Voor ik ’t vergeet: Martijn en seksisme

Hoe consequent moet een krant zijn? Een krant begint niet elke dag als een tabula rasa In de zomer slaat bij journalisten vaak het geheugen toe – of het kwade geweten. Je ziet dan opeens alom series opduiken waarin redacties van kranten of weekbladen zich afvragen: hoe is het ook alweer met…? Volgt vaak de

Hoe consequent moet een krant zijn?

Een krant begint niet elke dag als een tabula rasa

In de zomer slaat bij journalisten vaak het geheugen toe – of het kwade geweten.

Je ziet dan opeens alom series opduiken waarin redacties van kranten of weekbladen zich afvragen: hoe is het ook alweer met…? Volgt vaak de naam van een probleemeigenaar die kortstondig de krantenkoppen haalde, maar daar weer even snel uit verdween.

Leuke gewoonte („O ja, Rikus Spithorst!”), maar eigenlijk ook een vreemde. Goede journalistiek moet toch altijd consequent zijn, ook in andere jaargetijden: niet alleen het nieuws brengen, maar ook het vervolg. Niet alleen de aanklacht, ook de uitspraak. Aan een krant die elke dag begint als een tabula rasa heb je tenslotte niet zo veel.

Hoe deed NRC Handelsblad dat? Aan de vooravond van het nieuwe journalistieke seizoen hier enkele onderwerpen – er zijn er natuurlijk veel meer – die de krant volgens mij goed en minder goed heeft vastgehouden. Een opvallende, recente in de opiniërende hoek en twee, op langere termijn, uit het nieuws.

Eerst de opinie. Op 27 juni verbood de rechtbank in Assen de vereniging Martijn, die de belangen van pedofielen wil behartigen. Dat was opmerkelijk nieuws, maar de krant wijdde er geen commentaar aan. Nu hoeft dat ook niet bij elke nieuwsgebeurtenis, maar bij deze zou je het juist wel verwachten.

In een eerder hoofdredactioneel commentaar, voorafgaand aan de rechtszaak, (Hou Martijn boven de grond, 18 juli 2011), had de krant een verbod op de vereniging namelijk ontraden. Motivering: „Het is mensen niet verboden om er abjecte denkbeelden op na te houden en ook niet om zich op basis daarvan zichtbaar in de statuten te verenigen.” Dat lijkt geheel in lijn met de liberale beginselen van de krant: het gaat tenslotte om de daden. Bovendien was er het bekende pragmatische argument: een verbod jaagt zo’n club ondergronds.

Maar de rechter zette de krant voor het blok door juist de wóórden van de vereniging aan te merken als daden – en dan heb je reden genoeg voor een verbod. In juridisch, maar ook taalfilosofisch opzicht een interessant vonnis.

Juridisch redacteur Folkert Jensma schreef er een knappe, verhelderende nieuwsanalyse over (Verbod kan keerpunt zijn in de rechtspraak, 28 juni), maar een standpunt van de krant bleef uit. Nu kan het best zijn dat die mening in grote lijnen op hetzelfde zou neerkomen als de analyse van Jensma (die ook commentaren schrijft), maar dat is het punt niet: de analyse is van hem, het commentaar is van de krant.

Overigens, als Jensma gelijk heeft dat dit een „keerpunt” kan zijn in de rechtspraak, zou je ook meer vervolgberichtgeving verwachten. „Het juridisch debat in de rechtspraak over de eisen om een vereniging te kunnen verbieden, is nog maar net begonnen”, schreef hij.

Maar na zijn analyse en een achtergrondstuk die dag van Merel Thie (Pedoseksuelen hebben Martijn niet meer nodig, 28 juni) bleef het stil. Tot het hoger beroep?

Ik ben trouwens ook benieuwd wat de krant vindt van ambtenaren die geen huwelijk tussen homo’s willen voltrekken. Een commentaar in 2007 muntte nog uit in begrip voor hen („Er is geen enkele reden de bezwaarde ambtenaar onder druk te zetten”, Neemt gij, 19 februari 2007), maar recenter werd in een commentaar hun weigeren „mentaal potenrammen” genoemd (Front tegen homohaat, 6 september 2010). Wat is er veranderd?

Dan twee dossiers uit het nieuws, een ouder en een recent, die een follow-up kregen of nog verdienen.

Een jaar geleden, op 4 augustus 2011, meldde de krant dat de hongerdood dreigde voor 2,8 miljoen mensen in de Hoorn van Afrika. Met een opzienbarend voorpaginastuk (Veertien redenen om niet te geven), achtergrondverhalen, een opiniestuk van staatssecretaris Knapen (CDA) en een commentaar. In totaal besteedde de krant die dag 4.340 woorden aan het onderwerp.

En daarna? Ik bekritiseerde die emotionele voorpagina in deze rubriek. Maar heeft de krant de aandacht voor de Afrikaanse Hoorn een beetje vastgehouden?

Zeker, zij het vooral binnen in de krant. Vooral correspondent Koert Lindijer in Nairobi en economieredacteur Hanneke Chin-A-Fo schreven belangrijke, kritische stukken. Hoeveel hongerdoden er in Somalië al waren gevallen, was volgens Lindijer bijvoorbeeld toen onmogelijk vast te stellen. Chin-A-Fo meldde dat hulp het gebied nog nauwelijks kon bereiken (Nauwelijks voedselhulp slachtoffers Z-Somalië, 8 september 2011) en waarom niet (Hulporganisaties moeten het publiek de waarheid vertellen, diezelfde dag).

Dat najaar trad een lichte verbetering op, legde de krant uit, omdat de hulp op gang begon te komen, maar vooral dankzij de regen. In februari verklaarden de VN de hongersnood in Somalië „voorbij”.

De krant heeft die knallende aftrap dus een degelijk vervolg gegeven, zij het doorgaans minder prominent dan die eerste, veelbesproken voorpagina. Het stuk van Chin-A-Fo stondvoor in de krant, de latere uitleg was fors (Honger in de Hoorn van Afrika krijgt ander gezicht, 25 november). Maar het onderwerp verdween van de voorpagina, waar het was geagendeerd. Toch jammer.

Geldt dat ook voor een recenter verhaal, over het naroepen van vrouwen op straat door allochtone mannen? Nrc.next bracht dat prominent, waarna het reacties regende van vrouwen die zich erin herkenden.

NRC Handelsblad trok er twee pagina’s voor uit (Femme de la rue, 2 augustus). De krant liet vrouwelijke redacteuren een keer de proef op de som nemen in Amsterdam.

En toen? Ik zou zeggen: verder uitdiepen, als de krant dit onderwerp zo belangrijk vindt. Hoe zit het elders met cultuur en seksisme, op de werkvloer bijvoorbeeld?

De eerste klap mag een daalder waard zijn, de tweede is dan toch op zijn minst een tientje.