Zomerlezen

Frits Staal: Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap. Athenaeum, Polak & Van Gennep, 1986, 413 blz. Antiquarisch verkrijgbaar.

In de essaybundel Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap doet wiskundige en filosoof Frits Staal (1930-2012) wat de titel belooft: hij scheidt het kaf van het koren. Het kaf ruikt nu een beetje muf; de door Staal gefileerde new-ageaanhangers en ‘duistere’ (lees: existentialistische) filosofen zijn allang uit de mode. Het koren is nog vol levenskracht; het boek is een heldere introductie tot de wijsgerige en wetenschappelijke tradities in India, waar wiskundigen eerder dan de Grieken rekenden aan het vergroten van een kubusvormig altaar.

Staal wist waarover hij sprak, mede door zijn vermaarde studie van 3.000 jaar oude Vedische vuurrituelen. Hij analyseerde ze als wiskundige, compleet met formules en schema’s. Saai? Integendeel, bij het beschrijven van ‘grammatica’ van het ritueel trok Staal verrassende parallellen tussen bijvoorbeeld mantra’s, vogelzang en computergeheugens.

Alleen het zeer zorgvuldig uitvoeren van vastgelegde handelingen geeft de vuurrituelen hun waarde, en niets anders. „Een wijdverbreide, doch onjuiste veronderstelling over het ritueel is dat het bestaat uit symbolische handelingen die naar iets anders verwijzen.” Het is de westerse neiging om alles – dans, schilderijen, riten – een betekenis te willen geven. Staals ontmaskering hiervan voelt nog steeds als een bevrijding.

Karel Berkhout