De Bovenbazen(74)

aws en ng stonden moegepeinsd tussen de kunstschatten en keken elkaar somber aan.

‘Eén ding is zeker!’ sprak de heer Steinhacker. ‘We hebben te maken met een meesterbrein!’

‘Dat is duidelijk,’ gaf de ander toe. ‘Een Baas bovenbaas!’

‘Ja, alles duidt daar op,’ hernam de oliekoning. ‘Hij deed zó zacht en onnozel, dat ik hem de Energie durfde toevertrouwen.’

‘Had die maar aan mij gegeven,’ mompelde de heer Grind verdrietig.

‘Nooit!’ riep aws uit. ‘Je weet, wat de afspraak was! We hielden het Generale Energie Syndicaat uit elkaars handen. Uit vrees voor een te grote machtsconcentratie, ng! Dat weet je donders goed! Alleen een knoeiende sukkel kan er geen kwaad mee – en ik dacht dat obb dat was. En nu? Nu heeft hij het Solium en het perpetuum mobile! Hij kan ons allemaal kraken! Het is vreselijk… maar het is duivels knap, dat moet ik toegeven.’

Intussen had heer Ollie de eerste deur geopend en weer achter zich gesloten. Nu stond hij bedremmeld in een soort sluis die de eigenlijke bovenbaaskluis isoleerde en keek zonder begrip om zich heen.

‘Wat een getob,’ klaagde hij. ‘Waarvoor dienen die deuren allemaal? Het is dat ik dit ding goed wil opbergen; maar wat een gedoe om iets te bewaren! Ach, was ik maar nooit aan al dat geld begonnen; ik heb er immers helemaal geen verstand van? Hoe kom ik er weer af?’