Escher upstairs en downstairs in paleis Soestdijk

Minister Edith Schippers opent morgen in paleis Soestdijk een expositie met werk en persoonlijke brieven van de graficus M.C. Escher, die 40 jaar geleden overleed.

Het is opmerkelijk hoe goed paleis Soestdijk, een uit zijn krachten gegroeid jachtslot, met zijn zuilengalerijen en gewelfde gaanderijen past bij het werk van de graficus Maurits Cornelis Escher (1898-1972). Daar zijn nu tachtig houtsneden en litho’s van de kunstenaar tentoongesteld, samen met nooit eerder getoonde persoonlijke zaken: brieven, foto’s, door hem gesneden houten beeldjes voor een kerststal, een door hem ontworpen zilveren schaal voor zijn schoonouders.

De expositie is in plukjes verdeeld over het paleis, tussen boven, de vertrekken waar koningin Juliana en prins Bernhard leefden, en beneden, in de gangen langs de keukens en ruimtes voor het bedienend personeel: upstairs en downstairs dus. Wat is boven, wat is beneden – die thematiek is een belangrijk onderdeel van Eschers grafische werk. Daarnaast lijkt ook een ander element van zijn werk, de stapsgewijze metamorfose, in de tentoonstelling verwerkt: zo ben je in een zaaltje vol werk van Escher, zo stap je in de voormalige werkkamer van prins Bernhard. Maar die scheiding tussen die sferen is, als in Eschers metamorfoses, niet absoluut: in sommige van die paleisruimtes, waar geen werk van Escher hangt, staan vitrines met spullen van hem.

En dan is er nog een derde overeenkomst tussen Eschers werk en deze paleisexpositie: als graficus hield Escher van het contrast licht-donker. Dat is in deze expositie ook sterk aanwezig. De ruimtes waar Eschers houtsneden en litho’s hangen, zijn verduisterd: het kwetsbare papier van zijn originele afdrukken moet tegen zonlicht beschermd worden. Maar een volgende ruimte is een in het licht badende paleiszaal, met uitzicht op de Engelse tuin en de vijver waar tot voor kort met veel succes de opera Orfeo ed Euridice als Orfeo Aqua opgevoerd werd, door de Utrechtse Spelen.

Sinds het overlijden van de bewoners prinses Juliana en prins Bernhard in 2004, is paleis Soestdijk onbewoond en wordt naar een bestemming gezocht. Zolang die niet definitief duidelijk is, beheert directeur Jan Altenburg het paleis en de landerijen namens de Rijksgebouwendienst. „We willen het open houden, met wisselende activiteiten voor het publiek”, zegt hij. Hij nam ook het initiatief voor deze bijzondere expositie en zocht contact met de stichting die de nalatenschap van de kunstenaar beheert, de Escher Foundation. Mark Veldhuysen van die door Escher zelf opgerichte stichting wilde graag meewerken: „Het is 40 jaar geleden dat Escher overleed en we willen graag iets bijzonders doen om dat te markeren. Deze expositie in paleis Soestdijk is erg geschikt, omdat Escher het grootste deel van zijn leven als kunstenaar hier in Baarn woonde en werkte. Wij willen met deze expositie graag ook de mens Escher zichtbaar maken, met brieffragmenten, persoonlijke voorwerpen en dergelijke.”

De expositie in paleis Soestdijk laat goed zien hoe Escher zich als kunstenaar ontwikkelde. De expositie heet Wandelingen in de tijd. Van Italië naar Baarn. Als beginnend kunstenaar heeft Escher in Italië gewoond, onder meer in Rome. Hij trok er regelmatig met vrienden op uit, om het inspirerende Italiaanse landschap en de architectuur te schetsen. De mooiste schetsen werkte hij uit tot houtsneden. Daarvan hangen er tientallen in paleis Soestdijk – vaak vergezeld van foto’s van dezelfde plek, uit de jaren tachtig en negentig. Je kunt goed zien dat Escher in ruimtelijke structuren geïnteresseerd is: gebouwen, rotswanden, berglandschappen zet hij om in overtuigende zwart-witcomposities. Veel van de motieven die hij in zijn Italiaanse periode opdoet, renaissanceachtige paleizen, straatjes, bomen, keren terug in zijn latere, bekendere werk – zo is een bomenpartij op een Italiaanse prent uit de jaren dertig terug te zien, weerspiegeld in water, in zijn beroemde houtsnede Modderplas, gemaakt in Baarn in 1951.

Vanaf midden jaren dertig begint Escher de prenten te ontwikkelen waarmee hij in de jaren vijftig en zestig beroemd wordt: niet meer landschappen, maar studies van vormveranderingen, van wiskundige problemen, zoals de weergave van oneindige patronen en ‘onmogelijke constructies’, zoals water langs een watermolen dat omhoog stroomt.

Die ‘verinnerlijking’ van de thema’s van zijn kunstwerken komt mede doordat hij zijn Italiaanse landschap niet langer als inspiratiebron had. Vanwege de astma van zijn tweede zoon (hij was in 1924 getrouwd met Jetta Umiker, dochter van een Zwitsers industrieel) verhuisde hij in 1935 naar Zwitserland. Daar kon hij niet aarden en het gezin trok naar België. In die periode maakt hij zijn eerste Metamorphose, een Italiaanse kerk die via allerlei tussenvormen verandert in een Chinees poppetje. Sinds hij bij reizen door Spanje in het Alhambra in Granada de islamitische mozaïeken heeft gezien, is Escher gegrepen door patronen van de regelmatige vlakverdeling. Hij bestudeert die wiskundige patronen en verwerkt die tot tegelijk strenge en speelse houtdrukken, zoals Lucht en water I (1938) Dag en nacht, ook uit dat jaar, waarin weilanden veranderen in een vlucht eenden die over hetzelfde, gespiegelde landschap bij dag en nacht vliegen. En de tweekleurenhoutdruk Andere wereld II uit 1947, waarin we een Perzische mensvogel (een Simurgh) tegelijkertijd van boven, van opzij en van onderen in een boograam zien zitten.

Escher woont dan met zijn vrouw en drie kinderen inmiddels in Baarn, sinds 1941. De oorlogssituatie dwong hem naar Nederland te komen, ook al omdat hij tot in de jaren vijftig niet van zijn kunst leven kon: het geld van zijn vermogende vader, een waterbouwkundig ingenieur, was zijn voornaamste inkomstenbron. Pas in de jaren vijftig komt de erkenning voor zijn bijzondere werk; in de jaren zestig komt daar de belangstelling voor de psychedelische kant van zijn werk nog bij; hippies zien zijn werk als verbeelding van hallucinaties. Escher was daar te nuchter voor, maar was blij met de belangstelling, ook die uit wetenschappelijke en wiskundige hoek. Ook daarover was hij nuchter: „Ik heb voor wiskunde nooit een voldoende gehad. Het leuke is, ik schijn wiskundige theorieën aan te snijden zonder het zelf te weten.”

Escher was een eigenzinnige en humoristische man, die graag uitleg gaf over zijn kunst. Hij zei ooit: „Als je Willink vraagt waarom hij een naakte juffrouw in de straat schildert, krijg je geen antwoord. Bij mij krijg je altijd antwoord als je naar het waarom vraagt.” Daarom is het zo’n goed initiatief om Escher zelf toelichting te laten geven bij sommige werken, via een audiotour met fragmenten uit lezingen van vlak voor zijn dood.

M.C. Escher, ‘Wandelingen in de Tijd. Van Italië naar Baarn’. Paleis Soestdijk, Baarn. 17 aug t/m 18 nov. Do t/m zo 10-17u. Paleissoestdijk.nl