Curaçao bewaken met radar en snorkel

De Antilliaanse eilanden zijn een paradijs voor smokkelaars. Nederland draagt bij aan de bestrijding ervan. Onlangs werd twee ton cocaïne onderschept.

Ray Maharaj van de kustwacht op Curaçao hangt met zijn gezicht in het water over de rand van zijn supersnelle rubberboot. Met een duikbril en snorkel tuurt hij onder het wateroppervlak. Om te voorkomen dat hij kopje onder gaat, houdt collega Kevin Meeuwisse zijn benen vast.

Dit is de kustwacht in het Caraïbisch gebied in actie. Onder de vleugels van de Nederlandse marine doet de dienst mee aan drugsbestrijding rond de Antilliaanse eilanden. In juni waren een vliegtuig van de kustwacht en het fregat Hr. Ms. Tromp betrokken bij de onderschepping van naar schatting 2.000 kilo uit Colombia gesmokkelde cocaïne, zo heeft Defensie vandaag bekendgemaakt. Samen met Amerikaanse autoriteiten wisten ze een speedboot vol drugs, een zogenoemde go-fast, na een klopjacht tot stilstand te brengen. De bemanning had de lading tijdens de achtervolging overboord gegooid.

De kustwacht richt zich vooral op de drugsbestrijding binnen de territoriale wateren van Curaçao. De talloze baaien van het eiland bieden de mondiale smokkel van drugs, wapens en mensen een uitstekende plaats voor een tussenstop. Daarnaast moet de kustwacht mensen en schepen in nood helpen en illegale visserij tegengaan. „Het is elke dag weer kijken wat er op je pad komt”, zegt Meeuwisse.

De mannen van de kustwacht zijn ’s ochtends vroeg uitgevaren voor een routinecontrole rond het eiland. Het eerste wat ze treffen, is een man die in T-shirt en korte broek met snorkel en grote zwarte flippers voor de kust zwemt. „Overduidelijk een illegale speervisser”, zegt Meeuwisse. Hij weet zeker dat de man toen hij de kustwacht in de gaten kreeg zijn harpoen heeft laten zinken.

Maharaj’s hoofd komt af en toe schuddend boven water. In de heldere zee is niets te zien. De dobberende man ontkent iets te doen wat niet mag. En zonder bewijs kan de kustwacht hem niet uit het water halen.

Wat het werk lastig maakt, is dat veel kwalijke zaken zich onder het wateroppervlak afspelen. Duikers om grondiger te zoeken naar de harpoen of om te zien of er drugs zijn bevestigd onder een schip, heeft de kustwacht niet. Ook ontbreekt de mogelijkheid om de cocaïne op te vissen die de smokkelaars bij de onderschepping in juni overboord hebben gekieperd. Die ligt te diep.

In het operatiecentrum van de kustwacht op de marinebasis zit de Nederlander Erwin Ruijsink. „Het liefst was ik hier met een onderzeeboot naartoe genomen”, zegt hij lachend. Een jaar geleden was hij nog commandant van een van de vier Nederlandse onderzeeërs, in zijn nieuwe baan zit hij op land achter de radarschermen. De enige onderzeeboot in de buurt is een schaalmodel in de vensterbank.

In dit centrum wordt elke schip en elk vlot dat langs Curaçao vaart in de gaten gehouden. „Alles is verdacht”, zegt Ruijsink. De kustwacht is vooral gespitst op go-fasts die met een noodgang in de richting van de kust spurten. Dat is nog steeds de meest geëigende manier om behoorlijke hoeveelheden drugs vanuit Colombia, via de Antillen, naar de Verenigde Staten of Europa te krijgen. Het is althans de manier waarop de marine en de kustwacht het meeste zicht hebben.

Wat zich onder water afspeelt, houdt ook Dick Swijgman bezig, de Nederlandse commandant van de marine en de kustwacht in het gebied. „De trend die ons op dit moment het meeste zorgen baart, is het gebruik van de submersibles.” Dat zijn onderzeeërtjes die gemaakt worden in de jungle van Colombia en al zijn waargenomen aan de westkust van dit belangrijkste cocaïneproducerende land. „Daar kan vijf tot tien ton cocaïne mee vervoerd worden”, zegt de commandant. „Ik ben laatst in Colombia geweest en daar lagen er negen op de kant die ze gevangen hadden.”

Aan de oostkant van Colombia, op de route waar de Antilliaanse eilanden liggen, zijn die onderzeeboten nog niet gezien. Dat betekent niet dat ze er niet zijn. De boten zouden tot de westkust van Afrika kunnen varen. Dat is een belangrijke nieuwe doorvoerroute om de Europese markt te bereiken.

„Wij vangen hier vooral kleinere hoeveelheden”, zegt Swijgman. De totale vangst lag dit jaar, tot de onderschepping van twee maanden geleden, beduidend onder die van vorig jaar. „De vraag is of dat nou betekent dat we minder succesvol zijn, of juist zo goed dat we ze afschrikken om deze route te gebruiken.”

In ieder geval kan de drugsbestrijding in het gebied niet zonder samenwerking met de Verenigde Staten. Die hebben het Caraïbisch gebied tot een slagveld in hun war on drugs gemaakt. Nederland wil in die strijd een betrouwbare partner zijn. De Amerikanen hebben zelfs eigen bases bij de luchthavens van Curaçao en Aruba, van waaruit ze verkenningsvluchten uitvoeren.

De mannen van de kustwacht gaan intussen door met hun patrouille langs de kust van Curaçao. Als het nodig is, kunnen ze met zeker 80 kilometer per uur de achtervolging inzetten. Maar deze ochtend is er na de speervisser niets verdachts te zien. In ieder geval niet boven water.