Ik weet pas sinds tien jaar wat er toen is gebeurd

Al jong vroeg ik uit nieuwsgierigheid dingen over de oorlog aan mijn opa, de vader van mijn vader. Ik had een goede relatie met hem. Mijn opa had met zijn broer aan de Birmaspoorweg gewerkt. Hij sprak daar eigenlijk vrij nuchter over, met weinig emotie. Hij was een man die positief in het leven stond.

Als hij over die tijd vertelde, had hij het niet alleen over de Japanners. Meer over de ervaringen van hemzelf en zijn broer. Hoe het feitelijk was.

En hij vertelde over de Australiërs en de Britten, die er destijds ook zaten. Wat ik van hem leerde, was dat je altijd eerlijk moet zijn. En dat ervaringen belangrijk zijn. Ervaringen nemen ze je nooit meer af.

Mijn eigen ouders vertelden niet veel over de oorlogsjaren. Pas de laatste tien jaar hoor ik de verhalen. Mijn moeder heeft niet in een kamp gezeten. Mijn vader zat als kind geïnterneerd in een vrouwenkamp dichtbij Blitar, Oost-Java. Hij heeft daar zijn enige broertje verloren. Dat verdriet zag hij bij mijn oma.

Later is mijn vader samen met mijn moeder en mij teruggeweest naar Indonesië. We hebben tijdens onze reis de plek bezocht waar mijn vader in het kamp zat. Zijn broertje ligt daar begraven in een massagraf.

De plek is een stukje natuur geworden. Je kunt daar niets meer zien wat op een kamp lijkt.

Die jeugd van mijn vader heeft zeker invloed gehad op mijn leven. Mijn vader heeft mijn broer en mij heel streng opgevoed. Hij wilde graag zekerheid. Hij vond het belangrijk dat ik een goede opleiding zou volgen. Maar het waren mijn vaders normen. Ik ben opgevoed met het idee van ‘die Hollanders en wij’. Dan word je eigenlijk een beetje naast de samenleving geplaatst. Je gaat de Nederlanders als de anderen beschouwen. Door dat ‘wij en zij’-gevoel heb ik me in mijn jeugd altijd een buitenbeentje gevoeld. Achteraf gezien was ik erg geïndoctrineerd door mijn vader.

Tegen dat normatieve ging ik mij afzetten, ook op school. Wanneer anderen mij op dezelfde manier met autoriteit benaderden, werd ik meteen defensief en ging ik er tegenin. Ik had last van autoriteitsproblemen, was agressief en licht ontvlambaar. Ik wil het verhaal over Indië graag aan mijn kinderen vertellen. Spelenderwijs vertel ik hun de verhalen over die tijd. Ze weten hoe het leven van hun grootouders in Indië was. Ik vind het belangrijk dat ze weten wat hun afkomst is. Wij zijn een uitstervende soort.

Bas, 42 jaar