Politici veranderen van mening...

Nieuwsanalyse

De verkiezingsstrijd is begonnen, maar de kiezer raakt het spoor bijster. Welke maatregelen gaan nu wel en welke gaan niet door?

Politici willen niets liever dan begrepen worden. Helder zijn. Hun idealen verwezenlijken. Keuzes maken. En daar dan voor staan.

De praktijk van de afgelopen maanden is anders. De ene na de andere partij komt terug van eerder gemaakte afspraken, en de verwarring bij de kiezers neemt almaar toe.

De laatste 114 dagen heeft Nederland vijf politieke realiteiten gekend – elk met een eigen karakter, elk met eigen gedraai. Tot 23 april regeerde het VVD/CDA-kabinet en vond het steun bij Geert Wilders en andere partijen in de Tweede Kamer. Toen leek het complex, achteraf was dat nog redelijk overzichtelijk. Wat beloofd werd, gebeurde. We gingen 130 rijden. Er kwam een dierenpolitie. En de sociale werkplaatsen moesten inkrimpen.

Toen viel het kabinet en trad een tweede fase in: een nieuw samenwerkingsverband met nieuwe meningen. Minister van Financiën Jan Kees de Jager (CDA) begon door de wandelgangen van de Tweede Kamer te lopen op zoek naar steun voor extra bezuinigingen. Hieruit volgde het Kunduzakkoord – dat het CDA om pr-redenen liever het Lenteakkoord noemde, anderen sloten zich hierbij aan. Een onverwachte coalitie van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie was gevormd, en een nieuwe set ingrepen werd opeens toegejuicht door de partijen. Zo moest er toch niet gekort worden op ontwikkelingssamenwerking – waarop VVD en CDA niet meer dan vijf dagen daarvoor nog 750 miljoen euro wilden bezuinigen. En de grootste hervorming van het kabinet, die van de onderkant van de arbeidsmarkt, ging van tafel. De forenzentaks, waarmee de onbelaste vergoeding voor woon-werkverkeer zou verdwijnen, vergrootte de verwarring. Deze was afgesproken en alle vijf partijen zeiden „voor hun handtekening te staan”. Op D66 na maakten ze allemaal terugtrekkende bewegingen.

Toen was er de periode van het grote afstand nemen van het demissionaire kabinet. Liesbeth Spies, de CDA-minister die het boerkaverbod van dat kabinet eerst nog had verdedigd als „van onvoorstelbaar groot belang”, zei dat ze het eigenlijk anders had ervaren. „Je hoofd zegt ja, maar je hart gaat niet vanzelf mee.”

Ook het afschaffen van de dubbele nationaliteit van sommige groepen Nederlanders bleek opeens minder nodig. En de dierenpolitie verdween. Het enthousiasme van met name het CDA voor het kabinet sloeg binnen dagen om in een schijnbaar breed gedeeld ongenoegen binnen de partijtop – mede onder leiding van Sybrand van Haersma Buma – over de eerder gemaakte afspraken. Buma zelf zei „zijn buik vol” te hebben van de samenwerking met de PVV.

Sinds dat moment, eind april, is er niet één nieuwe politieke fase ingetreden maar twee tegelijk. Er is immers nog steeds een demissionair kabinet onder leiding van Mark Rutte en vicepremier Maxime Verhagen. Maar er is ook een verkiezingsstrijd aan de gang waarin partijen vooruit kijken en het liefst weer vergeten wat ze eerder beloofden.

Eerst dat demissionaire kabinet, waarvan de ministers nog steeds elke ochtend van huis worden opgehaald en naar hun departement gereden, waar de bewindslieden nog steeds bewind voeren en op internationale toppen de Nederlandse belangen behartigen. Dat wil zeggen: de Nederlandse belangen volgens dat deel van de partijen dat regeert en niet met campagnes bezig is.

Neem een van de complexere kwesties rondom het Europese noodfonds. Eerst bepleitte premier Rutte dat steun uit dit fonds niet direct naar de banken moest gaan, maar slechts uitgekeerd mocht worden met tussenkomst van de nationale regeringen. Eind juni maakte hij – zo heeft een groot deel van de Kamer het althans gezien – een draai. Op een eurotop ging hij toen alsnog akkoord met directe steun aan banken op termijn.

Dan de verkiezingscampagnes, die tijd van mooie plannetjes en wilde ideeën. En, in het geval van het CDA, van terugkomen van eerdere afspraken. Gisteren kwam Van Haersma Buma terug van de bezuinigingen op de kinderopvang. De verklaring? „Als je regeert, sluit je compromissen. Maar ik verwacht ook van partijen dat ze hun eigen principes naar voren brengen. En die wijken af van afspraken die we eerder hebben gemaakt.” Ook de VVD doet hieraan mee. VVD’er Klaas Dijkhoff is tegen de langstudeerdersboete, zegt dat ook, maar wil zijn eigen staatssecretaris Halbe Zijlstra niet afvallen. Hij is tegen maar steunt het wel.

Mocht de kiezer kunnen wennen aan deze nieuwe fase waarin partijen alweer afstand nemen van zichzelf, dan is het al snel 13 september, de dag na de verkiezingen. Dan begint de formatie, waarin partijen moeten ontdekken waar ze het eens zijn en soms een beetje moeten terugkomen van hun overtuigingen.