Popmuziek heeft de blues Lowlands-artiesten over hun treurtop

Uit onderzoek blijkt: popmuziek wordt steeds treuriger van klank. Ook morgen, op het Lowlands Festival zal mineur weer de norm zijn.

De zangeres rekt de woorden alsof ze er maar moeilijk afscheid van kan nemen. Ze graaft in haar ziel om er de meest gepijnigde klank uit te peuren en smijt hem achter de woorden aan. „Ik vraag of ik je mag volgen/ Ik smeek het je/ Wees de oceaan waar ik uiteenval.” Dan volgt een aan Ophelia herinnerend beeld: „Je bent het water, waar ik doorheen waad/ Je bent de rivier, hoog en wild.”

I Follow Rivers, gezongen door de Zweedse Lykke Li, staat al meer dan dertig weken in de nationale hitparade, met nummer drie als hoogste notering. In een akoestische versie van het Belgische rocktrio Triggerfinger haalde het liedje ook nog eens de eerste plaats.

I Follow Rivers zou je niet omschrijven als een opbeurend nummer, eerder als mistig en melancholisch. Het heeft niet alleen een introverte tekst, het is goeddeels getoonzet in mineur en heeft een slepend ritme.

Lykke Li, Adele, Ben Howard en vele anderen bewijzen: treurigheid is en vogue. En niet alleen nu. In de jaren zestig, de tijd dat de popmuziek nieuw en onschuldig was, kon een artiest nog scoren met frivoliteiten als Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polka Dot Bikini en zongen The Beatles hun She Loves You in puur majeur. Maar in de loop van vijftig jaar werden de hitparades steeds vaker bezet door droevige liedjes.

Toch is op dit moment geen sprake van een doemtrend zoals in de jaren tachtig, toen de vochtige keldermuziek van bands als Joy Division en The Cure school maakte.

Voor treurigheid is geen trend meer nodig, treurigheid is nu een vaste waarde. Dat is onlangs wetenschappelijk aangetoond. Christian von Scheve en E. Glenn Schellenberg, twee psychologen aan de Freie Universität van Berlijn, deden onderzoek en schreven een artikel, Emotional cues in American popular music: Five decades of the Top 40. Daarin vertellen ze hoe ze duizend liedjes uit de top-40 onderzochten op tempo (snel of langzaam) en modus (mineur of majeur). De onderzochte nummers bestreken een periode van vijftig jaar, van 1960 tot 2010.

Als resultaten vonden de wetenschappers dat de liedjes langzamer zijn geworden en de modus vaker mineur is. Vooral de modus was significant anders: popliedjes blijken nu twee keer vaker in mineur dan vijftig jaar geleden.

Dat blijkt niet alleen uit de hitparade. Ook op Lowlands en andere festivals, waar bands als Sigur Rós, Editors en The National tot solide publiekstrekkers zijn uitgegroeid, is mineur de norm, zoals op de komende editie zal blijken bij groepen als The Mark Lanegan Band, Ane Brun en James Vincent McMorrow. Wat overigens niet wil zeggen dat Lowlands een somber festival is. Het publiek loopt opgewekt tussen de verschillende optredens heen en weer, en danst bij de droevige bands nauwelijks minder dan bij de ongecompliceerde variant.

Een van de zwaarmoedige bands van de komende Lowlands-editie (17,18 en19 augustus) is The XX. Deze band uit Londen had in 2009 verrassend succes met de eerste, titelloze cd met daarop bedwelmende liedjes als Crystalised en VCR. Bij The XX heeft de gitaar een omfloerste galm en zingen de zanger en zangeres met dikke tong, alsof ze op de rand van het bewustzijn zweven. Met hun vertraagde duetten haalde The XX hoge noteringen in hitparades en kreeg de groep in 2010 de belangrijke Britse Mercury Prize voor de debuut-cd.

Zangeres/songschrijfster Romy Madley Croft (22) vindt het ‘een vooruitgang’ dat droevigheid nu populair is. „Ik denk dat popmuziek in de loop van de jaren introspectiever is geworden”, zegt ze. „En het feit dat het publiek het steunt, zodat een liedje als Someone Like You van Adele zo’n monsterhit kon worden, vind ik bijzonder. Zelfs in hiphop dringt die gevoeliger manier van songschrijven door, kijk maar naar de teksten van bijvoorbeeld Drake. Hij heeft het ook over eenzaamheid en pijn.”

Croft hoort graag dat een nummer in de kern een beetje droevig is. „Ik hou vooral van het contrast tussen een sombere tekst en een opgewekte beat. Dan zie je een hele zaal staan dansen, maar als je luistert, hoor je dat het over iets verdrietigs gaat.”

The XX treedt inmiddels op voor grote zalen. „En dan staat het publiek altijd te dansen. Tot mijn verrassing.”

In september verschijnt hun tweede cd, Co-Exist, met opnieuw verlating en liefdesverdriet als hoofdthema’s. „Door alle erkenning heb ik nu meer vertrouwen in mezelf als muzikant, maar mijn emotionele situatie blijft hetzelfde. Dat leidde weer tot een zwaarmoedige sfeer.”

Het is de vraag of een liedje in mineur per se droevig is. De Nederlandse Johannes Sigmond (37), als zanger bekend onder de naam Blaudzun, maakt gedragen nummers met stemmige strijkers en kommerlijke zangpartijen. Sigmond vindt dat liedjes gedijen bij de combinatie van mineur en majeur.

„Ooit heb ik, bij wijze van experiment, een liedje geschreven met uitsluitend majeurakkoorden. Het resultaat beviel me niet. Te nietszeggend. Ik vond het ook niet eerlijk, het klopt niet met de werkelijkheid. Door er maar één mineurakkoord bij te doen, krijgt een daarop volgend majeurakkoord al een andere kleur. Dan wordt het bitterzoet, als het leven.

„Ik denk dat mensen tegenwoordig muziek willen horen die meer met hun eigen leven te maken heeft. Ze willen de dubbelzinnigheid die goeie kunst kenmerkt. En die je met uitsluitend majeur niet voor elkaar krijgt. Uitsluitend majeur is wel lekker, maar niet mooi.

„Voor mij moet een liedje voldoen aan dezelfde criteria als een vrouw: lekker, maar intelligent. Want diepgang maakt ze beide pas echt mooi.”

Zijn liedjes zijn een afspiegeling van zijn stemming. „Niet van het specifieke moment dat ik het schrijf, maar wel van de manier waarop ik in het leven sta”, zegt hij. „Het eerste akkoord van een nieuw nummer is altijd mineur. Daarmee raak ik iets in mezelf wat me inspireert om verder te gaan. Ik hoor het akkoord, zing er iets bij en ga op zoek naar het volgende akkoord. Liedjes schrijven is een kwestie van oorzaak en gevolg.”

Cultuur wordt gevormd door de emotionele behoeften en voorkeuren van individuen, zeggen onderzoekers Von Scheve en Schellenberg in hun artikel. Dat wil zeggen dat wij als consument verantwoordelijk zijn voor de richting waarin de cultuur zich ontwikkelt. Als wij gezamenlijk de cultuur vormen, is het de vraag waarom we deze droefgeestige weg inslaan. Vanwaar die hang naar een lager tempo en droeve modus?

Misschien doordat, parallel aan het ontstaan van deze behoefte, de welvaart in de westerse wereld toenam. Dat zou betekenen dat de introverte muziek van Sigur Rós of The XX een functie heeft als tegenwicht voor het ongebreidelde comfort in ons dagelijks leven.

Er kan nog een andere verklaring zijn, een die schuilt in de nuancering die Von Scheve en Schellenberg bij hun resultaten aanbrachten. Die luidde dat in de loop van vijftig jaar steeds vaker sprake is van mineur, maar vooral van de combinatie van mineur en majeur. Daardoor klinkt een liedje niet per se droevig, maar ‘emotioneel gecompliceerd’, omdat het de luisteraar meerdere kanten tegelijk opstuurt. Een nummer is niet meer eenduidig vrolijk of verdrietig, het is een lappendeken van emoties.

Daarvoor is een andere maatschappelijke ontwikkeling verantwoordelijk. Want terwijl de materiële welvaart groeide, nam de sociale cohesie af. Gebroken gezinnen, uitgebreide gezinnen en gecombineerde gezinnen bepalen nu het weefsel van de samenleving. Bijna iedereen heeft zijn eigen specifieke familieomstandigheid en wil zijn gediversifieerde identiteit met gediversifieerde muziek onderstrepen. Zo grijpen expressie van de muzikant en de wensen van het publiek soepel in elkaar.

Ondanks de behoefte aan een emotionele niche verkeert de muziekfan graag onder andere muziekfans. Dat is wellicht een van de geheimen van het succes van een festival als Lowlands. Vanuit de eigen specifieke achtergrond zoeken aanwezigen naar gemeenschappelijke ervaringen. Om die met 50.000 anderen te kunnen delen.