Gooi een steen in de machine

Lang nadat Refused was opgehouden, kreeg de Zweedse hardcoreband de verdiende erkenning. En vrijdag spelen ze weer: op Lowlands.

Mooier kon het niet eindigen. Diep verscholen in een donkere kelder van een Amerikaanse buitenwijk zette drummer David Sandström de beginroffel van Rather Be Dead in. Over dat ratelende machinegeweergeluid lieten Jon Brännström en Kristofer Steen hun afgedempte zaaggitaren grommen. Zanger Dennis Lyxzén begon te blaffen: „Rather be dead than alive by your oppression.”

Uitgerekend op dat moment flitsten er lichten door de zaal. En dat was vreemd: de kleine concertkelder had niet eens een podium. De muzikanten stonden gewoon op de grond en speelden met hun rug naar het publiek om de slopende moshpit tegen te houden. Zo konden ze voorkomen dat er slam dancers in het drumstel en de versterkers vielen. Dus waar kwam in zo’n punkhol opeens een lichtshow vandaan? Het antwoord kwam snel en abrupt: politie. Het waren de zaklampen van de binnenstormende agenten die een eind maakten aan wat zij ervoeren als geluidsoverlast.

Dat was het dan. Zo stierf na ongeveer 400 optredens de Zweedse hardcoreband Refused (1991-1998). Het zou een weinig betekenend incidentje zijn geweest dat hooguit een voetnoot in de Grote Encyclopedie van de Punk had opgeleverd. Ware het niet dat Refused kort daarvoor een van de belangrijkste platen van hun generatie had gemaakt. Gelet op de titel wisten ze dat zelf ook: The Shape Of Punk To Come (A Chimerical Bombination In 12 Bursts) heette het meesterwerk. Maar het mocht niet baten. Want bijna niemand kent de plaat.

Eerst even het geheugen opfrissen. Twee jaar na Nirvana’s Nevermind (1992) ging de Californische kauwgomballenpunk van The Offspring en Green Day miljoenen platen verkopen. Na de grunge werd punkrock opeens big business, met alle potsierlijke gevolgen van dien. Het onbetwiste dieptepunt was te zien op MTV. Daar liet Travis Barker, drummer van het onderbroekentrio Blink 182, in zijn eigen reality soap zien hoe een hanenkam met een miljoen op de bank innerlijk werd verscheurd door zwaarwegende dilemma’s als: met welk Louis Vuitton-tasje (ter waarde van een paar maandsalarissen) zal ik mijn vrouw vanavond weer eens verwennen? Punk was voortaan: met je wife- beater over je volgetatoeëerde lijf en ontploft haar achteloos een dure kakwinkel binnenlopen en zo veel mogelijk kopen. Take that, society!

Tegelijkertijd werd de ondergrondse variant van punkrock – de hardcore – steeds radicaler. Niet alleen maakten de bands hardere en agressievere nummers die meer en meer van metal wegkregen, ook ideologisch werden ze fanatieker. Straight edge, het punk-ethos van genoeglijke geheelonthouding (gij zult niet roken, drinken, drugs gebruiken) was tien jaar eerder begonnen vanuit de gedachte: het kan ook zonder.

Maar die houding groeide uit tot dogma, waaraan zogeheten hardliners ook nog verplicht veganisme, dierenrechtenactivisme en een verbod op seks (als die niet bedoeld was voor voortplanting) toevoegden. Bands als Earth Crisis en Vegan Reich verkondigden hun evangelie zelfs met militante trekjes. Hardcoreshows begonnen op kerkdiensten te lijken: veel gepreek, af en toe een nummertje.

Punk was voortaan: meer regels dan ooit.

De kloof tussen de gehypete hedonisten met hun gladde, melodieuze kleuterpunk en de dichtgetikte religieuzen met hun opgefokte onheilsprofetieën was onoverbrugbaar, maar toch hadden ze één ding gemeen: allebei zaten ze gevangen in een vast stramien. De muziek was even eenvormig.

In dat benauwende landschap was daar ineens de band uit Zweden die alles overhoop gooide. Alleen al het openingsstatement op The Shape Of Punk To Come veegde de vloer aan met al het voorafgaande. „They told me that the classics never go out of style, but they do”, opende zanger Lyxzén de score, om vervolgens ook nog even het eigen, oude oeuvre op de hak te nemen. „Somehow baby, I never thought that we’d do too.”

Wat volgde was een uit elkaar spattende fragmentatiebom van stijlen waarvoor kunstmatige samenstellingen (Technopunk? Drum-’n’-bass-metal? Jazzcore? Hardfolk? Avantgarderockopera?) jammerlijk tekortschoten. Natuurlijk, soms leek het nog op de loeiharde hardcore van weleer, bijvoorbeeld in The Deadly Rythm. Maar halverwege werd dat beuknummer plotseling stilgelegd en wandelden er vrolijke swingdrums, een mompelende contrabas en cleane jazzgitaren met bruincafé-akkoorden uit de speakers. Wat deden die breakbeats aan het begin van New Noise? En Tannhäuser/Derivé, was dat geen verwijzing naar de opera van Wagner? Maar waarom speelde die viool dan een thema uit Stravinsky’s Le sacre du printemps?

Over deze muzikale molotovcocktail krijste Lyxzén zijn hyperpolitieke manifest, zoals in Refused Party Program: „The great spirits proclaim that capitalism is indeed organized crime, and we are all the victims.” Karl Marx, de Parijse studentenopstanden uit 1968, zelfs vergeten anarchisten als Errico Malatesta (1853-1932) – hij trok ze er aan de haren bij. Alles voor de nieuwe revolutie. „Sabotage will set us free. Throw a rock in the machine.”

Toegegeven: het klinkt allemaal volstrekt megalomaan en dat was het ook. Maar het leverde niet de onuitstaanbare plaat op die je op papier zou verwachten. Integendeel: The Shape Of Punk To Come was geniaal en onovertroffen, daar waren vriend- en vijandpunkers het over eens. Alleen zou het zendingswerk nauwelijks doordringen tot de grote boze buitenwereld. Wat een glorieuze triomftocht had moeten worden, eindigde een paar maanden nadat de plaat was uitgekomen in een Amerikaanse kelder.

Het was een opluchting om de politie te zien binnenvallen, verklaarde drummer Sandström in het gefilmde requiem Refused Are Fucking Dead. Hij zag ze als verlossers, een uitweg. Na het slopende productieproces was de band op, beaamde de rest. Het was goed zo. Er zou nooit, maar dan ook nooit een reünie komen.

Die kwam er toch, onder invloed van karrevrachten postume erkenning van onder meer Metallica, Rage Against the Machine, Sepultura en zelfs – hou je vast – Guns ’n Roses. Hun bassist Duff McKagan noemde The Shape of Punk to Come „de Sgt. Pepper van de punkrock”.

Vrijdagavond wacht Lowlands. Op 11 oktober volgt nog een optreden in het Tilburgse 013. Daarna is het echt gedaan, bezwoeren de bandleden in een gezamenlijke verklaring. Een final call dus om mee te brullen voor de revolutie. „We’ll have a riot right here.”