 jaar geleden rond de 6 procent. Bij de rente is het verschil nog dramatischer. Nu minder dan twee procent voor bijvoorbeeld de Amerikaanse en de Nederlandse overheid. Toen, op de piek, voor Nederland 11 3/4 procent.

De Dow Jones graadmeter van 777 heeft niemand meer terug gezien. Nu staat de Dow op bijna 13.000, dat is een verdubbeling ten opzichte van het dieptepunt op 9 maart 2009. Met de AEX graadmeter is het slechter afgelopen: gestart in 1983, piekte op 702 in september 2000, maar nu rond 320.

Andere verschillen tussen 1982 en nu liggen meer verscholen onder de oppervlakte. De aandelenhausse die in 1982 op gang kwam, zette twee generaties aan het beleggen. Zij bekeerden zich tot de cult of equity, het ‘geloof’ dat aandelen op langere termijn een superieure belegging zijn. Dat deden zij niet alleen zelf, belangrijker is nog dat de beheerders van hun pensioenfondsen dat deden. In 1982 waren er zo goed als geen Nederlandse pensioenfondsen die na de waardevernietigende jaren zeventig nog in aandelen belegden. Nu zijn aandelen en vergelijkbare rechtstreekse belangen in bedrijven eenderde van hun beleggingen, goed voor 287 miljard euro. Het stuwmeer van geld dat zijn weg zocht naar aandelen dreef samen met de dalende rente en de dalende inflatie de koerswinsten van beleggers in de hausse.

Het vierde kenmerk zijn de bedrijfswinsten. Een van de meest opvallende karakteristieken van de aandelenhausse is eerst het herstel en vervolgens het blijvend hoge niveau van de bedrijfswinsten. Dat is een internationaal fenomeen. In Nederland ontvangen werknemers 82 procent van de nationale productie van goederen en diensten, kapitaalverschaffers en ondernemers ruim 18 procent. De afgelopen jaren had hun aandeel in de ‘nationale koek’ uitschieters tot boven de 20 procent. Dat was dertig jaar geleden op zijn best 11 procent.

Die cijfers illustreren dat machtsverhoudingen in het bedrijfsleven én de economie de laatste dertig jaar zijn verschoven naar beleggers en topmanagers. Hun doen en laten, hun fusies, overnames, ontslagrondes, faillissementen en technologische doorbraken beheersen de economie en politici hebben daar op grote schaal extra ruimte voor geboden. Zoals de advertentietekst van de zalmroze Britse zakenkrant zegt: We live in Financial Times. Zonder deze trend zouden de rangen van zakenbanken, advocaten en adviseurs niet zijn aangezwollen. De gevolgen daarvan kruipen onder de huid van de gewone burger. De toegenomen inkomensongelijkheid, in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk overigens nog veel meer dan hier, is een rechtstreeks gevolg van die stijgende beurskoersen. Naarmate een groter deel van de beloning van (top)managers en werknemers in aandelen wordt uitbetaald en dienstverleners, zoals zakenbanken, een percentage ontvangen van de waarde van fusie en overnames, groeien de verschillen.

De voorspelling van de rentedaling was een schot in de roos, maar bezegelde het lot van Kaufman zelf. Zwartgallige prognoses waren niet meer in zwang. Zij waren hooguit nog een curiosum. De aandacht verschoof naar analisten die meer op internationale aandelenmarkten waren gericht, zoals de onlangs overleden Barton Biggs en Byron Wien. Het zou tot 2008 duren voordat de titel dr. Doom een waardig opvolger vond in de persoon van Nouriel Roubini met een trefzekere prognose van die het instorten van de Amerikaanse huizenmarkt.

Kaufman vertrok in 1988 bij Salomon en begon zijn eigen adviesbureau. Hij bleef fulmineren tegen de schadelijke gevolgen van financiële deregulering en de onuitroeibare gewoonte van overheden om alsmaar meer schulden te maken.

Het zou verkeerd aflopen. En het liep verkeerd af. Die knotsgekke mannen op die knotsgekke financiële markten vielen in 2008 door de mand. Citigroup – het financiële conglomeraat met bank-, verzekerings-, beleggings- en financiële handelszaken, dat in de jaren negentig ook Salomon Brothers had opgeslokt – moest van een faillissement gered worden door de Amerikaanse overheid.

Het was weer even zoals begin jaren tachtig. Financiële angst en omvallende banken. Als Kaufman topman Walter Wriston van Citibank, tegenkwam zuchtend onder vastgelopen leningen aan schuldenlanden als Brazilië en Polen, vroeg Wriston quasi-serieus: en, loopt de wereld al op zijn eind? Waarop Kaufman steevast antwoordde: niet zolang Citibank nog geld kan lenen van de Amerikaanse centrale bank.

In 2008 was geld niet genoeg, maar moest de overheid tweemaal bijspringen met samen 45 miljard dollar aan kapitaalinjecties.

Menno Tamminga