Hopen op een baan

Je bent midden twintig, geboren en getogen in het welvarende Westen. Je bent gezond, enorm slim en net afgestudeerd aan een topuniversiteit. Je leven kan beginnen en wat doe je? Je besluit je leven te slijten in een groot glazen gebouw waar je iedere dag met mensen in andere glazen gebouwen gaat vechten over cijfers

Je bent midden twintig, geboren en getogen in het welvarende Westen. Je bent gezond, enorm slim en net afgestudeerd aan een topuniversiteit. Je leven kan beginnen en wat doe je? Je besluit je leven te slijten in een groot glazen gebouw waar je iedere dag met mensen in andere glazen gebouwen gaat vechten over cijfers op een scherm. Met andere woorden, je wordt een zakenbankier. Waarom?

Het doet zo’n pijn om steeds ‘nee’ te horen

Ik spreek Vanessa, niet haar echte naam, die net twee stages heeft afgerond en nu hoopt op een baan. Sterker nog, ze gaat die dag horen van de bank waarop ze haar zinnen heeft gezet. „Ik dacht dat ik nooit zou wennen aan het slaaptekort”, kijkt ze terug op haar stage – en vooruit naar haar leven als ze die baan vanmiddag krijgt. „Als student sliep ik acht uur per nacht. Bizar hoe snel dingen wennen. Ik heb mijn dips, meestal rond een uur of vier, maar ik rooi het. Ik begin om een uur of negen en werk tot middernacht, hoewel drie uur ’s nachts geen uitzondering is. Als ik een paar dagen voor twaalven thuis ben, denk ik nu: niet slecht. Zelfde als ik een heel weekend niet heb hoeven werken.”

Waarschijnlijk ga je dit sneller zien als ‘normaal’ wanneer anderen het nog zwaarder hebben. Zakenbanken delen de wereld in sectoren in: telecom, transport, olie & gas. Vanessa is heel dankbaar dat ze niet bij ‘consumenten’ zit. „Die gaan echt standaard door tot drie uur ’s ochtends, plus alle weekends. Soms wel tot zeven uur ’s ochtends. Dan gaan ze thuis douchen en verschonen – je wil niet laten merken dat je een all-nighter hebt gedraaid. Als er geen werk is, mogen ze dan slapen tot twaalf uur ’s middags ofzo. Maar anders moeten ze meteen terug naar kantoor.”

Waarom, waarom, waarom, wil ik schreeuwen. „Ik ben een nerd”, zegt ze met ontwapenende eerlijkheid. „Ik was niet altijd een nerd, maar met de jaren word ik steeds nerdier. Ik ben gewoon dol op ingewikkelde problemen, eindeloos pielen en puzzelen totdat ik de oplossing heb. En ik hou van cijfers.” Haar laatste stage was bij fusies en overnames (M&A). „Dat is echt wel heel interessant hoor, en hoe beter je erin wordt, hoe leuker het is. Ik denk ook dat dat werk zinvol is; we helpen bedrijven verliesgevende onderdelen af te stoten.”

Met andere stagiaires is het een mix van strijd en samenwerking. „Er zitten twee andere stagiaires op mijn afdeling. Ik help ze met onschuldige dingetjes zoals: ‘wat is ook alweer die shortcut op de computer?’ Maar laatst wees iemand haar op een maniertje om rapporten veel sneller te downloaden. „Ik ben nu echt een stuk efficiënter. Die truc hou ik voor mezelf.”

Zo zit de wereld in elkaar waar ze zo graag in verder wil. „Ik hoop echt, echt, echt dat ze me een baan aanbieden dadelijk. Anders moet ik weer voor stages gaan solliciteren. Dat is zo ellendig. Het is als daten; almaar bij de telefoon zitten wachten. Op de universiteit stond ik altijd op om half 6. Ik ging eerst joggen, en stuurde dan een sollicitatie. Iedere ochtend een nieuwe. Het doet zo’n pijn om steeds ‘nee’ te horen.”

We nemen afscheid en net als ik mijn aantekeningen zit uit te werken, komt haar e-mail binnen: „Geen baan. Enorm teleurgesteld.”

Een paar weken later meldt ze zich opnieuw: een topbank heeft haar een ‘droombaan’ aangeboden. „I am going in!