Beperk liever veestapel, niet biobenzine

De VS is gevraagd minder biobrandstoffen te maken, nu hun maisoogst aan het mislukken is. Slimmer is het als ze hun vleesproductie beperken, stelt Pieter Pauw.

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) riep afgelopen vrijdag de Verenigde Staten op om hun biobrandstofprogramma stil te leggen. De maisoogst van de VS is aan het mislukken, als gevolg van aanhoudende droogte en hitte. Hierdoor is er volgens directeur-generaal José Graziano da Silva van de FAO niet genoeg mais om de wereld te voeden én biobrandstof te maken.

De FAO-baas slaat de plank mis. Hij had zijn aandacht beter kunnen richten op de vleesindustrie en de individuele vleesconsument.

Er dreigt wederom een wereldwijde voedselcrisis. Na eerdere crises in 2008 en 2010 komt het dreigende tekort deze keer door de dramatische oogst in de VS. Voor dit jaar was een hogere maisoogst verwacht dan ooit tevoren, maar daar zal weinig meer van terechtkomen. De VS maken de warmste juli ooit mee – dat wil zeggen, sinds er wordt gemeten. De Corn Belt in het Middenwesten wordt geteisterd door droogte. Landelijk valt de oogst per hectare dit jaar waarschijnlijk 19 procent lager uit dan in 2010-2011.

Omdat de VS goed zijn voor 53 procent van de wereldwijde export van mais, is de mislukte oogst ook een groot internationaal probleem. Eerdere prijsstijgingen in de afgelopen jaren leidden al tot voedselrellen in meer dan dertig landen, maar recente prijsstijgingen spannen de kroon. De prijs van mais steeg alleen in juli al met 25 procent en ligt hoger dan de eerdere recordprijzen van april 2011 en juni 2008.

Toch willen de VS hun plan handhaven om 40 procent van hun maisoogst te verwerken tot biobenzine. Hier zitten grote voordelen aan: een lagere afhankelijk van dictatoriale oliestaten en een alternatief voor olie als deze echt te duur wordt. Bovendien is biobrandstof uiteindelijk beter voor klimaat en milieu.

Binnen de VS is er al weerstand van bijvoorbeeld veeboeren, maar nu mengt de FAO-baas zich in binnenlandse aangelegenheden. Hij deed een appèl op de VS om hun miserabele maisoogst alleen te gebruiken voor food and feed – voedsel voor mens en dier – om verdere prijsstijgingen te voorkomen. Dit is nobel. Wie is er niet tegen honger in de wereld? Toch zou deze maatregel slechts een kortdurende invloed hebben op de voedselprijzen. Hij vermeldt niet dat er dan duizenden banen verdwijnen in de energiesector, maar het is ronduit schokkend dat juist hij, de voorman van de voedselorganisatie, met geen woord rept over de vleesproductie.

Wereldwijd gaat slechts 6,4 procent van de wereldgraanproductie – waaronder mais – naar de productie van biobrandstof, terwijl ruim eenderde wordt verwerkt in diervoeder. Op deze manier wordt uiteindelijk 70 procent van de landbouwgrond op aarde gebruikt voor de huizen en het voeden van de veestapel, hoewel deze slechts 15 procent van het wereldwijde voedsel produceert, uitgedrukt in kilocalorieën (Kcal).

Een volwassen vrouw heeft dagelijks ongeveer 2.000 Kcal nodig, een man 2.500. Er wordt alleen veel meer geproduceerd. Wereldwijd is de dagelijkse ‘eetbare oogst’ maar liefst 4.600 Kcal per persoon per dag! Helaas, en vaak overbodig, gaan er zo’n 1.400 Kcal verloren bij opslag, transport en als afval van huishoudens, maar er verdwijnen dagelijks ook 1.700 Kcal in enorme massa’s koeien, kippen, varkens enzovoorts. Zij ‘geven’ hiervan slechts 29 procent terug, in de vorm van melk, kaas en vlees. Ondanks de overproductie kan de landbouw dus niet voorzien in de dagelijkse behoefte aan kilocalorieën van de mens.

Die mogelijke voedselcrisis waar Graziano da Silva het over heeft, hoeft helemaal niet te bestaan. Er is voedsel genoeg – maar voedsel én biobrandstof én vlees, dat lukt niet.

Biobrandstoffen zijn omstreden. Dit is terecht. Ze staan nog in de kinderschoenen. Er kan nog veel aan worden verbeterd. Toch is het beter om onze overvloedige oogst in biobrandstoffen te stoppen dan in vlees.

De productie van vlees heeft wereldwijd nadelige effecten op bijvoorbeeld de biodiversiteit en de waterkwaliteit, en verspreidt ziektes als vogelgriep en de gekkekoeienziekte. Voor onze gezondheid hoeven wij nauwelijks vlees te eten. Vijftig gram per twee weken schijnt genoeg te zijn om de belangrijke bouwstoffen binnen te krijgen. Bovendien is de CO2-uitstoot van een vleesmaaltijd 25 keer hoger dan van een vegetarische maaltijd. De veehouderij is verantwoordelijk voor 18 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Meer klimaatverandering betekent meer mislukte oogsten – zoals Graziano da Silva wel in zijn stuk vermeldt.

De kwestie is niet ‘voedsel of biobrandstof’, maar ‘genoeg voedsel, met wat minder vlees’.

Wij kunnen wachten tot deze FAO-baas voortschrijdende inzichten vergaart, of wordt vervangen, maar een eenvoudigere en effectievere oplossing voor allerhande voedselproblemen is om doodeenvoudig een aantal avonden in de week geen vlees in de pan gooien.

Pieter Pauw is onderzoeker bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn. Hij is zelf geen vegetariër.