Japanners geprikkeld door ‘landjepik’

Japan voelt zich op meerdere fronten tegelijk bedreigd door zijn buurlanden. Tegelijk blijft het hinder ondervinden van de excessen uit zijn eigen verleden.

Uitgerekend op de verjaardag van de Japanse capitulatie, ook na 67 jaar nog een gevoelig moment in het Verre Oosten, leek iedereen het plotseling te hebben gemunt op het grondgebied van het oude keizerrijk. De Chinezen in het zuiden, Zuid-Koreanen in het westen en Russen in het noorden. Zo althans voelen veel Japanners het. Zeker de meer nationalistisch ingestelde onder hen en juist zij timmeren de laatste maanden nogal aan de weg.

Tegelijkertijd maakte Japan zichzelf kwetsbaar voor kritiek uit het buitenland door een bezoek van twee ministers gisteren aan de omstreden Yasukuni-tempel, de plek waar de Japanners twee miljoen gesneuvelde militairen en burgers herdenken, onder wie oorlogsmisdadigers. Het was voor het eerst sinds 2009 dat ministers de jaarlijkse plechtigheid bijwoonden. Ze deden dat tegen het advies in van premier Yoshihiko Noda. Het kwam Japan te staan op protesten uit Peking en Seoul.

Maar de meeste ophef veroorzaakte gisteren een groep van zeker veertien ongewapende Chinezen uit Hongkong die zonder toestemming aan wal ging op de onbewoonde Senkaku-eilanden. Volgens hen horen die bij China en heten ze Diaoyu-eilanden. „Dit is de succesvolste poging in een decennium om de eilanden te bereiken”, jubelden de activisten. China zou de door Japan bestuurde eilanden graag annexeren – met een schuin oog op gasvoorraden die er naar verwachting in de buurt liggen. Ook Taiwan dingt trouwens nog mee naar de eilanden.

De Japanners, voor wie er geen twijfel bestaat dat het om hun grondgebied gaat, arresteerden het onbewapende groepje direct, en ook negen anderen op bootjes in de buurt werden ingerekend. Het leidde meteen tot een woedend protest uit Peking. Japan op zijn beurt beklaagde zich bij de Chinese ambassadeur over het ongevraagde bezoek. Het is nog onduidelijk wat de Japanse autoriteiten met de arrestanten zullen doen.

Min of meer gelijktijdig raakten ook de betrekkingen tussen Zuid-Korea en Japan in een crisis verzeild. Ook hier was de aanleiding een territoriaal dispuut. De Zuid-Koreaanse president Lee Myung-bak streek eind vorige week al de Japanners tegen de haren in met een bezoek aan een paar eilandjes, die de Koreanen aanduiden als Dokdo. Japan claimt die ook onder de naam Takeshima. Een groep Zuid-Koreaanse zwemmers, onder wie een bekende popzanger en een acteur, zette dinsdag in een estafette koers naar de eilandjes om de Koreaanse aanspraken nog eens kracht bij te zetten. Japan kon slechts toezien omdat Zuid-Korea de eilanden al in handen heeft.

President Lee haalde gisteren tijdens een rede ter herdenking van de Koreaanse bevrijding nog eens stevig uit naar Japan. Het land zou zich onvoldoende rekenschap geven van historische gevoeligheden. Lee wees in het bijzonder op de Koreaanse ‘troostmeisjes’, die tijdens de Tweede Wereldoorlog meedogenloos werden misbruikt door de Japanners. De president drong aan op een ruimere vergoeding voor de overlevenden. Ook keizer Akihito moest het ontgelden. Die is niet welkom in Zuid-Korea zonder dat hij zich nog eens volmondig excuseert voor de Japanse excessen uit het verleden, zei Lee.

De Japanse regering riep prompt de Japanse ambassadeur uit Seoul terug en annuleerde een ontmoeting van de ministers van Financiën van beide landen. Verontwaardigd wees Tokio erop dat er nooit van zo’n keizerlijk bezoek sprake is geweest.

Hoe gevoelig de relatie tussen beide landen nog ligt bleek eind juni al, toen Zuid-Korea op het laatste nippertje besloot de ondertekening van een samenwerkingverdrag over de uitwisseling van gegevens van inlichtingendiensten af te zeggen. Volgens de Amerikaanse commentator Ralph Cossa, verbonden aan Pacific Forum CSIS, een denktank over strategische kwesties in Hawaï, toonde dit dat Zuid-Korea meer belang hecht aan zijn publieke opinie dan aan zijn nationale belang. Juist in de publieke opinie wegen de oude oorlogstrauma's sterk mee.

Naast de spanningen met China en Zuid-Korea blijft Japan ook nog verwikkeld in een vete met Rusland over de Zuidelijke Koerillen, of de Noordelijke Gebieden zoals Japan ze noemt. De Russen, die het gebied in 1945 innamen, lieten weten later deze maand weer marinevaartuigen naar het gebied te sturen. Japan blijft volhouden dat het om Japans territorium gaat en protesteert consequent tegen zulke Russische acties.

De incidenten van de laatste dagen illustreren dat de conflicten om de rechten op eilanden in het Verre Oosten (en de bodemschatten in de zee er omheen) niet beperkt blijven tot de Zuid-Chinese Zee. Ook in de Oost-Chinese Zee en elders woeden die volop.

Japan neemt daarbij door zijn verleden een bijzondere plaats in. Lange tijd stelde het zich in militair opzicht terughoudend op. Maar door de toegenomen expansie van China voelt Japan zich gedwongen zich ook sterker te bewapenen. Recente berichten dat China nu zelfs het eiland Okinawa – waar ook een grote Amerikaanse militaire basis ligt – als Chinees grondgebied beschouwt, bezorgen veel Japanners in dat opzicht rillingen.

Het is ook geen toeval dat juist de laatste maanden Japanse nationalisten, die lange tijd in de marge van de nationale politiek opereerden, zich weer nadrukkelijker kunnen manifesteren. Een leidende rol daarbij speelt de 79-jarige gouverneur van Tokio, Shintaro Ishihara. Hij was het die de kwestie van de Senkaku-eilanden nadrukkelijk op de agenda plaatste met een voorstel de eilandjes, die nu nog particulier bezit zijn, door de gemeente Tokio te laten kopen. Daartoe zette hij een fonds op dat in rap tempo zestien miljoen dollar aantrok. Premier Noda, die diplomatieke problemen voorzag, kwam daarop met het plan de eilandjes dan maar door de Japanse staat te laten kopen.

Hoe meer Japan wordt geconfronteerd met claims op wat het als zijn onvervreemdbare territorium beschouwt hoe meer zulke Japanse nationalisten de wind in de zeilen krijgen. Hoe onbehaaglijk dat misschien ook voor toeschouwers in omliggende landen mag zijn.