De oorlogskoorts loopt op in Israël

In Israël wordt druk gespeculeerd over een aanval op Iraanse atoominstallaties. De VS zien nog ruimte voor onderhandeling.

Redacteur Midden-Oosten

Rotterdam. Als Israël Iraanse atoominstallaties aanvalt, komt dat niet meer als een verrassing. De Israëlische premier Netanyahu en minister van Defensie Barak hebben hun waarschuwingen voor het „Iraanse gevaar” de laatste dagen weer hoog opgevoerd. Zo hoog dat de Verenigde Staten zich dinsdag geroepen voelden een mededeling te doen: dat Amerika niet gelooft dat Israël al een aanvalsbesluit heeft genomen.

Israëlische media speculeren druk over het moment van de aanval , en de Israëlische beurs daalde in verband ermee. Maar „elk type militaire actie moet het laatste alternatief zijn, niet het eerste”, zei de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta tegen de pers in Washington. „De werkelijkheid is dat we denken dat er ruimte is om te blijven onderhandelen met Iran”, zei hij, „en economische sancties beginnen effect te hebben.” Panetta bezocht Israël twee weken geleden. Af en aan zijn er onderhandelingen tussen Iran en de internationale gemeenschap.

De meeste bedreigingen voor de veiligheid van Israël „zinken in het niet” vergeleken met het vooruitzicht dat Iran de beschikking krijgt over kernwapens, zei premier Netanyahu zondag. „Daarom zeg ik opnieuw dat Iran niet in de gelegenheid mag worden gesteld om kernwapens te verkrijgen.”

Iran ontkent dat achter zijn civiele nucleaire programma een geheim atoomwapenprogramma schuilgaat. De Amerikaanse regering blijft bij haar standpunt dat Iran nog niet heeft besloten daadwerkelijk een kernwapen in elkaar te zetten, al beschikt het daartoe over de bouwstenen. Maar Netanyahu en Barak willen dat niet geloven. Volgens een „hoge Israëlische functionaris”, geciteerd in de krant Haaretz hebben de Amerikaanse gezamenlijke inlichtingendiensten in een nieuw rapport (National Intelligence Estimate), in een „update op het laatste moment”, gemeld dat Iran „aanmerkelijke en verrassende vooruitgang” heeft geboekt bij de ontwikkeling van een kernwapen. De volgende dag bevestigde Barak in de krant dat zo’n rapport de ronde deed in de regeringsgebouwen in Washington. Dat „brengt de Amerikaanse inschatting veel dichter bij de onze en maakt de Iraanse kwestie nog dringender”, zei Barak, die volgens Israëlische media ook de bron was van het eerste, anonieme bericht.

Israëlische media suggereerden de voorbije dagen dat Netanyahu en Barak in principe hebben besloten Iran in september of oktober aan te vallen. Vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Want dan zou volgens sommige speculaties president Barack Obama wel zijn gedwongen zich bij de aanval aan te sluiten, ook al wil hij dat eigenlijk niet, om de verkiezingen niet te verliezen. Zo’n aanval op schurkenstaat Iran zou volgens deze speculaties immers bij de Amerikaanse kiezers een golf van sympathie voor Israël opwekken.

Sommige analisten denken dat de oorlogskoorts kunstmatig is en dat de Israëlische waarschuwingen hoofdzakelijk zijn bedoeld om de VS en Europa te dwingen tot steeds hardere sancties tegen Iran. Er bestaat hoe dan ook veel weerstand tegen een aanval. Binnen het kabinet zijn Netanyahu en Barak in de minderheid, aldus Israëlische berichten, en zowel hoge militairen als vroegere en huidige chefs van de inlichtingendiensten hebben geen geheim gemaakt van hun bezwaren. Ex-stafchef en oppositieleider Shaul Mofaz, tot vorige maand vicepremier, waarschuwde twee weken geleden voor „operationele avonturen”.

Tegenstanders wijzen op regionale destabilisering als gevolg van een aanval. De regio is al danig in beroering door de burgeroorlog in Syrië. Irans Libanese bondgenoot Hezbollah zou in de aanval kunnen gaan met zijn rakettenmacht. Iran zou door een aanval geprovoceerd kunnen worden inderdaad een kernbom te maken als het dat nu niet doet. Bovendien zou Israël niet in staat zijn meer dan kort uitstel van het Iraanse atoomprogramma te bewerkstelligen. De hoogste militair van de VS, generaal Martin Dempsey, hamerde dinsdag op dit laatste thema. Hij zei tegen de media dat Israël militair niet in staat is het Iraanse nucleaire programma te elimineren. „Gebaseerd op wat ik weet over hun [Israëls] capaciteiten, [...] denk ik dat ze het Iraanse nucleaire programma kunnen vertragen maar niet vernietigen.”

In Iran lijkt men zich niet druk te maken. Minister van Defensie generaal Vahidi sprak van een „psychologische oorlog”. Het ministerie van Buitenlandse Zaken noemde de waarschuwingen „waardeloos en ongefundeerd”. De burgers zijn de afgelopen jaren wel aan oorlogsdreiging gewend geraakt. Zij maken zich meer zorgen over de gevolgen van de almaar zwaardere sancties.