Eurozone schuifelt richting recessie

In het tweede kwartaal kromp de economie in de eurozone, maar er is nog geen sprake van een recessie. Uit de cijfers blijkt dat de kloof tussen Noord- en Zuid-Europa verder toeneemt.

Door de lichte verbazing dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal is gegroeid, drong de echte boodschap gisteren niet helemaal door: de Europese economie vertoont nauwelijks een teken van leven.

De eurozone als geheel kromp van april tot en met juni met 0,2 procent vergeleken met het eerste kwartaal. De eurozone zit niet in een recessie, maar het scheelt niet veel. In de eerste drie maanden van het jaar groeide noch kromp de eurozone. Volgens de statistieken van statistisch bureau Eurostat kwam het groeicijfer precies uit op 0,0. Volgens de meest gangbare definitie is er sprake van een recessie als er twee opeenvolgende kwartalen van krimp zijn.

Uit de cijfers die Eurostat gisteren publiceerde, blijkt weer dat de kloof tussen Noord- en Zuid-Europa verder toeneemt.

Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zweden, Letland en Estland groeien – weliswaar niet hard. Niet-euroland Zweden beschikt met een groei van 1,4 procent over de best draaiende economie van Europa. Letland, eveneens geen lid van de eurozone, komt met een groei van 1,0 procent op een tweede plaats.

Hoe goed de prestaties aan de noordgrens van de EU zijn, het beste nieuws kwam gisteren uit de Duitsland. Gevreesd werd dat de grootste economie van de eurozone ook met krimp te maken zou krijgen. Maar Duitsland blijft groeien, zij het langzamer. „Duitsland weet opnieuw de eurocrisis te trotseren”, schrijft Carsten Brzeski, econoom voor ING in Brussel, in een analyse. „Maar een sterk kwartaal verbergt vooral het feit dat ook Duitsland het eurocrisisvirus onder de leden heeft.” Volgens Brzeski is het een slecht teken dat bedrijven uit andere eurolanden minder opdrachten plaatsen bij Duitse fabrieken. Het „vangnet” van gevulde orderboeken en lage voorraden dreigt te verdwijnen, schrijft de ING-econoom. Of Duitsland serieus last krijgt van een economische dip hangt volgens hem af van de mate waarin de binnenlandse vraag gestimuleerd wordt door middel van loonstijgingen.

Finland weet inmiddels hoe snel een economie kan omslaan. In het eerste kwartaal was Finland één van de Europese succesverhalen. De economie groeide met 0,8 procent. Kredietbeoordelaar Moody’s oordeelde vorige maand nog dat Finland van alle eurolanden het beste beschermd was tegen de schuldencrisis. Het land had lage schulden en de economie was minder afhankelijk van handel met de rest van de Eurozone. Die redenering blijkt niet op te gaan. In het tweede kwartaal kromp de Finse economie met een vol procent. Daarmee rapporteerde het Scandinavische land na probleemlanden Portugal en Griekenland de slechtste cijfers in de periode april-juni. De Finse minister van Financiën Jutta Urpilainen maakte vorig week bekend dat Finland dit jaar minder hard groeit dan verwacht. Vooral de uitvoer wordt volgens Urpilainen geraakt. Om de begroting gezond te houden wil Finland 1,3 miljard extra belastingen ophalen en 400 miljoen euro bezuinigen.

De zorgen in Zuid-Europa zijn nog groter. Spanje krimpt drie kwartalen onafgebroken. De teruggang van de Italiaanse economie wordt per kwartaal groter. In Portugal geldt hetzelfde. De recessie in Zuid-Europa wordt veroorzaakt door de bezuinigingen en hervormingen die in steunlanden door het IMF en de EU en in Spanje en Italië door financiële markten worden afgedwongen. Hoe harder ze moeten snijden, hoe dieper de economie wegzakt.

De Griekse regering onder leiding van de conservatief Samaras wil daarom dat Griekenland meer tijd krijgt om aan de bezuinigingsafspraken te voldoen. Dat meldt zakenkrant Financial Times vandaag op basis van documenten in bezit van de krant. Samaras ontmoet volgende week kanselier Merkel en de Franse president Hollande in Parijs. Samaras wil steun krijgen om het begrotingstekort jaarlijks niet met 2,5 procent, maar met 1,5 procent terug te brengen. Als gevolg moet Griekenland in het voorstel van Samaras twee jaar langer, tot 2016 de tijd krijgen om de ombuigingen door te voeren. Mocht Griekenland langer over de bezuinigingen mogen doen, dan heeft het land meer geld nodig om de schulden te financieren. Volgens Samaras is een extra 20 miljard euro nodig. Dat bedrag wil hij ophalen bij het Internationaal Monetair Fonds en niet bij de eurolanden. Samaras lijkt te beseffen dat Noord-Europa niet nog eens de portemonnee wil trekken. Gezien de economische zorgen van Finland tot Frankrijk kan hij best gelijk hebben.