Kostbaarheden, gemaakt van niks

Showroom: Bling Bling nr 2 (2012) van Maartje Folkeringa

Maartje Folkeringa. T/m 21/10 in Museum Jan Cunen, Oss. Inl: museumjancunen.nl

Ze is jong, meisjesachtig, en wisselt van medium als het kwik van temperatuur. Dat klinkt behoorlijk kwetsbaar. Toch is kunstenaar Maartje Folkeringa, geboren in 1978 in het Noord-Brabantse Sint Anthonis, het tegendeel van kwetsbaar, voor zover het haar werk betreft. Tijdens haar studie aan de Rietveld Academie experimenteerde Folkeringa met van alles: performances, geluidskunstwerken, tekeningen, videoanimaties, kleine beeldhouwwerkjes. Precies wat je van een kunstacademie-student wilt: dat hij of zij álles uitprobeert, betast, opsnuift, en dan misschien wel weer in de hoek dondert. Want er moet schot in de zaak blijven.

Folkeringa vond haar draai voorlopig in twee media – in grote, grof realistische én sprookjesachtige tekeningen die ze soms in haar eentje, soms met het tekeningencollectief Het Harde Potlood maakt – en in beelden. Met die beelden timmert ze het hardst aan de weg. Ze zijn opgenomen in particuliere collecties en die van verschillende ministeries in Den Haag.

Ook in museum Jan Cunen in Oss, op de eerste museale solotentoonstelling van de kunstenaar, concentreert alles zich op de beelden. Dat is mooi en tegelijkertijd jammer. Want de beelden alleen doen maar gedeeltelijk recht aan Folkeringa’s uitwaaierende talenten. Beter was geweest als de organisatie van het museum een van de op dit ogenblik drie (!) draaiende solotentoonstellingen in het museum had geschrapt of uitgesteld. Daarmee was er meer plaats en aandacht vrijgekomen voor de andere, en was er ook daadwerkelijk sprake geweest van een keuze.

Twee in knallende kleuren geschilderde zalen op de eerste verdieping en de ruimte rondom de statige trap zijn nu beschikbaar voor Folkeringa’s werk. In de ene zaal staan vier reuzen en reuzinnen opgesteld, gemaakt in 2008 en 2009. Ze zijn gehakt uit purschuim en versierd met kleurige, niet hard wordende kinderklei. De mannen en vrouwen hebben kleren aan zoals u en ik, zijn grofstoffelijk, imposant, en toch fragiel. Dat ligt niet per se aan de verfomfaaide haren van het zittende reuzenmeisje of de in een zee van purschuim oplossende onderbenen en voeten van een reuzenman in hippe blouse. Nee, het ligt aan de oogopslag, de gezichtsuitdrukking en de houding van de figuren: Folkeringa weet ze altijd op de grens van verlegenheid en overmoed te pakken en vast te leggen. Als een fotograaf ‘klikt’ ze op het moment dat alle franje is verdwenen en de persoon in kwestie zich onbespied waant. Het discotruitje mag nog zo strak zitten en het rokje nog zo lekker ‘klokken’, het hoofd wordt gebogen, de handen in overgave gespreid.

Bij Folkeringa ligt al snel de vergelijking met Folkert de Jong – die andere meester in het purschuim – op de loer. Toch is dat niet terecht. Waar De Jongs beelden zich ontwikkelen in een steeds futuristischer idioom, blijven die van Folkeringa menselijk, herkenbaar en lekker laag bij de grond. Hier zit een oude buurman in z’n stoel, daar hangt een verlepte nachtvlinder scheef, weer verderop een krachteloze casanova: Folkeringa beeldt ze uit met een onbarmhartig gevoel voor detail, een palet aan frivole kleuren, maar toch vol mededogen.

In 2010 vertrekt de kunstenaar naar het door David Bade opgerichte Instituto Buena Vista in Curaçao. Dat is een goede stap, zo blijkt op de tentoonstelling. Want de beelden waarmee Folkeringa terugkomt zijn diametraal anders dan die van daarvoor. In Curaçao is ze in de greep geraakt van het fenomeen van de blingbling. De aantrekkingskracht voor alles wat duur is, kitscherig en glanzend dringt in alle hevigheid door in haar werk. Maar waar blingbling het van uitzinnigheid moet hebben, zijn Folkeringa’s meest recente beelden juist uitingen van zinnigheid.

Opnieuw maakt zij grote beelden, maar ditmaal zijn ze allemaal abstract. Niets refereert direct aan wat in de vitrines van dure warenhuizen ligt uitgestald of wat op opgepimpte fourwheeldrives voorbijkomt op straat. Eerder toont ze abstracte wandversieringen, gemaakt van kristal, glanzende folie, fluweel en glitter. Reusachtige accolades staan op sokkels of hangen aan de muur en vormen samen met hun schaduwen een rij van harten. Een serie doodnormale kartonnen kokers is verfraaid met goud en zwart fluweel, en in verschillende formaten op de muur bevestigd. Zo ontstaat een fonkelend, ritmisch patroon van vorm, licht en kleur. Kostbaarheden, gemaakt van niks. Het is een nieuw pad voor Folkeringa, maar ook dit is nu al de moeite waard.