D66 verloochent zichzelf met die verplichte donorregistratie

Uitgerekend D66 wil de donorregistratie veranderen. Wie geen bezwaar maakt, staat na overlijden automatisch zijn organen af. In dit systeem moet de burger dus een handeling verrichten om te behouden wat al van hem is. Dit is niet heel vrijzinnig, en dus in strijd met de partijbeginselen, betoogt Menno van der Land.

Kamerlid Pia Dijkstra heeft afgelopen zaterdag namens D66 een initiatiefwet gepresenteerd voor het invoeren van actieve donorregistratie, het zogeheten ADR-systeem. Een meerderheid van de zittende Tweede Kamer – D66, PvdA, CDA, SP en GroenLinks – lijkt voorstander. In de initiatiefwet wordt bepaald dat mensen verplicht een keuze moeten maken: wil ik orgaandonor zijn of niet? Maakt iemand geen keuze, dan volgt automatisch registratie als donor.

Dijkstra motiveert de initiatiefwet door erop te wijzen dat er in Nederland te weinig donororganen zijn en dat eerdere pogingen van de overheid om donorschap te stimuleren niet hebben geholpen. Bovendien zou een meerderheid van de Nederlanders voorstander zijn van het ADR-systeem en zouden andere landen met succes vergelijkbare systemen hebben ingevoerd.

Dit zijn terechte overwegingen. Er zijn in Nederland, net als in de meeste andere landen, inderdaad te weinig donororganen beschikbaar om te voldoen aan de ‘vraag’. Het is dus een prima idee om mensen te stimuleren donor te worden of er op z’n minst nog eens over na te denken. Er is niets mis mee om daarbij de publieke opinie te betrekken, hoewel dit in verkiezingstijd wellicht wat populistisch kan overkomen. Vergelijkbare voorbeelden in andere landen kunnen zeer leerzaam zijn.

Belangrijker dan de genoemde overwegingen is natuurlijk de principiële vraag: wie beslist er over de vraag of iemand wel of geen donor wil zijn? Het ADR-systeem is immers een fundamenteel ander systeem. Tot nu toe is het zo dat je geen donor bent, tenzij je laat registreren dat je wel donor wilt zijn. In het ADR-systeem wordt dit omgedraaid: je bent donor, tenzij je laat registreren dat je geen donor wilt zijn. ‘Nee, tenzij’ wordt ‘ja, tenzij’.

Dijkstra benadrukt dat in haar initiatiefwet de keuzevrijheid blijft bestaan. Iedereen behoudt de vrijheid om zelf te kiezen of hij of zij donor wil zijn. Een eenmaal gemaakte keuze kan desgewenst altijd weer worden herzien.

Ik weet niet of de woorden van Dijkstra geruststellend bedoeld zijn, maar ik vind het vanzelf spreken dat de vrije keuze over donorschap blijft behouden. Het alternatief past alleen in een totalitaire staat.

Ondanks de goede bedoelingen van D66 en de andere voorstanders van het ADR-systeem gaat er door de (voorgenomen) initiatiefwet iets fundamenteel mis in de verhouding tussen de burger en de staat, en wel op het punt van het zelfbeschikkingsrecht. Het is misschien niet heel passend om over je organen te spreken in termen van ‘bezit’, maar daar komt het wel op neer. Mijn organen zijn mijn organen. Beslissingen omtrent mijn organen zijn beslissingen over mijn lichaam. Daar gaat niemand over behalve ikzelf. Dit is de kern van het zelfbeschikkingsrecht. De vraag wat er zowel tijdens mijn leven als na mijn dood met mijn lichaam – inclusief alle organen – gebeurt, is aan mij en aan niemand anders.

Als de staat zegt dat iedereen donor is, tenzij iemand duidelijk maakt dat hij of zij dat niet wil, dan verplicht de staat individuele burgers om een handeling te verrichten – ze moeten laten registreren dat ze geen donor willen zijn – om iets te behouden wat al van hen is: hun organen. De vrije beschikking over het eigen lichaam wordt dus beperkt, doordat ze afhankelijk wordt gemaakt van een door het individu te verrichten handeling. Als D66 vindt dat mensen vrij zijn om te beschikken over hun eigen leven en lichaam – en dat vindt de partij al bijna een halve eeuw – zou het partijstandpunt moeten zijn dat donorschap het resultaat dient te zijn van een bewuste, zelf genomen positieve beslissing en niet van een door de staat afgedwongen negatieve beslissing.

Er wringt nog iets anders in het voorstel van D66. „Wij vinden dat we van mensen mogen vragen goed na te denken over wat zij voor andere mensen kunnen betekenen”, aldus Dijkstra. Hiermee ben ijk het helemaal eens – maar mensen ertoe aanzetten hierover na te denken, is niet het enige dat het door D66 voorgestelde ADR-systeem doet. Zoals gezegd verplicht dit systeem mensen tot het nemen van stappen om te voorkomen dat de staat hun zelfbeschikking ondermijnt, maar het doet dat ook nog eens op een manier die ik – om het in D66-termen te zeggen – weinig vrijzinnig vind.

Dijkstra vindt het onacceptabel dat „er 1.300 mensen op een wachtlijst staan en er jaarlijks 150 mensen sterven, omdat er geen orgaandonoren beschikbaar zijn”. Dit mag je vinden, en ook ik vind dat treurig, maar het mag geen reden zijn om mensen zo dwingend als in het ADR-systeem gebeurt te verplichten tot het maken van een negatieve keuze.

Ondanks het nobele doel om het aantal orgaandonoren te verhogen, moet je, zeker als vrijzinnige partij, oppassen voor te veel bemoeienis met de morele afweging die een individuele burger maakt. Dat je niet de boodschap afgeeft dat het ‘sociaal wenselijk’ is om donor te zijn. Dat wie ervoor kiest om geen donor te zijn, in de ogen van de staat egoïstisch is. Als je zelf een orgaan nodig hebt, hoop je immers ook dat iemand zijn of haar orgaan wil afstaan om jouw leven te redden.

De voorstanders van het ADR-systeem doen een beroep op de moraal van mensen om in een uiterst persoonlijk keuzevraagstuk een door die voorstanders gewenste uitkomst af te dwingen. Dit is een weinig vrijzinnige vorm van door de staat uitgeoefende (sociale) druk.

Wel of niet donor worden is een uiterst persoonlijke keuze. Hoewel ook in het voorstel van D66 de vrije keuze blijft gehandhaafd, past het de staat niet om zo ingrijpend in dat keuzeproces in te grijpen als met het ADR-systeem gebeurt. En het past D66 al helemaal niet. De initiatiefwet van Dijkstra c.s. is in strijd met zijn eigen beginselen. Juist D66, met zijn rechtstatelijke traditie en permanente pleidooien voor zelfbeschikking en vrije keuze, zou zich moeten realiseren dat – ondanks alle goede bedoelingen – het ADR-systeem een stap te ver gaat.

Menno van der Land is politicoloog en werkt aan een boek over de recente geschiedenis van D66.