Brieven

Mijn voorkeurstem heeft wel degelijk zin

Kiezers die een voorkeurstem uitbrengen op een hooggeplaatste vrouw of allochtoon, snappen de werking van het kiesstelsel niet, betogen prof. dr. Rudy B. Andeweg en prof. dr. Joop van Holsteyn (Opinie, 10 augustus).

Die vrouw of allochtoon waarop een voorkeurstem wordt uitgebracht, komt namelijk toch al in de kamer.

Ik ben zo’n voorkeurstemmer. Doorgaans stem ik op de hoogste vrouw op de lijst. En heren, had u niet even kunnen vragen naar de reden, voordat u aanneemt dat mensen zoals ik het niet snappen?

Mijn voorkeurstem is niet bedoeld als affirmative action – het bevoordelen van een onderdrukte groep. U heeft gelijk dat dat geen zin meer heeft als de lijst al gemaakt is. Bovendien ga ik ervan uit dat de politieke partijen zelf het beste weten wie ze hoog op de lijst zetten, man of vrouw.

Nee, mijn voorkeurstem is bedoeld voor een eerdere fase van het politieke proces. Voor het moment dat de lijsten gemaakt worden. Mijn signaal is: plaats meer vrouwen hoog op de lijst, dan trek je mijn stem voor de partij.

Ik wil dat er in dat vroege stadium harder gezocht wordt naar goede vrouwen. Wie zoekt zal vinden, en daarna kun je de beste man of vrouw uitkiezen. Daar heeft iedereen baat bij en de partij ook.

Dit soort stemmen is sinds 1994 toegenomen, schreven de professoren. Zou het toeval zijn dat er sindsdien ook meer vrouwen en allochtonen op verkiesbare plaatsen staan?

Carlijn van Tijen

Maastricht