Een feodale belasting – het kasteel eist geld

„Help ons.” Die oproep heeft Joop Verheul, secretaris van de afdeling Woerden van de land- en tuinbouworganisatie LTO, de afgelopen weken keer op keer moeten aanhoren. Hij vertegenwoordigt dertig inwoners van het Utrechtse dorp Kamerik. Die moeten plotseling tienduizenden euro’s betalen aan een belasting uit de Middeleeuwen; de dertiende penning. Geheven door de stichting Beheer Kasteel Renswoude, in naam van de adellijke eigenaren van het kasteel.

De dertig inwoners van Kamerik – vooral veehouders, lid van LTO – ontvingen onlangs een brief van die stichting. Of zij de belasting binnen een aantal weken wilden voldoen. „Bedragen variëren van 15.000 tot 60.000 euro”, zegt Verheul. „Inwoners voelen zich overdonderd.”

De dertiende penning is een feodale belasting, van oudsher geheven in het noordwesten van de provincie Utrecht. Landheren stonden de ontginning van dat gebied toe en ontvingen in ruil een vergoeding bij elke verkoop van onroerend goed. Die vergoeding bedroeg een dertiende van de waarde van het grondstuk.

De belasting verdwijnt in 2015 als gevolg van een besluit van de Tweede Kamer uit 1984. De penning is dus nog geldig. De familie Taets van Amerongen, eigenaar van kasteel Renswoude, wil met het geïnde geld een lening afbetalen na restauratiewerk. De familie was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar. Verheul en de inwoners spreken binnenkort met een advocaat. „Optimistisch ben ik niet”, zegt Verheul.