Zomerlezen

J.D. Bernal: Sociale geschiedenis van de wetenschap. Het Spectrum, 1971, heruitgave SUN, 1976, 1.000 blz. Antiquarisch verkrijgbaar.

John Bernal (1901-1971) was natuurkundehoogleraar in Londen. Röntgenkristallograaf, toen dat vak in ontwikkeling was. Hij liet als eerste zien hoe de koolstofatomen in grafiet gerangschikt zijn – in laagjes. Hij was leermeester van de kristallografen die na 1945 de structuren van veel ingewikkelder eiwitmoleculen en DNA bepaalden – of daarvoor de gegevens leverden.

Bernal was communist, overtuigd polygaam, adviseur bij de landing in Normandië, en geïnteresseerd in de wetenschapsgeschiedenis.

Die was begin vorige eeuw in handen van historici die de wetenschap bekeken als een zelfstandige ontwikkeling, waarvan de resultaten de maatschappij veranderden. Dat economie, geschiedenis en sociale verhoudingen ook de richting van de wetenschap bepaalden, dat kwamen Russische marxistische historici in 1931 uiteenzetten op een gezapig Brits congres over wetenschapsgeschiedenis. Bernal was gegrepen.

Pas in 1965 had Bernal zijn lijvige Science in History af, waarvan dit boek de vertaling is. Heerlijk leesvoer was het. „Ik weet dat het op detailpunten wemelt van fouten en onnauwkeurigheden”, schrijft hij in zijn voorwoord. En in zijn conclusie: „Geslaagde toepassing in oorlogstijd of winstgevende toepassing in vredestijd zijn de enige criteria geweest voor technische vooruitgang.”

Wim Köhler