Alert voor tekort aan voedsel in kampen Z-Soedan

Er is sprake van een humanitaire crisis in twee vluchtelingenkampen in Zuid-Soedan. Vier kinderen sterven iedere dag aan ondervoeding en diarree. Dat heeft hulporganisatie Artsen Zonder Grenzen vandaag gezegd.

In de kampen zitten ongeveer 160.000 mensen die zijn gevlucht voor gevechten tussen rebellen en het Soedanese leger ten noorden van de grens. Door het regenseizoen is het onmogelijk om voedselhulp over land naar de kampen te brengen. „Het regenseizoen heeft de kampen veranderd in een nachtmerrie voor vluchtelingen”, zei Bart Janssen, directeur operaties van Artsen Zonder Grenzen.

Om de vluchtelingen toch van voedsel te voorzien, is het Wereldvoedselprogramma (WFP) woensdag begonnen met een hulpoperatie, waarbij 32 ton voedsel vanuit vliegtuigen bij de vluchtelingenkampen wordt gedropt. Het voedsel is verpakt in stevige zakken, die worden gedropt vanuit laag vliegende transportvliegtuigen. De eerste vluchten gingen naar Maban County in de Zuid-Soedanese staat Upper Nile.

De vluchtelingen in Maban komen uit de Nuba Mountains en de Soedanese staat Blue Nile. Ze zijn gevlucht voor gevechten tussen de rebellenbeweging SPLM-Noord en het Soedanese leger. De gevechten tussen de rebellen en het leger begonnen in de staat Zuid-Kordofan na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in juli 2011. Daarna breidden ze zich uit naar de naburige staat Blue Nile.

Sindsdien zijn tienduizenden mensen de grens over gevlucht. De kampen aan de grens worden geteisterd door voedsel- en watertekorten. Zo nu en dan voeren Soedanese vliegtuigen bombardementen uit in het gebied. Ryan Boyette, een Amerikaan die in de Nuba Mountains woont zegt dat Soedanese Anotov-vliegtuigen in de afgelopen week verschillende dorpen in de regio hebben gebombardeerd. Volgens hem probeert Soedan met de bombardementen te voorkomen dat er een onderzoeksteam het gebied bezoekt. (AP, BBC)