Column

Wat was het, die bleue borsten of dat streepje?

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Heibel op het schiphol van Edinburgh. Er zijn klachten over de posters voor de tentoonstelling Picasso and Modern British Art. Men neemt aanstoot. De posters worden afgedekt.

Ik kan het niet geloven. Ik ken die poster. Ik zag hem in juni, in Londen. Heel de stad hing er vol mee, als smaakmaker voor diezelfde Picasso-expositie, toen in Tate Britain.

Elke keer dat hij opdook, genoot ik van hem. Die pastelkleuren. Die tollende vormen, een duizeling in olieverf. Het schilderij, Femme nue dans un fauteuil rouge, onthult effectief hoe de liefde kan bedwelmen.

Wie waren in Edinburgh die „circa tien passagiers”, die dat niet aankonden? Mannen met baarden? Vrouwen met hoedjes? Stonden ze te schuimbekken of waren ze hautain? Of kwamen ze met de gebruikelijk slappe smoes, namelijk dat ze vreesden voor het zedelijk bederf van kinderen?

En wat was dan precies hun bezwaar? Die kubistische bleue borsten? Of dat verticale streepje bovenaan die dijen? Had Picasso deze femme nue een onderbroek aan moeten trekken?

De posters op de luchthaven waren na een dag weer ontdaan van de kuisheidsdoeken die de autoriteiten er overheen hadden gegooid. Maar dat is me niet genoeg. Ik heb ook een klacht. Ik neem aanstoot. Het afdekken van het schilderij beledigde me. En ik zou niet weten waarom andermans nee zwaarder zou moeten wegen dan mijn ja.

Klopt, ik ben niet in Edinburgh. Maar die klagers ook niet. De essentie van een vliegveld is dat je er weggaat. Neemt iemand de moeite om op een luchthaven met zo’n klacht te komen, dan bedoelt hij dat híj vindt dat híj mag bepalen dat níémand Picasso’s schilderij kan zien. Ik dus ook niet.

En dat noem ík immoreel.

Wie ze ook waren, deze types verschillen niet van de Russische kerkvorst die een afbeelding van popster Madonna openbaar verbrandde. Haar vrijgevochtenheid beviel hem net zo min als haar steun voor de vrouwenpunkband Pussy Riot. De vorst, in Russisch-orthodoxe klederdracht, liet zich bijstaan door een stel zwartgelaarsde mannetjesputters. Ze leken ontsproten aan de tekenpen van iemand bij Donald Duck. Grappig, dus. Maar: alarm. Opgelegde oordelen zijn toch echt angstaanjagend, ook van een stel malloten.

De drie vrouwen van Pussy Riot zitten in de cel. Morgen wordt duidelijk of ze jaren opgesloten blijven vanwege een song waarmee ze geen ander kwaad deden dan dat mensen er aanstoot aan namen. Ze zongen anti-Poetin, ze dansten op het volgens hen „schijn-heilige” altaar van de Moskouse Christus-Verlosserkerk. Dat was alles.

Hoe moedig ze zijn, besefte ik in het Eye-filmmuseum, op de expositie over Stanley Kubrick. Ideale tentoonstelling. Hé, dat zijn de poppen uit de Milk Bar; há, daar staat Jacks schrijfmachine uit The Shining. Neem vooral de tijd voor de grote schermen met de gewiekste uittreksels uit zijn films en proef Kubricks genie. Hij heeft moeite met vrouwen, met mannen is hij een magiër. Zijn kritiek op de mensensoort is scherp. Zwaar beledigend voor wie zich aangesproken voelt. Niks aan te doen, Kubricks genie was te groot, zich gedeisd houden zat er niet in.

Bijna al Kubricks films waren goed voor ophef, maar A Clockwork Orange wekte de grondigste weerzin. In die film vertaalde hij de menselijke neiging tot alle kwaad naar een mix van erotiek en geweld. Stijlvol gefilmd, onmiskenbaar geestig verteld. Onuitstaanbaar voor hen die zich aangesproken voelden. Zij bewezen Kubricks gelijk door hem en zijn gezin zo effectief te bedreigen dat hij zo bang werd dat hij de Britse vertoning van de film opschortte.

Moet alles dan zomaar kunnen? Ja, alles moet zomaar kunnen, zolang er geen gewonden vallen. En geestelijk gewonden tellen niet, die doen het zelf. Met hun automutilatie heb ik niets te maken. Mooi, lelijk of ondraaglijk intiem, de kunsten bestaan om het onzegbare te onthullen. Dat is hun nut. Tegenspraak is heilzaam, discussie meestal mogelijk, negeren vaak efficiënt. Verbieden is altijd boosaardig.