Raster is niet in een hokje te plaatsen

Wie wil laten zien wat er in de kunstgeschiedenis allemaal gedaan is met rasters, eindigt met overvolle zalen, zo blijkt in het Kunstmuseum in Stuttgart.

Het eerste grote succes van Rasterfahndung dateert uit 1979. Toen slaagde de Duitse politie erin om RAF-terrorist Horst Herold in Frankfurt op te pakken na een even arbeidsintensieve als langdurige zoekactie waarbij álle huurbestanden van álle inwoners van Frankfurt werden opgevraagd en doorgevlooid.

Men onderzocht of de huur contant of niet-contant was betaald. De RAF betaalde de huur van haar schuiladressen namelijk altijd cash. Onder de 18.000 ‘contantbetalers’ in Frankfurt bleken er slechts twee een vervalste identiteit te hebben: de één was een drugshandelaar, de ander de terrorist Horst Herold.

Sinds Herolds inrekening is Rasterfahndung een veel gebruikte opsporingstactiek die ook wordt toegepast in Nederland. Eigenlijk betekent het niet meer dan het net uitgooien, aantrekken en binnenhalen. Zo iets gebeurt ook op Rasterfahndung – Tracing the grid, een verrassend avontuurlijke tentoonstelling die de komende maanden in het Kunstmuseum in Stuttgart te zien is. De samenstellers van de tentoonstelling hebben het begrip raster op de hedendaagse kunst losgelaten en een schat aan schilderijen, tekeningen, installaties, video’s, films en foto’s opgediept in particuliere en openbare verzamelingen.

Dat ‘loslaten’ gebeurt zowel letterlijk als figuurlijk. Onder de vijftig kunstenaars die deelnemen, zijn bekende namen als Carl Andre, Sol LeWitt en Gerhard Richter, maar ook onbekende. Er zijn kunstenaars die het raster letterlijk tot de basis van hun compositie maken, maar er zijn er ook die het raster als poëtisch, sociologisch, architectonisch of psychologisch begrip omarmen. Feitelijk wordt in Stuttgart het pad verder gevolgd, waar Mondriaan het in 1944 met zijn Victory Boogie Woogie verliet.

De Hongaarse kunstenaar Attila Kovács (1938) – hier in Nederland nauwelijks bekend – maakt een ode aan een ode. In een lange reeks formele tekeningen brengt hij een hommage aan de vele Odes aan het Vierkant die Bauhaus-docent en kunstenaar Josef Albers ooit maakte. Het is grappig te zien hoe anders een vierkant blokje er in Kovács’ variaties uitziet, maar het is ook een beetje zielloos en saai, alsof je steeds dezelfde toets van een piano indrukt.

Dan is het werk van de Amerikaan Chuck Close (1940) veel spannender. Zijn zelfportretten zijn als wetenschappelijke rasterschilderijen opgezet, maar Close brengt het beeld uit balans door pixels zodanig te vergroten dat een neus, een oog, een brillenglas nét niet onzichtbaar wordt. De installatiekunstenaar Simone Westerwinter (1966) gaat weer heel anders te werk. In het reusachtige drieluik Let your fantasy flow. Success is at your side hakt zij als een furie met verf op het raster in. In knallende kleuren verrijst een hallucinerend landschap van kraters, golfslagen en onmetelijke dieptes.

Vanzelfsprekend zijn minimal artists in Stuttgart aanwezig. In een mooi zaaltje met werk van Carl Andre, Sol LeWitt en Hanne Darboven wordt duidelijk hoezeer het raster bij deze drie een manier is om helderheid en logica in hun werk te verkrijgen. In dezelfde ruimte – en dat maakt de tentoonstelling zo levendig – hangt tegelijkertijd het commentaar van Sigmar Polke (1941) op minimal art. Polke rekent in zijn schilderij Carl Andre in Delft op een lichtvoetige manier af met de seriële ernst van zijn collegae door truttige Delfts blauwe molentjes in rasters te vatten.

Op de tentoonstelling die meer dan twee verdiepingen omvat, zijn ook video-installaties en films te zien. Van Pia Maria Martin (1974) is er de prachtige, op dvd omgezette stop frame-animatie Scherzo uit 2011, waarin een witte ruimte en een danser langzaam oplossen in witte, blauwe en rode tape. Carsten Nicolai laat in Spray, een werk uit 2004, zien hoe je met een simpele witte punt in een donker scherm en elektronische bleeps enorme spanning kunt creëren.

Sarah Morris, de in 1967 in Engeland geboren Amerikaanse grotestadsfilmer, toont het grandioze Midtown. De film uit 1998 werd in één dag opgenomen en is Morris’ eerste filmische portret van een grote stad. In Midtown is Manhattan het onderwerp. Morris zoomt in op de architectonische structuur van wolkenkrabbers, de spiegeling van luchten in de glazen gevels, en wisselt deze beelden af met opnamen van New Yorkers, die zich over straat spoeden, op de rand van een fontein uitrusten. De score van de film versterkt de suggestie van dramatiek bij de simpelste handelingen.

Op Rasterfahndung / Tracing the grid is zo veel bijzonders te zien dat het ondoenlijk is alles op te noemen. Het enige minpuntje van deze tentoonstelling is het ontbreken van een serieuze catalogus. Een museum dat zich op de borst klopt met een expositie waarvan het onderwerp nieuw is en nog niet onderzocht, zou zich moeten inspannen om de getoonde kunst ook theoretisch uit te diepen. Er is zo veel verschenen over het gebruik van het raster door de avant-gardisten uit het begin van de twintigste eeuw, door Gropius, Malevitsj, Van Doesburg en Mondriaan. Waarom daar geen vervolg aan geven?

tentoonstelling

Rasterfahndung / Tracing the grid – over rasters in de kunst na 1945.

T/m 7 okt. Kunstmuseum, Kleiner Schlossplatz 1, Stuttgart. kunstmuseum-stuttgart.de. ****