Je hoeft niet allebei advocaat te zijn

WEG AJB

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf. Maar welke dan? Vandaag de liefde van Joey (31) uit Amsterdam. Hij wilde altijd de prins op het witte paard zijn.

‘Wij zijn een NS-liefde. We ontmoetten elkaar op Den Haag Centraal, om een uur of drie ’s nachts. We hadden net de nachttrein naar Leiden gemist. Ze was een sudoku aan het doen. Ik had net van vrienden gehoord hoe dat werkte. Ik liep langs en ging naast haar zitten. Ik vond haar wel een gezellige meid dus ik maakte een praatje. ‘Hoe werkt dat met sudoku?’ vroeg ik. Heel fout natuurlijk, maar het werkte. Ze vertelde dat ze net terug was van vakantie op Curaçao en was gaan stappen. De trein kwam. In Leiden moesten we uitstappen, dat hadden we al wel bij elkaar ontfutseld. We hadden het over algemene dingen. Wat heb jij gedaan? Waar kom je vandaan?

Toen we het station uitkwamen, zei ze: ik pak zo mijn fiets en dan zie ik je daar vooraan wel. Nou, dat was ik niet gewend. Dat iemand dat zo duidelijk zei. Ik zat nog te dubben, hoe zeg ik het? Ik ben daar niet de snelste in. En dan ben je aan het fietsen en alleen maar aan het doorlullen en dan ineens gaat ze naar rechts. Ik woonde in de winkelstraat en vertelde haar boven welke winkel en zei: kom maar een keer een kop thee drinken. Toen dacht ik: stom, nu kan ik haar niet bereiken.

Ik dacht na. Ik weet haar naam… Ze zit bij een dispuut… Ik vroeg het aan een huisgenoot die bij een ander dispuut zat. Hij liep weg en ik dacht ik hoor er volgende week wel iets van. Maar hij komt terug met een boek, wijst twee foto’s aan en zegt, is het deze of deze? Wat wil je? Naam? Telefoonnummer? Toen heb ik haar een kaartje gestuurd met de vraag of ze eens met me naar het café wilde.

Ze reageerde en nu hebben we zes jaar iets. We wonen vijf jaar samen. Het klikte meteen die eerste date. Later bleek dat ze redelijk wat shit had meegemaakt. Haar ouders waren gescheiden. Ze had een paar keer een burn-out gehad. Maar dat merkte ik in eerste instantie niet want ze kwam net terug van vakantie. Ze was helemaal relaxed en vrolijk. Dat er meer in het vat zat, ontdekte ik later pas.

Dat vind ik altijd wel leuk. Ik heb een stuk of acht, negen vriendinnen gehad. En je weet elke keer niet waar je instapt. Het is een soort toffe rollercoaster. Je leert iemand pas echt kennen als je samen bent.

Voorheen had ik de drie-maanden-regel. Na drie maanden heb je wel door of er nog iets meer in zit. De eerste maanden is het leuk. Feesten, samen dingen doen. Maar daarna was dat vaak voorbij. Dan blijft het steken. Meestal had ik het door, soms had de vrouw met wie ik was het door.

In de liefde vind ik de band met de ander het belangrijkst. Je kunt niet de hele dag liefde voelen. Dat is tenminste niet wat ik heb meegemaakt. Je voelt wel liefde op bepaalde momenten. Dan voel je een warme band. Maar ik wil niet dat je op een gegeven moment denkt: ach, het was hetzelfde als vorig jaar, het moddert wel voort de komende dertig jaar.

Uiteindelijk heb ik altijd korte relaties gehad. Met één ander meisje had ik een jaar iets.

Ik ben bijna zestien keer verhuisd in mijn leven. Dat komt door mijn vaders werk, hij werkt in de chemie. Dus ik heb Groningen meegemaakt, Brabant, Amersfoort, Hoek van Holland, Den Haag, Amsterdam. Ik heb in Leiden en Utrecht gestudeerd. Dat heeft me gevormd. Ik kan vrij snel contact maken. Ik ben meer reflectief, denk ik, dan iemand die zijn hele leven in dezelfde stad of dorp woont.

Op mijn dertiende vond ik dat ik een prins op het witte paard moest zijn. Ik dacht: ik moet haar het hof maken en dan komt het goed. Ik heb nu geleerd dat het niet zo werkt, maar dat inzicht kwam maar geleidelijk. Ik kon goed omgaan met meisjes, maar dat was altijd op vriendschappelijke basis. Meiden vinden het op die leeftijd leuk als iemand over meer dingen nadenkt en niet alleen jongensdingen doet.

Ik heb nog een keer op mijn twaalfde een week lang de tas van een meisje gedragen omdat ik dacht dat dat hoffelijk was. Zij was model en wist hoe ze mannen om haar vingers kon winden. Twee jaar lang heb ik dat te horen gekregen van een paar gasten: ‘hé Joey, ik heb een tassie, wil je die drage?’ Er werd mij een spiegel voorgehouden. Zo werkte het niet. Hoe werkt het dan wel? Ik blijf mezelf, eens kijken hoe dat gaat. En wees eerlijk tegen jezelf: als het niet werkt dan moet je het niet vasthouden.

Dit weekend heb ik het er nog over gehad met een vriend die niet lekker in zijn relatie zit. Ik vertelde hem dat ik, toen ik halverwege de twintig was, begon in te zien dat als ik naar een vrouw keek ik niet de bloemknop zag, maar hoe het al bloeide. Dat was een beetje mijn probleem. Ik keek niet naar het nu, ik keek naar hetgeen dat erin zat. Dan help je wel mensen, dan lijk je een romanticus, maar je zet jezelf aan de kant. Ik moet ook eerlijk tegen mezelf zijn dat ik te veel credits aan iemand gaf die nog niet zover was. Terwijl ik nu weet: je moet niet weten wat er in het vat zit, dat is juist leuk. Je moet het met zijn tweeën ontdekken.

Met mijn vriendin heb ik een speciale band. We zijn maatjes. Ze is iemand die goed kijkt en mij kent en snapt.

Ik vind nog wel dat ik een romanticus ben. Maar mijn vriendin zei eens nadat we een jaar of twee wat hadden dat die romanticus wel minder was geworden. Daar werd ik ineens mee geconfronteerd. Ik ben steeds realistischer geworden. Het is leuk om iets speciaals te doen, maar dat kan niet elke dag. Dat klinkt wel saai, maar je moet koesteren, niet pushen.

Na een jaar zijn we samen gaan wonen in Amsterdam. Daar studeerde zij en ik werkte er. Ik vroeg me bij het samenwonen in eerste instantie wel af hoeveel vrijheid ik zou inleveren. Wat houdt mij tegen, dacht ik, ik hou van haar, we hebben nog steeds een klik. Het heeft gewoon even geduurd om te wennen dat de vrijheid niet weg was.

Ze doet nu haar co-schappen voor geneeskunde. Dat is voor haar ook wel knap met haar dyslexie. En ze heeft een ongeluk gehad waardoor haar voet is verbrijzeld, dus ze loopt met pijn. Niet dat ze gehandicapt is of zo. Maar ze heeft gewoon veel meegemaakt. Haar broer heeft zelfmoord gepleegd. Zij had depressies. Kortom, het is een meid die niet helemaal perfect is, maar voor mij is ze perfect.

Bij liefde denk ik als eerste aan de band die je met de ander hebt. Dat het gelijkwaardig is, dat je elkaar voedt, maar dat je niet per se hetzelfde hoeft te zijn. Je hoeft niet allebei advocaat te zijn. Of allebei gescheiden ouders te hebben. Het is meer dat je openstaat voor nieuwe dingen, voor elkaar. Dat je veel praat. Dat je elkaar triggert.

Op communicatief vlak zijn we gelijken, en dat vind ik toch het allerbelangrijkste. Ze kon ook niet mee met grote vriendengroepen. Ze kon ook niet meteen mijn familie zien. Het was haar te veel. Dat accepteer ik. Uiteindelijk is ze zelf van de antidepressivapillen afgegaan. Ze merkt dat ze nu meer energie heeft. En die lessen die zij heeft geleerd, kwam ik later ook tegen.

Zij kon mij helpen. Zo van: jij hebt altijd van die mooie irreële ideeën, je probeert zover mogelijk te komen, maar ten koste van wat? Als jij langer doorwerkt en daardoor een afspraak niet nakomt, waarom doe je dat? Dat effe afmaken van jou, dat is nooit effe afmaken.

Dat is liefde. Je liefde zorgt er voor dat je met dingen geconfronteerd wordt die je van andere mensen niet te horen krijgt. Waarom doe je chagrijnig? Waarom ben je verdrietig? Wat denk je echt? Dat heb je zelf niet altijd door. Maar als het lukt daarover te praten groeit de liefde.”

In deze interviewserie praten mensen over hun verwachtingen en teleurstellingen in de liefde. Wil je meewerken aan deze serie? Mail dan naar next@nrc.nl