Folklore

Vier mannen liepen naast me naar de rechtbank van Almelo. Twee waren opvallend breed, één opvallend scheel en één was opvallend netjes in een donker pak: Constant Kusters, de leider van de extreem-rechtse Nederlandse Volks Unie. Het was vroeg, half negen, de parkeerplaats was verder nog leeg.

„Nederland voor de Nederlanders”, vroeg ik, „is dat niet een beetje uit de tijd?”

„Ik mag dat zeggen”, zei Kusters. „Dat is vrijheid van meningsuiting.”

Dat bedoelde ik niet, zei ik. Het leek me gewoon een wat achterhaald, om niet te zeggen onhaalbaar ideaal. Wat verstond hij bijvoorbeeld nog onder een Nederlander?

„Iedereen met een Nederlands paspoort”, zei Kusters.

„Dus ook iemand uit Somalië die uiteindelijk een Nederlands paspoort krijgt.”

„Ja. Ook een Somaliër.”

Dat viel dan weer mee.

Toch eiste het Openbaar Ministerie gisterochtend 40 uur werkstraf en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat Kusters vorig jaar tijdens een demonstratie in Enschede zou hebben aangezet tot discriminatie.

„Nederland voor de Nederlanders, eigen volk eerst!” had hij gezegd.

„Ali B. en Mustapha, ga terug naar Ankara”, was er geroepen.

En in de demonstratie had iemand een vlag met Keltisch kruis meegedragen, een symbool van ‘white power’.

Voor de zitting zaten Kusters en ik nog een tijdje op de gang naast elkaar, al snel kibbelend als een overjarig echtpaar.

Hij: „De linkse pers zegt natuurlijk weer hiep-hoera.”

Ik: „Dat zég ik helemaal niet.”

Hij: „Word toch huismoeder!”

Constant Kusters heeft zelf vier kinderen, een werkende echtgenote, en is huisman.

Nu kwam Jan Schadd, zijn advocaat sinds twintig jaar, er goedgemutst bijzitten.

„Bent u ook van de linkse kerk?” vroeg ik, want zo zag hij er beslist uit, in zijn ongestreken vrijetijdskleding.

„Nu u het zegt”, zei Schadd samenzweerderig, „mijn vrouw was PvdA-burgemeester in Friesland. Ella Schadd. Met twee d’s.” In Boornsterhem was dat. „Ik heb mijn cliënt vriendelijk gevraagd die gemeente bij het demonstreren even over te slaan”, giechelde Schadd.

Elf Kuster-aanhangers stonden intussen wijdbeens en grootogig rond hun leider. Alleen Peter van Egmond, de partijsecretaris, mocht met mij praten.

„Wat verstaat u onder een Nederlander”, vroeg ik.

„Iemand met een Nederlands paspoort”, zei de partijsecretaris.

„Ook als het iemand uit Somalië is?”

„Nee!” zei Van Egmond.

„Niet doen, Peter”, zei Kusters snel. „Het is míjn zaak.” Einde gesprek.

Daarna begon de zaak, die Kusters’ advocaat niet helemaal ten onrechte „folklore” had genoemd.

„Het is veel, het is hard, het is grof”, vond het OM.

„Of het netjes is, doet niet ter zake”, zei Schadd. „Het lijkt me na Wilders niet meer vol te houden dat iemand wordt veroordeeld omdat hij wil dat de multiculturele samenleving wordt afgeschaft.”

Ja, van Wilders leerde Kusters keurig hoe ver hij kan gaan. En dat was eigenlijk enger dan het grove.