Hypnotiserende muziek op nieuwe cd van Dead Can Dance

Dead Can Dance: Anastasis ****

pop

Anders dan de meeste reünie vierende muzikanten, die veelal op oude lauweren rusten, onderstrepen Lisa Gerrard en Brendan Perry hun hernieuwde samenzijn met een nieuwe cd en een nieuwe tournee waar uitsluitend nieuw werk gespeeld zal worden. Deze nadruk op ‘nieuw’ impliceert geen breuk met het verleden. Dead Can Dance, dat in de jaren tachtig een trouw publiek aan zich bond dankzij hun kalme, uitgesponnen en middeleeuwse versie van popmuziek, beweegt zich nog altijd door de spirituele regionen van de populaire cultuur. Hun muziek is een zoektocht. Door tijd en ruimte speuren Gerrard en Perry naar elementen die kunnen bijdragen aan hun composities: van een bijzonder instrument uit Papoea-Nieuw-Guinea, tot Afrikaanse polyritmiek of een manier van zingen: Arabisch krullerig of folkloristisch Gaelic. Hun muziek stond los van de trends in de jaren tachtig, ze was doem noch electro. Vanaf 1984 introduceerde Dead Can Dance de elektronische vertaling van etnografica die later bij bijvoorbeeld zangeres Enya een commerciëlere uitvoering kreeg. Hun exploratie van buitengebieden leverde het Australische tweetal, dat vanuit Londen opereerde, grote erkenning op. Nadat ze zeven cd’s hadden gemaakt, gingen Gerrard en Perry in 1996 uit elkaar.

Anastasis is nu de 21ste-eeuwse versie van hun verleden. Ook toen werd de basis gevormd door synthesizers die wolkige klanken tevoorschijn riepen, en ook toen galmde Gerrards stem middeleeuws of Arabesk, en die van Perry pauselijk plechtig. Vergeleken met destijds is het minimalisme nog verder doorgevoerd. Composities als All In Good Time of Agape duren zo’n zeven minuten en laten binnen die tijdspanne niet veel ontwikkeling horen. Dat hoeft ook niet, ze zijn meteen al pakkend genoeg: door het hypnotiserende effect van een herhaalde drietoon op harp of trompet, door de ruimtelijke constructie van het geluid en door de concentratie waarmee ieder element wordt toegevoegd. Dat kan een gestileerde doedelzak zijn (in Return of the She-King) of een ritselende tabla. Het nummer Children of the Sun, waarmee de cd opent, heeft een melodie die bijna mee te zingen is. Dat is zeldzaam in de muziek van Dead Can Dance. Anastasis is gedragen en droevig. Maar de schoonheid van de muziek biedt meteen troost.