De logica van improvisatie

Karst de Jong: Improdisiac. Piano solo improvisations ****

klassiek

„In klassieke muziek moet alles altijd om de grote meesterwerken draaien, waarin elke noot heilig is.” Dat zei pianist en muziektheoreticus Karst de Jong onlangs in deze krant (CS, 12 juli). En dat terwijl rigide vasthouden aan geschreven noten nogal uitzonderlijk is in de muziekgeschiedenis – in tegenstelling tot hun hedendaagse interpreten varieerden componisten als Bach en Chopin graag op eigen werk. Die benadering wordt tegenwoordig vooral met jazz geassocieerd, waarin een melodie met akkoordenschema uitgangspunt vormt voor een uitvoering. In de klassieke muziek bestaat improvisatie slechts nog in het orgelspel.

De Jong (1961) presenteert zich met zijn eerste cd Improdisiac nadrukkelijk als klassiek improvisator, een vak dat hij doceert aan het conservatorium van Barcelona. Een geslaagde improvisatie creëert ter plekke een nieuw muziekstuk, volgens dezelfde wetten als gevestigd repertoire, maar zonder de uitwerking van die wetten op voorhand vast te leggen. Op zijn cd illustreert De Jong dit op verschillende manieren. Sommige stukken beginnen vanuit jazzstandards (My funny valentine, Round midnight), andere nemen een exotisch klankcliché smaakvol onder de loep (Spanish thing, Images of Japan). En er is een aantal klassieke improvisaties à la façon.

Hé, is dat niet Bach? Het openingsthema van Fugato roept onmiddellijk de fugameester in herinnering. Maar nee. Vergelijkbare stijlexercities voert De Jong uit met Schumann (Fantasiestück) en Chopin (Nocturne). Je kunt je afvragen wat dergelijke imitatie beoogt: waarom zou je het doen als je niet meent het niveau van de meesters te kunnen evenaren? En zou dat niet hoogmoedig zijn? Maar de stukken blijven boeien, juist door de mix van gekend idioom en subtiele afwijkingen daarvan. De Jong kent de stijlen die hij hanteert uit-en-te-na, en wat hij steeds laat horen is de logica van improvisatie, evenals de fenomenale technische beheersing en denksnelheid die vereist zijn om die logica in stand te houden. Deze improvisaties suggereren hoe grote componisten hun muziek hebben geschreven: niet vanuit het niets, maar spelend, experimenterend. Onder De Jongs handen ontstaan daadwerkelijk composities, ook wanneer hij zijn verbeelding de vrije loop laat, zoals in het lange, uitwaaierende titelstuk. Het resultaat is een album met zeer diverse stukken die bij herhaald beluisteren alleen maar winnen aan diepgang, zoals het goede muziek betaamt.