De postmarkt bestaat niet

De postmarkt is een communicatiemarkt, zegt Ger Jacobs commercieel directeur van PostNL. „De Postwet loopt volledig achter de feiten aan.” Zijn bedrijf moet overleven in een markt die snel krimpt.

Foto Peter Hilz

Enigszins verhit komt Ger Jacobs de vergaderruimte binnen lopen. De commercieel directeur van PostNL heeft zojuist een ingewikkeld gesprek gevoerd met vertegenwoordigers van de Opta, de toezichthouder voor de post- en telecomsector. Jacobs draait aan de thermostaat aan de muur: „Vinden jullie het ook zo warm hier?”

Het moeilijke gesprek met de Opta ging over schending van het briefgeheim. Als bezorgers van PostNL de post niet in één ronde kunnen meenemen, stallen ze hun postzakken bij bij zogeheten ‘steunpunten’: de entree van een verzorgingshuis, de kassa van de lokale Bruna. Maar volgens de wet mag de post niet onbeheerd worden achtergelaten – ook niet voor even. Bij controles in diverse steden hebben ambtenaren van de Opta overtredingen geconstateerd. Als PostNL zijn leven niet betert, dreigen er boetes die kunnen oplopen tot 450.000 euro.

Ziehier een voorbeeld van de ingewikkelde regelgeving waarmee zijn bedrijf te kampen heeft, verzucht Jacobs. „Oud denken.” Want hoe waterdicht is het briefgeheim nou écht? „99,9 procent van de post wordt correct bezorgd. Maar een foutmarge van één op duizend betekent dat er elk dag 14.000 brieven in de verkeerde brievenbus vallen.” Jacobs heft de handen ten hemel. „Veertienduizend brieven! Hoe bedóel je briefgeheim?”

De ontboezemingen van Ger Jacobs zijn niet alleen toe te schrijven aan het extraverte karakter van de commercieel directeur. Jacobs heeft zorgen. PostNL moet zien te overleven in een markt die wegsmelt als sneeuw voor de zon. Alleen al in het afgelopen jaar liep het aantal poststukken in Nederland terug met ruim 7 procent. PostNL moet kosten besparen – 300 miljoen euro per jaar, zo is het plan. Maar na ernstige problemen met de bezorging is een omvangrijke reorganisatie voorlopig stilgelegd. Andere bezuinigingen stuiten op de strenge bepalingen van de Postwet. PostNL mag de prijs van de postzegels niet zomaar verhogen. Het bedrijf moet zes dagen per week brieven bezorgen. En PostNL is verplicht om het landelijk dekkende netwerk van postkantoren en brievenbussen in Nederland – om de 500 meter een brievenbus in stedelijk gebied – in stand te houden. Ondertussen slinken de volumes en lijdt PostNL verliezen op consumentenpost. „De Postwet”, zegt Jacobs, „loopt volledig achter de feiten aan”.

Sinds 2000 is de postmarkt stap voor stap geliberaliseerd. PostNL (toen nog PTT Post, later TNT Post) moest concurrenten toestaan. De Postwet van 2009 geeft bedrijven als Sandd zelfs toegang tot de Universele Postdienst (UPD) – de ‘gewone’ consumentenpost in de brievenbus. Maar Sandd concentreert zich liever op de zakelijke postmarkt. Want door de enorme daling van de verstuurde post is er met de UPD geen droog brood meer te verdienen.

Dat was niet voorzien. In 2000 was de voorspelling nog dat de postmarkt ieder jaar gematigd zou krimpen. In de afgelopen decennium is die prognose te optimistisch gebleken. Jacobs schuift een grafiek over de tafel: sinds 2001 is het postvolume in Nederland met 40 procent gedaald. Volgens Jacobs is dat alleen al reden om de Postwet aan te passen. „We moeten in gesprek met de politiek om de Universele Postdienst betaalbaar te houden.”

Dat er verliezen zijn, bleek in afgelopen maand, toen PostNL voor het eerst gebruik maakte van zijn wettelijke recht om compensatie te vragen voor de kosten voor de UPD. In het afgelopen jaar heeft het postbedrijf (4 miljard omzet per jaar) tussen de 107 en de 125 miljoen euro aan kosten gemaakt voor de consumentenpost. De inkomsten zijn niet groot genoeg om die kosten te dekken. PostNL verliest geld met de UPD – al wil het bedrijf niet zeggen hoeveel.

Het compensatieverzoek was vooral een symbolisch gebaar: het geld zal moeten worden opgebracht door de markt – een markt die nog steeds wordt gedomineerd door de erflater van de PTT. „80 à 85 procent van die rekening moeten we zelf betalen”, zegt de commercieel directeur. „We hebben de rekening ingediend om de discussie openen.”

De inzet van PostNL bij de „dialoog” met de overheid is duidelijk: minder regels. Zoiets hoeft niet ten koste gaan van de consumenten, zegt Jacobs er meteen bij. Neem bijvoorbeeld de postzegelprijs. PostNL kan die niet straffeloos verhogen. „Als wij gekke dingen doen met de prijs, lopen de klanten weg.” En van de 19.000 brievenbussen kunnen er duizenden dicht zonder dat de klant daar iets van merkt. „Wij denken dat we het aantal brievenbussen zonder pijn kunnen afbouwen tot 9.000. Door ze dáár neer te zetten waar de consument zich beweegt. Bij stations bijvoorbeeld.”

Eén slag lijkt inmiddels gewonnen. Demissionair staatssecretaris Bleker (CDA) heeft laten weten dat hij genegen is om de verplichte bezorging terug te brengen tot vijf dagen. Maar op andere gebieden dreigen er juist méér regels aan te komen voor PostNL. Sinds de overname van Selektmail door Sandd zijn er nog maar twee grote spelers op de postmarkt. In politiek Den Haag is daarom de heersende opinie dat de liberalisering van de postmarkt is mislukt. Er is wetgeving in de maak die de nieuwe toezichthouder ACM meer bevoegdheden geeft om onderzoek te doen naar het PostNL. Zo wordt de greep van de overheid op het voormalige staatsbedrijf verder vergroot.

„Oud denken”, herhaalt Ger Jacobs. Want PostNL concurreert niet alleen met Sandd, maar ook met KPN en Vodafone. „De zogenaamde postmarkt bestáát helemaal niet. Het is een communicatiemarkt. Wat doe je als je de verjaardagskaart te duur vindt? Je stuurt een sms. Of je zet iets op Facebook.”