Verleidelijke draai Buma is niet erg geloofwaardig

Wie nog nooit van mening is veranderd, heeft zelden... enzovoorts. Maar de sirenenzang die het CDA in deze verkiezingstijd aan studenten laat horen bevat, hoe verleidelijk ook, wel erg valse noten.

Natuurlijk, partijen venten dezer dagen hun opvattingen uit. Bijvoorbeeld door nog eens hardop voor te lezen wat er in hun verkiezingsprogramma staat. Als media daar dan toch weer nieuws in zien, zoals bijvoorbeeld D66 wist te bewerkstelligen met zijn voorstel over automatische donorregistratie, dan is dat voor zo’n partij meegenomen.

Maar ongeloofwaardig wordt het als een partij in het zicht van de verkiezingen plotseling van standpunt verandert. Dat is het geval met het CDA, waarvan de lijsttrekker, Van Haersma Buma, dinsdag in Utrecht ten overstaan van studenten opeens liet weten dat zijn partij tegen de langstudeerboete is.

Het CDA geldt als de uitvinder ervan en de nummer drie van de kandidatenlijst, De Rouwe, is een van de meest fervente verdedigers. Een boete is volgens hem verre te prefereren boven een sociaal leenstelsel voor studenten. Hij heeft dit herhaaldelijk laten weten. De boete is in beide Kamers aangenomen dankzij de stemmen van VVD, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP. Het ‘Lenteakoord’ van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie hield de sanctie daarna in stand. Toen een D66-Kamerlid (Van der Ham) de boete toch weer ter discussie stelde, verweet De Rouwe hem „glibberig” te zijn. Een Kamerlid moet „consequent hetzelfde standpunt uitdragen”, zei De Rouwe. Misschien luisterde zijn fractieleider toen niet.

Al eerder viel te constateren, op basis van de verkiezingsprogramma’s, dat een grote parlementaire meerderheid tegen de langstudeerboete is. Daar voegt het CDA zich nu kennelijk bij. Van de huidige Tweede Kamer zijn nu dus 125 van de 150 leden tegen de boete. En toch wordt hij per 1 september ingevoerd. Misschien dus maar voor één jaar. Een volgend kabinet zal er haast wel op moeten terugkomen. Dan dreigt een beperkt aantal studenten het slachtoffer te worden van een wet die nog maar door een kleine minderheid wordt gewenst.

Formeel kan het, gevoelsmatig klinkt het als onbehoorlijk bestuur. Politici zetten zo hun geloofwaardigheid op het spel. Zij moeten de woorden die zij op de bühne uitspreken, waarmaken in het parlement waar hun stem zoveel meer waard is. En daarmee niet wachten tot de verkiezingen achter de rug zijn. Schrap of compenseer dus die boete.