Moedermelk belemmert hiv-infectie bij zuigeling

Moeders die besmet zijn met het aidsvirus geven het virus zelden via de moedermelk door aan hun kind, terwijl het soms wel degelijk in de melk voorkomt. Complexe suikers in de moedermelk blijken zuigelingen te beschermen tegen het virus. Dat blijkt uit een onderzoek onder meer dan 200 hiv-positieve moeders in Zambia, dat gisteren gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift American Journal of Clinical Nutrition.

Met hiv besmette moeders in ontwikkelingslanden staan voor het dilemma of zij hun kind nu wel of geen borstvoeding moeten geven. Met moedermelk groeit hun kind beter en is het beter bestand tegen infectieziekten, maar tegelijk bestaat het risico dat de moeder het aidsvirus op haar kind overdraagt. Toch gebeurt dat laatste opvallend weinig; slechts in 10 tot 15 procent van de gevallen raakt het kind besmet, afhankelijk van de duur van de zoogperiode.

Uit het onderzoek in Lusaka in Zambia blijkt nu dat moeders die geen of heel weinig virus in hun melk hebben, het hoogste gehalte aan complexe suikers in hun melk hebben. Deze complexe suikers werken als zogeheten prebiotica, deze stoffen kunnen niet door de darmen worden opgenomen en stimuleren de ontwikkeling van de darmflora van het kind. Bovendien werken ze ontstekingsremmend en vangen ze virussen weg doordat ze lijken op de aanhechtingsplaatsen die virussen gebruiken om cellen te infecteren.

Het onderzoek vond plaats voordat in het studiegebied antivirale middelen beschikbaar kwamen. Bekend is dat antivirale therapie het besmettingrisico voor het kind verlaagt.