De Bovenbazen (75)

De heer Steenbreek had zich niet lang laten noden; hij was danig vermoeid en een kop thee lokte hem wel aan.

‘Het is lang geleden dat ik in het huis van een minvermogende geweest ben,’ sprak hij terwijl hij plaatsnam. ‘Maar ik zal er wel aan moeten wennen. Ter zake. Wat was de propositie waar u van repte?’

‘We hadden het over obb,’ zei Tom Poes. ‘Ik wil me op hem wreken – en u kunt me misschien helpen.’

‘Wreken?’ herhaalde de secretaris fronsend. ‘Hm, het is niet ongebruikelijk dat een onvermogende wraak wil oefenen op een bovenbaas. Maar het leidt meestal tot niets, dat zeg ik bij voorbaat. Enfin, we zullen zien. Waar gaat het over?’

Tom Poes boog zich voorover en liet zijn stem dalen.

‘obb komt niet eerlijk aan zijn geld,’ zei hij. ‘Door een valse weddenschap heeft hij me een duit afgewonnen – en daardoor sprong hij plotseling in de klasse van de bovenbazen.’

‘Interessant,’ lispelde de heer Steenbreek. ‘Hoewel een dergelijke manipulatie niet ongebruikelijk is bij de Bovenste Tien. Maar we zullen zien. Een duit, zei u?’

Met deze woorden trok hij een blocnootje en begon snel te cijferen. Zacht mompelend wierp hij het getal één op papier en voegde daar al rekenend zo’n lange rij nullen aan toe, dat Tom Poes grote ogen opzette.

‘Wat wordt dat?’ vroeg hij verbaasd.

‘Dit,’ legde de ander uit, ‘is het gevolg van uw duit, die bij een kritisch kapitaal gevoegd werd.’