Edgar Allan Poe’s ‘Raven Mantel’ herontdekt

Op een klein kaartje op deze herontdekte schoorsteenmantel stond: 'Edgar A. Poe wrote The Raven before this mantel'/ Foto Facebook The New York Times Metro

Jarenlang stond het te verstoffen tussen kartonnen dozen en oude pijpleidingen in de Rare Books and Manuscript Library van Columbia University: een eboniet zwarte, neoclassicistische schoorsteenmantel. Het object blijkt een literaire schat te zijn.

In zijn stoel, gezeten voor deze schoorsteenmantel, schreef de Amerikaanse schrijver en literatuurcriticus Edgar Allan Poe (1809-1849), vier jaar voor zijn dood, namelijk een van zijn beroemdste gedichten: The Raven (1845). In het gedicht vertelt een om zijn gestorven vrouw rouwende man over het nachtelijke bezoek van een mysterieuze raaf. Dat bezoek wordt in de eerste strofe van dit achttien strofes tellende gedicht aangekondigd: ’Once upon a midnight dreary, while I pondered, weak and weary/ Over many a quaint and curious volume of forgotten lore/ While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping/ As of some one gently rapping, rapping at my chamber door/ “‘Tis some visitor,” I muttered, “tapping at my chamber door/ Only this, and nothing more.’

De mantel stond in de ‘Brennan Farmhouse’, de boerderij in de huidige New Yorkse Upper West Side waar Poe de laatste vijf jaar van zijn leven heeft gewoond. Hij verwerkte de schoorsteen zelfs in The Raven: ‘each seperate dying ember/ Wrought its ghost upon the floor’.

In 1888 werd Brennan Farmhouse gesloopt om plaats te maken voor stadsuitbreiding en de verlenging van West 84th street. Poe’s boerderij was na zijn dood in 1849 inmiddels wel al uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor Poe-liefhebbers. William Hemstreet, oud-kolonel tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, bezocht de boerderij vlak voor de sloop in 1888 en besloot de schoorsteenmantel van vernietiging te redden.

Hij betaalde de eigenaar van het pand 5 dollar, pakte een koevoet en sloopte de mantel eigenhandig uit zijn voegen. Hemstreet nam het mee naar zijn huis in Brooklyn om het een kleine twintig jaar later, tijdens de grootschalige viering van Poe’s 100ste geboortedag in 1907, aan een publiek instituut aan te bieden.

Veel instituten reageerden op Hemstreets aanbod maar uiteindelijk kreeg Columbia University de mantel omdat het instituut als eerste op het aanbod van Hemstreet had gereageerd. Op 4 januari 1908 werd het daar gepresenteerd. Toch kreeg de mantel te Columbia University niet direct de plek die het verdiende. Jarenlang zwierf het rond om op een gegeven moment in een opslaghok, tussen dozen en oude pijpleidingen, terecht te komen. Een grote plaquette had het niet eens, slechts een kaartje met daarop in het klein geschreven: ‘Edgar A. Poe wrote The Raven before this mantel’.

The New York Times meldt nu dat de mantel is herontdekt. Sinds mei van dit jaar heeft de mantel in de Rare Books and Manuscript Library van Columbia University, dezelfde bibliotheek waar het object stond te verstoffen, een nieuwe plek gekregen. Er staan nu twee stoelen en een salontafeltje voor zodat, net als Poe, iemand weer de kans krijgt voor de schouw een gedicht te schrijven.

Edgar Allan Poe was een pionier van de Southern Gothic, en is onder andere groot gemaakt door zijn Franse vertaler Charles Baudelaire. Via diens vertalingen heeft Poe het werk van Dostojevksi, Wilde, Borges en Houellebecq geïnspireerd. (Bron: Pieter Steinz, Lezen &etcetera. Gids voor de wereldliteratuur. Prometheus 2006)

U kunt hier The Raven lezen.